Dagboek 48: Blusbus terug naar Nederland. De uitvoering.

Aerdenhout, 14 november 2006


Arrow Jazz FM
Soundtrack: Mel Torme - "Comin' Home Baby!"


Istanbul
Lowbudget vliegen we met Corendon naar Istanbul. Het kost nauwelijks wat maar daarvoor moet je wel om op een onmogelijke tijd op Schiphol zijn. We blijken het eerste toestel te zijn dat die dag vertrekt. Het is 4 uur 's ochtends. Voor we landen zien we de zon opkomen. Het is onbewolkt dus we krijgen goed weer. We landen op een klein vliegveld aan de Aziatische kant. Het is goed geregeld, alles gaat snel en de transferbus staat al klaar. Helaas is het druk. Al snel staan we in de file maar het uitzicht vanaf de brug die Europa en Azië verbindt is erg mooi. Het is strak blauw dus we hebben er zin in.
De laatste halte is van de bus is het plein voor de Aya Sofia. Van daar lopen we in 5 minuten naar het Nayalan Palace Hotel van Bedri. Dat is hetzelfde hotel waar we in najaar 2005 twee weken gelogeerd hebben. Istanbul voelt erg vertrouwd, alsof we niet weg zijn geweest. Toch is het alweer anderhalf jaar geleden. Het weerzien met Bedri is warm. Het hotel blijkt een grote schilderbeurt te hebben gehad en ziet er netjes uit. En nieuwe vloerbedekking, het dakterras is ook uitgebreid. Osan is er ook nog steeds, hij werkt nu in het hotel.

's Avonds spreken we af met Hans en Ton. Ton is getrouwd met een Turkse en woont (nog niet zo lang) in Istanbul. Hij heeft zijn goede baan in Nederland bij de bank opgezegd en besloten om met zijn vrouw in Turkije te gaan wonen. Het is nog even wennen aan het niets doen. Hij wil tijd hebben om met hun kindje door te kunnen brengen en verder samen met zijn vrouw een soort lunchcafé annex galerie op te zetten. Ze wonen aan de Aziatische kant. We duiken meteen met z'n allen een nargileh-tent in en bestellen een waterpijp en thee. Het is ook meteen gezellig.

Pides bakken in restaurant Doy-Doy in IstanbulÇay, thee in tulpglaasjes op de bazaar


Een dag later gaat Ilona samen met Ton, zijn vrouw Oznur en Hans naar de customs om de auto te laten overschrijven op Ilona's naam. Ze moeten daarvoor naar Atatürk Airport. Uiteindelijk zijn ze daar zowat de hele dag mee zoet. En zonder het tolken van Oznur was het waarschijnlijk in een week nog niet gelukt om door de Turkse bureaucratie heen te komen. Lutske en ik dwalen lekker door de bazaar. Luts wil nog wat lampjes en andere cadeautjes kopen, ik kijk nog voor een spijkerbroek. Eind van de middag spreken we weer af met z'n allen en gaan weer een pijpje roken. We kiezen een klein restaurantje en bestellen zowat alles op de kaart plus een portie gefrituurde ansjovisjes.
De laatste avond brengen we door aan de andere kant van de Golden Horn, het moderne gedeelte van Istanbul. Uiteraard weer met een waterpijp in een gezellige jongerentent.
De dag erna nemen we afscheid in het hotel. Bedri is er niet want zijn vrouw ligt in het ziekenhuis, vertelt Osan. We pikken Hans op aan de haven en zetten hem af op het vliegveld. Daarna rijden we met zijn drieëen richting Griekenland. Het voelt in de bus alsof we hem nooit achter hebben gelaten.

