Dagboek 46: van Teheran naar Istanbul

Tekst en foto's: Hans Coppens


En ik ben ook wel druk geweest met vakantie perikelen. Wat staat er namelijk te gebeuren. Al ruim een jaar staat links van dit stukje een link naar de blusbus op reis. Pee en Ilona hebben 9 maanden gereisd en zijn uiteindelijk gestrand in Bishkek in Kirgizië. Dat ligt in Centraal Azië tegen China aan. Zij zijn terug gevlogen en de blusbus is daar achter gebleven. We hebben nu een reddingsactie voor de blusbus op touw gezet. Vriend Joris van de link 'Joris in Afrika' is afgelopen zaterdag vertrokken om de bus in een maand tijd van Bishkek naar Iran te rijden. En daar neem ik de bus van hem over om ook in een maand de bus door Iran en Turkije te rijden. Daarvoor moesten nog een paar hobbels genomen worden. Maar het visum voor Iran is binnen, het ticket zojuist geboekt en opgehaald en de vakantie periode geregeld. Over 3 weken, op vrijdag 20 oktober vertrek is dus voor een maandje naar Iran en Turkije om een maandje rond te gaan touren. Een unieke kans.

Op reis
De spullen zijn zo goed als gepakt. Vanmiddag neem ik het vliegtuig naar Teheran, met een tussenstop in Wenen. Jammer dat ik midden in de nacht in Teheran aan kom. Daar tref ik op zaterdag Joris en Marije, en krijg ik de blusbus over gedragen. Om vervolgens prinsheerlijk 2 weken door Iran en vervolgens 2 weken door Turkije te gaan rijden. Heb er een boel zin in.

Ayatollahs en mozaïeken in Iran


Aankomst Teheran

Na een voorspoedige reis ben ik midden in de nacht in Teheran aangekomen. De douane ging heel gemakkelijk. Joris had reeds een kamer in het hotel gereserveerd, en de taxi bracht mij er probleemloos heen. Ik was gewaarschuwd voor de enorme verkeerschaos in Teheran. Maar om 3 uur s' nachts zijn de straten zo goed als verlaten. De lobby van het hotel ziet er enorm chique uit, maar de kamer valt reuze mee. Ik blijk de kamer naast Joris en Marije te hebben, en als ik nog half slaapdronken in bed lig, hoor ik Joris en Marije al op hun kamer. Het is een prettig weerzien in deze verre stad. Zij hebben al een maand vol avonturen er op zitten, en dragen het stokje aan mij over. Ondertussen ben ik volledig ingelicht omtrent de geheimen van de bus, en vertrek waarschijnlijk maandag vanuit Teheran naar het zuiden. Overdag is Teheran helemaal niet zo rustig. De straten zitten verstopt met verkeer, en het oversteken is een ware uitdaging. Vergelijkbaar met Cairo. Vandaag hebben we de bazaar met zijn duidenden shopjes bezocht en wat door de stad gewandeld. Het zijn de laatste dagen van de Ramadan, en er is erg weinig eten te krijgen overdag. Dat drukt de sfeer wel wat. Vanavond met een bekende van Joris en Marije op pad in de stad.


Eerste avond

Mijn eerste avond in Iran valt samen met de laatste avond van Joris en Marije. Dat vraagt om een feestelijke opening/afsluiting. Joris en Marije hebben al wat bekenden opgedaan tijdens de reis. Een van hen is een Duitser, Just, die in Teheran werkt en de Iraanse taal, Parsi, spreekt. Met hem spreken we deze avond af. Hij brengt ook nog 2 Iraanse vrienden mee, die bovendien met de auto zijn. Ze nemen ons mee naar de bergen in het noorden van Teheran. We begeven ons in de gekte van het verkeer in Iran. In de auto worden al snel 4 talen door elkaar gesproken: Nederlands, Engels (wij met Just), Parsi (Just met de Iraniërs) en Koerdisch (de Iraniërs onderling, die Koerden blijken te zijn). De weg kennen in Teheran valt nog niet mee, maar met een open raam is het gemakkelijk vragen. Een Tomtom is hier niet nodig. We stoppen nog even bij een schitterend aangelegd park wat een halve dierentuin is. Op dit tijdstip van de dag vooral bevolkt door verliefde stelletjes die paarsgewijs op de bankjes in de donkere hoekjes zitten. Dat mag blijkbaar nog wel in Iran.
Het verkeer zit ook in de avond nog muurvast en in een lange file rijden we door het rijkere deel van Teheran. Hier kost een appartement 3.000 dollar per maand en ziet het leven er heel anders uit dan in het centrum, waar ons hotel zich bevindt. Iraniers blijken het leuk te vinden met de auto door de stad te cruisen. Opvallend hoe de doorgaans zo rustige mensen in de auto veranderen in bloeddorstige monsters die als gekken de wegen onveilig maken. Zoals de reisgids terecht opmerkt: het meest onveilige in Iran is het oversteken van de weg.
Na een lange autorit komen we op de plaats van bestemming aan. Een doodlopende weg die uitmondt tussen de rotsen waar talloze restaurants tussen de rotsen en watervallen liggen. We krijgen allerlei lekkernijen aangeboden voor we neerstrijken op een eigen platform met tapijt en kussens. Daar worden we even later overladen met heerlijke gerechten die in het midden geplaatst worden en ieder neemt wat ie wil. We krijgen eten aangeboden van buren en besluiten met thee en waterpijpen. We hebben enorm plezier samen, ondanks of dankzij we andere talen spreken. De weg terug is minstens zo enerverend als de heenweg. Een waardige laatste avond voor Joris en Marije en een uitstekend begin van mijn trip. Joris en Marije zijn een beetje jaloers.