Vissers op de Galata brugIn de bazaar


Griekenland

Tegen de tijd dat we aan de Turks - Griekse grens zijn, is het goede weer voorbij. Het waait hard en het is bewolkt. Ergens als we vlak bij de grens moeten zijn, worden we nog aangehouden. Er wordt iets gevraagd. Yunanistan? Wattes? We wijzen naar achter ons en zeggen: Istanbul. Dan wijzen we naar het westen. Ah, Yunanistan. Nee, Griekenland. Ze vinden het goed en we rijden verder. Op een rotonde vlak voor de grens staat inderdaad Yunanistan. We zitten dus goed.. Het blijkt de Turkse naam voor Griekenland, dat hadden we zelf toch niet kunnen verzinnen.
Nu zal gaan blijken of de douaniers op het vliegveld van Istanbul hun werk goed hebben gedaan. We maken ons een beetje zorgen of de dag administratieve handelingen om de bus op Ilona's naam te krijgen, ook zo gezien zal worden door de Turkse douaniers hier aan de grens. Als het niet klopt hebben we een probleem. Naar de auto wordt eigenlijk niet gekeken maar erg vlot gaat het niet. Bij het laatste hokje worden we uiteindelijk vriendelijk door gewenkt. Op de dijk voor de brug, die echt de grens is, staat een plaatsnaam bordje met daarop de tekst Good Bye. Er is dus ooit een Turkse ambtenaar geweest die de moeite heeft genomen om dit bordje te laten maken en hier neer te zetten. Een aardig gebaar.
Aan de Griekse kant is het uitgestorven. Het is zeker lunchtijd. Met wat moeite komt iemand zijn hokje uit om naar de bus te kijken. De achterklep moet open, hij ziet de zooi en de klep mag weer dicht. Geen stempels of niks, we mogen door en zijn weer in de EU. Makkelijk zat. Achter de grens tanken we bij een eenzaam tankstation. De mensen zijn meteen anders, een (knappe) vrouw helpt ons, ondenkbaar in Turkije, maar geen Turkse hartelijkheid en kopjes thee meer. Het voelt ook Europeser. Wat ook opvalt, zijn de Christelijke iconen aan de muur. We kunnen eindelijk weer eens tanken voor een normaal bedrag. Brandstof is in Turkije erg duur. We lunchen half in en uit de bus want de wind is onaangenaam. De autoweg die we pakken is uitgestorven.
Tegen een uur of vier verlaten we de autoweg en gaan op zoek naar een camping. Uiteindelijk vinden we een uitgestorven camping ten westen van Kavala. Het plekje is bedekt met bladeren, het is herfst, ook hier in Yunanistan.
Luts zet het kleine tentje op dat in de bus ligt. Wij ruimen de bus uit want voor het eerst gaan we weer kamperen. Het is stoffig en een zooitje in de bus. Ieder vind zo zijn eigen plekje voor de spullen. We komen weer allerlei dingen tegen die we lang niet hebben gezien. Een aantal dingen gooien we weg, het verbaasd ons nog steeds wat we allemaal meegesleept hebben. Uiteindelijk is ons huisje weer in orde en het bed weer opgemaakt. 's Avonds blijkt het chique ressort naast de camping en de rotsen aan de overkant van de baai kleurig verlicht.

Istanbul: traditioneel en modern naast elkaar


Thessaloniki laten we (letterlijk) links liggen. Dus geen filmfestival en hippe loungecafés. Behalve de industrieterreinen en mist zien we niks van de stad. In de chaos van wegen rijden we door naar het westen. We willen lekker buiten zijn, kamperen, wandelen. Het idee is Meteora, het gebied met die klooster bovenop rotspieken. Ooit nog in een James Bond film.
Het is nog een eind rijden naar Meteora dus we zijn op tijd vertrokken uit Kavala. Eigenlijk weten we niet eens of we nou naar Meteora willen of niet. Voor deze trip hebben we het er kort over gehad en ik weet van ooit op Interrail, dat het erg mooi is. Maar toen was in de zomer, nu is het november en slecht weer. En dan is er waarschijnlijk niks aan. Misschien moeten we een alternatief bedenken.
Dat weten we niet dus het wordt toch Meteora. We zien het wel. Hopelijk hebben we geluk.

Meteora is een erg toeristisch gebied. in de zomer is het hier een gekkehuiz! Maar niet nu, het is vrijwel uitgestorven. Toch is de vrouw van de camping in Kastraki niet erg vriendelijk. We komen een verdwaalde Australische backpacker tegen (in korte broek) en vragen ons af wat hij hier nu doet (misschien vroeg hij zichzelf dat ook af). Hij toert door Europa en wil aansluitend naar het Midden-Oosten.

Toen we aankwamen in Meteora hebben we het rondje door het gebergte gereden want het is nu nog goed weer maar de voorspellingen zijn slecht. De lage herfstzon op de rotspieken levert sfeervolle plaatjes op. Eigenlijk is het maar een heel klein gebied. Maar wel spectaculair. Met de auto kun je rondrijden, met een kilometer of 10 ben je weer terug in Kalambaka. De kloosters kun je zien liggen op de rotstoppen. Onderweg komen we een hond, twee ingepakte nonnen en nauwelijks ander toeristen tegen. De nonnetjes zijn ook helemaal in het zwart en bedekt, het lijkt toch best veel op de chadors uit Iran. Een ander geloof, dezelfde ideeën. Beneden kunnen we alles kopen wat we kennen bij de locale Lidl. Terug op de camping verkassen we naar het grote houten afdak om te koken. Er is licht, houten tafels met banken plus gaskookpitten. Wat comfortabeler dan in het donker op de grond zitten. Er zijn ook heel veel katten die ons gezelschap houden.
De dagen erna regent het vaak, niet echt weer om te wandelen dus en we pakken de bus om een paar kloosters te bezoeken. Helaas zijn ze in de winter vaak gesloten. Uiteindelijk lukt het nog wel om er drie of vier te zien en om ook nog een paar mooie stukken te lopen. 's Ochtends zien we dat op de bergen in de verte verse sneeuw is gevallen. We blijven nog een dag en het klaart helemaal op. We zijn nog getuige van filmopnames bovenop een rotspunt. Het blijkt om een promotiefilmpje over Meteora te gaan maar er is een hele crew aan de slag. Een grote ventilator laat de blonde haren van de acteur wapperen, er is een hele panoramacamera-arm op de rots gebouwd om de omgeving spectaculair in beeld te brengen en er is uitgebreide catering aanwezig.

Camping Kastraki in MeteoraMedepassagier Luts


De volgende dag moeten we weg want anders halen we het schema niet. We moeten naar Igoumenitsa, een havenstad aan de Griekse westkust. Tegenover Igoumenitsa ligt het eiland Corfu vanwaar Luts de volgende dag een vlucht naar huis vliegt. Uiterlijk een dag later moeten wij de veerboot naar Italië hebben. De tocht naar de kust is niet heel ver maar wordt erg lang. Eerst over passen waar binnenkort geskied kan worden, iets wat je toch niet in Griekenland verwacht. Dan blijkt de autoweg die op de kaart staat nog lang niet klaar. Steeds zijn er weer enkele kilomters af maar daarna moet al het verkeer weer over de oude weg. Er zitten flinke afdalingen bij met veel scherpe bochten. Eindelijk zien we de zee en de haven van Igoumenitsa.

In Igoumenitsa komt plotseling een einde aan het met zn 3-en zijn. Het idee was om met de blusbus ook het eiland Corfu nog even aan te doen maar dat wordt toch wel erg kostbaar voor 1 dag. Dus boeken we voor de volgende ochtend een plek op de ferry. We krijgen last-minute korting en voor de dezelfde prijs als normaal een dekoversteek kost, kunnen we nu een hut krijgen. Dat doen we maar want in de bus slapen mag alleen in het hoogseizoen. In de winter gaan de parkeerdekken op slot.
Dus gaat Luts alleen verder naar Corfu. In de haven nemen we afscheid en zetten haar daarna op de boot. Het was erg leuk dat ze mee was en het is jammer dat er nu opeens zo snel een einde komt aan het reizen met z'n 3-en. Maar we wisten het van te voren, zij kon maar maximaal 8 dagen op vakantie en ook voor ons is toch het hoofddoel om de bus naar huis te brengen. Iloon en ik zoeken een camping aan zee. We vinden een gesloten camping aan zee, een Duitssprekende meid vindt het goed dat we voor 1 nachtje blijven. Het is een mooi plekje, we zien de zon langzaam zakken richting zee.

Op de boot
Volgende ochtend vroeg moeten we in de haven zijn. De boot vertrekt om een uur of 8. Het blijkt een megading. We rijden het haventerrein op, ons ticket wordt afgescheurd en we worden de boot in gedirigeerd door bemanningsleden. De bus komt terecht op dek 4 tussen tientallen opleggers. Als een klein speelgoedautootje staat hij in het gigantische ruim. Van te voren hebben we tassen klaargemaakt die we meenemen het schip in. We kunnen straks niet meer bij de bus totdat we in Venetië zijn. Als een stel zwervers dwalen we door het schip. We zien een casino, een paar restaurant en lounges en zalen met grote slaapstoelen. Het schip ziet er modern en verzorgd uit, heel wat anders dan die walmende aftandse interrailboot tussen Brindisi en Patras van 15 jaar geleden. Dit is meer een cruisschip. Een piccolo brengt ons naar onze hut. Helaas geen zeezicht maar ergens een hokje in het midden van de boot. Wel netjes en erg schoon. We gooien onze tassen neer en vinden de weg naar het bovenste dek. Wat een gevaarte! Het water is een meter of twintig lager. We kijken neer op de haven en zien het zusterschip van onze boot aankomen en de trucks eruit rijden. Op tijd vertrekken we. Het is schitterend weer, strak blauw en het water is spiegel glad. Het belooft een rustige oversteek te worden. De komende 24 uur hoeven we niks en kunnen we ook niks, lekker relaxt. Ik vind het altijd heerlijk aan boord van een schip, het is een comfortabele en rustige manier van reizen (zolang het weer meewerkt) en het ontspant. Dit in tegenstelling tot een busreis. Net als in een trein kun je rondlopen en zeker met dit weer is het vooral genieten aan dek.

MeteoraVrouw op de markt in Kalambaka


Igoumenitsa laten we achter ons, we varen langs Corfu en volgen nog lange tijd de Albanese kust. We regelen wat stoelen en zitten lekker in het zonnetje. Na een tijdje maken we een verkenningstocht door de boot. Naast het casino en de restaurants zijn er diverse taxfree winkeltjes met soms dure producten. Er zijn eindeloze gangen met hutten en diverse slaapstoelzalen. Er is zelfs een kennel voor honden. Net als in een vliegtuig kun je op tv-schermen volgen waar het schip zich bevindt. Op het bovenste dek is een discotheek, bij het zwembad buiten. Helaas zijn beiden gesloten. Het is buiten het seizoen en eigenlijk zijn de enige passagiers aan boord truckers. Die hebben zich meteen teruggetrokken in de bar om te kaarten, tv te kijken en te roken. Het uitzicht hebben ze al honderd keer gezien dus dat interesseert ze niet meer. Aan dek is het dus vrijwel uitgestorven op een paar andere toeristen na. Waarschijnlijk is het schip lang niet vol en dat verklaart ook het gereduceerde tarief. Aan dek bij het zwembad zit een ouder koppel ook te genieten van het zonnetje. Ze dekken de tafel voor de lunch met broodjes, geitenkaas, tomaten en sla plus Ouzo. Ilona zit naast hun en wordt uitgenodigd om mee te eten. 'Neem een hap, het is echte feta, heerlijk' zeggen ze. We zijn verrast door de gastvrijheid, de meeste Europeanen nodigen geen wildvreemden uit voor de lunch. Ze blijken uit Oostenrijk te komen en een huisje op de Peloponnesos te hebben. Ieder jaar proberen ze daar een aantal weken door te brengen. Ze hebben zich het Griekse leven al aardig eigen gemaakt en zijn ontspannen en erg vriendelijk. We raken aan de praat en eten een broodje mee. Er wordt Ouzo ingeschonken en we komen er niet onderuit om ook een glaasje mee te drinken. Het blijkt dat ze gepensioneerd zijn, de kinderen de deur uit hebben en nu zichtbaar geniet van hun oude dag en van elkaar. De man blijkt jarenlang opperbevelhebber te zijn geweest van het oostelijke deel van het Oostenrijkse leger, een hoge functie dus, maar is nu met pensioen. 'Jetzt ist er mon General' zegt zij lief lachend. We zien dolfijnen die in het vaarwater van de boot spelen en andere schepen komen voorbij. 's Avonds slepen we onze kookspullen aan dek en maken een pasta prutje. Na nog een rondje over de dekken zoeken we onze hut op en duiken onder de wol.

Moderne veerboot: een comfortabele manier om van Griekenland naar Italië te komen


Italië
Om een uur of zeven zijn we weer wakker. Het is nog donker maar aan de horizon zien we lichtjes. Dat moet Italië zijn. Opgewonden hangen we aan de reling. Het wordt het langzaam iets lichter. We zien nu lichtjes aan beide kanten dus we varen op de kust af. De eerste vuurtorens en bakens passeren we, we varen een soort vaargeul in. Het is erg mistig en grijs. Langzaam zien we de eerste kerktorens en huizen verschijnen. Het is sfeervol, ziet er erg Italiaans uit, bootjes varen rond. Vanaf de veerboot kijken we op alles neer, het ding heeft een buitenproportionele grootte in vergelijking met de Middeleeuwse gebouwen. De lagune is langer dan we denken. Door de luidspreker wordt omgeroepen wat we zien. We krijgen dus nog een soort stadsrondvaart door Venetië en jawel, we komen zelfs langs het San Marcoplein. Vanaf een meter of dertig kijken we neer op het verlaten plein. Dit is toch wel bijzonder, hier vertrok Marco Polo ooit richting China. Toch nog een stukje Zijderoute heel dichtbij op de valreep. Het is wel raar dat deze kast van een schip zo door het oude gedeelte vaart. Je zou verwachten dat er voor grote schepen een nieuwe haven 20 km buiten de stad is gebouwd. Maar nee, deze schepen gaan nog steeds over de oude waterweg. We proberen ons voor te stellen hoe het er van de andere kant moet uitzien; een slaperig, beetje mistig San Marcoplein waarop opeens in plaats van de liefelijke gondeltjes een roodwitte muur oprijst van een megaschip met daarop de schreeuwende letters MINOAN LINES. En hij komt iedere dag voorbij.


Megagroot en van alle gemakken voorzien


De boot legt aan, het is een uur of acht in de ochtend. Vrij snel mag de blusbus er al uit. De douane wenkt ons gewoon door en al vrij snel zitten we in de drukke ochtendspits van Venetië. Weer even wakker worden in het Italiaanse verkeer. Wat gaan we nu doen? Eerst maar eens uit het drukke verkeer. In een dorpje kopen we een brood en op een rustig plekje ontbijten we. Het lijkt ons leuk om nog even de bergen in te gaan. Vanuit Venetië kun je recht omhoog naar de Dolomieten. Dat is veel binnendoor en je komt dan uit in Cortina d'Ampezzo. Maar als het slecht weer is maak je een lange omweg binnendoor voor niets. Als het slecht weer is zie je in de Dolomieten de alpenweiden maar de rotswanden die uit de weides omhoog rijzen zijn dan onzichtbaar. Niks aan dus. En we weten niet wat voor weer het is, het zou redelijk goed moeten zijn. Maar ook hier in Venetië zou het beter moeten zijn dan wat we zien. Het is nog steeds grauw en mistig.

Laten we koffie gaan drinken in Verona. Dan ga je via de autoweg een stuk naar het westen. Vanuit Verona kun je recht omhoog naar de Brenner, de snelste route naar huis. We hebben een goed excuus: de harmonie van de vader van Pee geeft een thema concert met als titel Romeo en Julia. Daarvoor zoekt hij beeldmateriaal, dat de muziek kan ondersteunen. Verona is de stad van Romeo en Julia, in Verona is het beroemde balkon waar Romeo Julie zijn liefde voor haar toezong en omhoog klom. Langs de Arena lopen we de stad in. Het is een chique stad, valt ons op, zeker niet arm. Italiaans elegantie. In een trendy tentje drinken we echte espresso, samen met Italianen die snel een krantje lezen en een broodje eten.
Bij het Casa di Giulietta, het huis van Julia, staat een bronzen beeldje van Julia. Het beeldje is bijna zwart maar haar borsten zijn glimmend geel. Het brengt geluk om een van die borsten aan te raken, zeker Italiaanse vrouwen geloven hierin. Het aanraken gebeurd dus veelvuldig en vandaar de glimmende borsten. We observeren een knap Italiaans koppeltje, een jonge Romeo en Julia. Hij wil graag dat ze poseert bij het beeldje maar zij voelt daar niet zo veel voor. Het is leuk om te zien hoe het gaat. Ze gaat er een keer heen maar toch maar weer niet. Hij weer vleien, zij er toch weer heen. Uiteindelijk poseert ze wel maar de borsten raakt ze niet aan.
In een leuk, knus tentje eten we lasagne als lunch. We lopen nog wat door de stad. In een internetcafé checken we nogmaals het weer. Het ziet er toch echt goed uit dus we besluiten opeens om toch verder te gaan. Moeten we niet te lang wachten, het is alleen een uur of drie en toch nog wel een stukje rijden naar de Dolomieten. Cortina is echt te ver de bergen in vanaf het Brennerdal. Dus halen we kaarten en boeken erbij en zoeken uit waar we wat dichter bij de autoweg heen kunnen. Als we naar het noorden rijden zien we opeens blauwe lucht en late middagzon op de bergen. Shit, het klopt dus, alleen aan de kust is het zo grauw, hier is het hartstikke goed weer! We balen een beetje dat we niet meteen zijn doorgereden. Het is al een hele tijd donker als we aankomen in Possa di Fassa. Vanuit het dal was het een hele klim omhoog en daar is de blusbus nu eenmaal niet zo snel in. De camping die we uiteindelijk kiezen heeft een vriendelijke baas. We krijgen wat van de prijs af en hij zegt dat het weer de komende dagen goed blijft. Koud maar zonnig. Eigenlijk wacht hij op sneeuw en skiërs maar dat zit er voorlopig niet in. 's Nachts vriest het wel flink. Een dag later maken we nog een erg mooie bergwandeling naar de Santnerpas. We hebben besloten om de hele Rosengarten-Santnerpas Klettersteig, die ik ooit (1983) met mijn vader gedaan heb, toch maar niet te doen. Een wijs besluit, het is koud, de dagen zijn kort, er is verder niemand en bovenal blijkt de klim naar de pas al zwaar genoeg voor ons.


San Marco plein in VenetiëJong stel bij Casa di Giulietta in Verona


Om nog langs München te rijden om het Carnet persoonlijk bij de ADAC in te leveren vinden we zonde van onze tijd. Het is tenslotte ook niet nodig, zo had Karina van de ADAC ons verzekerd, we konden het Carnet net zo goed in Nederland door de douane laten aftekenen en daarna opsturen naar Duitsland. Maar omdat we dan naar Rotterdam moeten (en dat kan niet met een geschorste auto) besluiten we om onderweg onze stempel te halen. De grote Brenner grensovergang komen we toch over en daar loopt vast nog wel douane rond. Als de Duitse of Nederlandse douane het Carnet kan aftekenen, waarom dan niet de Oostenrijkse?


Oostenrijk
Vlak voor de grens gaan we van de autoweg af. Niet alleen omdat we anders tol moeten gaan betalen maar we hebben ons bedacht dat er op de Brennerpas vast nog wel een doaunekantoor is. Er staan immers vaak lange rijen trucks en treinen en die komen vast niet allemaal van binnen de EU. Al snel krijgen we in de gaten dat als er een douane zit, ze zich goed verstopt hebben. Nergens ook maar enige aanwijzing. Ik besluit bij het tankstation te vragen. 'Zollambt?? Gibts nicht mehr..' en ik word aangekeken met een blik van waar heb jij de laatste 10 jaar gezeten, is het aan je voorbij gegaan dat er zoiets is als een EU? Snel maak ik me uit de voeten. Een nieuw geniaal idee: het vliegveld van Innsbruck. Dat ligt vlak naast de stad en daar hebben ze zeker nog doaune.Haha. Na lang wachten wordt er een douanier opgetrommeld. 'Das hier ist ein Flugplatz' zegt de beambte, 'was machen Sie hier mit ein Auto?' Aha. Maar hij is zo vriendelijk iemand te roepen die er misschien wat meer van weet. Helaas kan ook deze man niet veel voor ons betekenen. Hij begrijpt het probleem maar zegt dat we dit misschien bij binnenkomst van de EU hadden moeten regelen, dus bij de Turks - Griekse grens. Helaas kan hij ons niet helpen. We krijgen het vermoeden dat het wel eens lastig zou kunnen worden om het benodigde stempeltje en krabbeltje te krijgen. We rijden de route binnendoor door Oostenrijk. Voor de Fernpas wordt het grijs. Het is gedaan met het goeie weer en we krijgen het gevoel dat de vakantie ook voorbij is. Het word nog meer grau, de regen komt met bakken uit de lucht en het begint te schemeren. De kronkelweg binnendoor door de boerendorpjes is vervelend. Eindelijk bereiken we de Duitse Autobahn.

Dolomieten: Ilona met op de achtergrond de Vajolettorens en Pee op de Santnerpas


Duitsland
We rijden maar door omdat bij dit weer niet buiten kunnen koken. Na het eerste uitgestorven stuk wordt het langzaam drukker op de weg. De regen komt met bakken naar beneden, iedereen heeft haast om in de file terecht te komen, alleen maar mooie auto's: we zijn weer in West Europa. Uiteindelijk wordt het wat droger en onder een afdakje op een grote parkeerplaats slepen we onze zak met brander en pannen naar buiten. We koken tegen een betonnen muurtje. Niet echt gezelig maar ach. Het is eigenlijk ook een prima plek om te blijven slapen dus na het eten liggen we om een uur of negen in bed. We slapen verassend goed, het is vrij rustig op de parkeerplaats en we staan niet vlak naast de autoweg. Op tijd zitten we weer achter het stuur. Op parkeerplaats Hockenheim ontbijten we. Op de heenweg hebben we hier geslapen (aan de overkant dan). Rustig tuffen we door het Duitse land terwijl Mercedessen en Bmw's langs ons flitsen. Duitsland levert altijd weer een paar mooie woorden op (die je zelf niet verzint), zoals Autobahnbetriebsdienst en Hunnsrückhöhenstraße.

Het Carnet de Passage blijft ons bezig houden. We smssen heen en weer met de vader van Pee. Hij gaat rondbellen. De Nederlandse douane op vliegveld Beek heeft nog nooit gehoord van een Carnet de Passages. Op het Duitse douanekantoor in Aken weet men precies wat het is. Maar als het een Nederlandse auto is moet het in Nederland geregeld worden. Dus weer bellen met Nederlandse douane. Uiteindelijk kent iemand het wel maar die zegt dat Nederland (de ANWB) het heeft uitbesteed aan Duitsland (aan de ADAC). Daar moet het dus ook afgehandeld worden. We voelen de bui al hangen, dit gaat lastig worden in Nederland. Inmiddels rijden we al bij Koblenz dus we zijn niet meer heel ver van de grens. In een wanhoopspoging rijden we nog naar vliegveld Bonn - Köln. We zetten de bus pontificaal voor de vertrekhal en ik ga op zoek naar de douane. Hij kent het begrip Carnet wel, het blijkt niet alleen voor auto's gebruikt te worden. Maar we zijn hier op een vliegveld en met auto's hebben zij dus niets te maken. Zijn dienst zit er zowat op maar hij wil wel nog met zijn baas bellen. Uiteindelijk komt er iemand van de douane die er alles vanaf weet. Ze discussiëren en hij neemt het over. 'Waar zijn jullie de EU binnengekomen?' Tsja, in Griekenland. Daar had je het moeten regelen. Ik doe het hele verhaal weer, zeg dat volgens de Duitse ADAC het geen enkel probleem mocht zijn om het in Duitsland of waar dan ook te doen en dat ik geen Grieks spreek. Plus het is een kleine moeite, hij hoeft alleen maar te kijken of het de juiste auto is en dan een stempel en krabbel te zette. Hij weet dat het een werkje van niks is maar vind dat ik niet op de juiste plek ben. 'Wo ist das Wagen?' ik wijs naar de glazen wand in de vertrekhal. Toevallig staat de bus recht tegenover ons in het zicht in een parkeervak. Ilona ziet ons en zwaait vriendelijk vanuit de bus. 'Nah gut, ich mach es' Yes! juich ik in mezelf. Hij loopt mee naar de bus, kijkt even naar het chassisnummer en vind het wel goed. Hij zet een krabbeltje en zoekt de inktdoos voor de stempel. Die blijkt opgedroogd en met pijn en moeite komt er een vaag zichtbaar groen stempel op het laatste blad. De rest vult hij niet in. 'Is dat genoeg zo?' vraag ik, vertwijfelend kijkend naar het minimale resultaat. 'Ja' zegt hij, 'zorg er nou maar voor dat je het op tijd inlevert want anders heb je een probleem.' Hij geeft me het Carnet terug. Ik durf hem niet meer verder lastig te vallen en verdwijn naar de bus.

Nederland
Voor de grens bij Heerlen verlaten we de autoweg. Via binnendoorweggetjes sneaken we naar de vader van Pee die in een dorpje in Limburg woont. We worden hartelijk ontvangen en hij vindt het bijzonder om de bus weer te zien.
De volgende dag gaan we op weg naar Haarlem, op weg naar de APK keuring. Deze is natuurlijk verlopen en het enige excuus om in Nederland te mogen rijden met een ongekeurde auto is als je op weg bent naar een keuring. Voor het vertrek naar Istanbul hebben we een geschikt keurstation gevonden in Haarlem, vlak bij waar Ilona's vader woont. Bij de vader van Ilona zal de bus voorlopig weer onderdak vinden, net als wijzelf. We hebben er een hard hoofd in dat de bus door de APK zal komen, maar goed, dan is ie in ieder geval weer thuis. We zien de keurmeester kritische blikken werpen en daarna krijgen we het rapport. De bus is nog goedgekeurd ook!
Na de keuring rijden we naar het huis van Ilona's vader. Astrid en Erik verwelkomen ons. We laden de bus uit en parkeren hem in een hoekje in de tuin. Waar de reis ruim een jaar eerder begon, eindigt deze nu ook weer.