Esfehan

Na enkele dagen in Teheran waar ik onder meer het indrukwekkende juwelen museum en het Golestan paleis bezocht, was het tijd verder te gaan. Voor het eerst waagde ik me met de blusbus in het hectische verkeer. En dat viel niet mee. Ik moest langs de drukke bazaar. Het verkeer rijdt er 5 rijen dik. Auto's stoppen zonder noodzaak recht voor je neus. Mensen met handkarren steken zomaar de weg over en dwingen het verkeer tot onverwachte manoeuvres. Ik was opgelucht toen ik deze heksenketel zonder kleerscheuren kon verlaten. Teheran is een immense stad met meer dan 14 miljoen inwoners. De snelwegen waarvoor je enkele dubbeltjes tol moet betalen zijn heerlijk verlaten. Het tanken is werkelijk een plezier in Iran. Een volle tank diesel kost minder dan 1 euro!

In Kashan, zo'n 250 km ten zuiden van Teheran, staan schitterende historische huizen uit de eerste helft van de negentiende eeuw. De huizen zijn waanzinnig groot en schitterend versierd met decoraties en glas in lood ramen. De huizen zijn altijd rond 1 of meerdere binnenplaatsen met vijvers en fraaie tuinen gebouwd. Helaas was de befaamde bazaar nagenoeg uitgestorven vanwege het Suikerfeest. Bij een lokale moskee zaten families op kleden hun doden te herdenken. Ik was van harte welkom en kreeg koekjes en dadels aangeboden.

De afgelopen dagen ben ik in Esfehan geweest, waarschijnlijk de mooiste stad van Iran. Het beroemde Imam plein hoeft in grootte alleen het Plein van de Hemelse Vrede in Peking voor te laten gaan. Het is meer dan 500 meter lang en grotendeels autovrij. En er staan schitterende moskeeën aan het plein, die met hun blauwe en gouden koepels en minaretten het plein zijn gezicht geven. Vanaf het theehuis boven de bazaar is het erg goed toeven met een potje thee en een Qalyan, de waterpijp. Vanwege het einde van de ramadan is het vakantie in Iran, en Esfehan is afgeladen met toeristen uit heel Iran. De wegen zijn bijna de hele dag verstopt, en ieder stukje groen wordt ingenomen door picknickende families op kleden. De rivier wordt overspannen door schitterende oude bruggen met talloze stenen bogen die 's avonds sfeervol verlicht worden. Ook hier is het goed toeven in de theehuizen.

Vandaag is de laatste dag van de vakantie voor de Iraniërs en keert eenieder weer huiswaarts en morgen weer aan het werk. Ik ga op naar Yazd, een oude woestijnstad.

Tombe van Seyed Roknaddin in Yazd Iraanse touriste


Yazd

Yazd is een echte woestijnstad. De stad is meer dan duizend jaar oud. In de oude stad zijn de huizen alle uit leem opgetrokken. Het is een waar genoegen door de smalle kronkelende steegjes te dwalen tussen de lemen muren. Van de huizen zie je niet veel, want die zijn alle ommuurd. Dat is waarschijnlijk om de vrouwen ook nog een beetje een leven te geven. Want in deze stad zijn de vrouwen verworden tot schimmige zwarte spoken. Zodra ze iemand aan horen komen duiken ze onderdanig weg in hun zwarte kleding. Alleen de enkele Iraanse vrouwelijke toerist is zelfbewust en elegant gekleed, met een moderne hoofddoek en manteau.

De lemen huizen vergen veel onderhoud en velen zijn verlaten en vervallen. Ze zijn voorzien van zogemaande bagfirs, windtorens die ieder zuchtje wind in verkoeling omzetten. Wel nodig in een woestijnstad waar het zomers ongenadig heet is. In enkele opgeknapte koopmanshuizen zijn mooie hotels gevestigd. Ik verblijf in het Silk Road hotel, waarvan een Nederlander een van de eigenaren is. Die vindt het helemaal geweldig dat er een Nederlandse brandweerbus voor de deur staat. Ik slaap lekker in de bus en laat me verwennen door het hotelpersoneel in de fraaie binnenplaats. De fantastische moskee staat op een steenworp afstand en zorgt voor een fraaie achtergrond.

Yazd is ook het centrum voor het Zoro Astrisme, een oude godsdienst met nog maar enkele tienduizenden aanhangers. Onlangs was deze weer in het nieuws in Nederland omdat de eigenaar van de koper van hoogovens/Corus (Tata) een aanhanger van deze religie is. In Yazd staat een belangrijke vuurtempel, waarin het eeuwigdurende vuur wordt verzorgd. Net buiten de stad staan enkele zogenaamde Towers of Silence. Hierin werden tot enkele decennia geleden de lichamen van doden achtergelaten, waarna deze spoedig door de gieren van hun vlees werden ontdaan. Dit om de aarde niet te vervuilen. Tegenwoordig metselen ze hun doden in in cement. Ben benieuwd hoe dat er na een tijdje uitziet.

Towers of Silence


Iraans verkeer

De afgelopen dagen heb ik flink gereden. En dat is bepaald een belevenis. De snelwegen in het zuiden zijn heerlijk rustig. Het verkeer gaat over gescheiden rijbanen die vaak wel 100 meter van elkaar liggen. Ze zijn meerbaans, zodat je in alle rust langzaam verkeer in kunt halen en ingehaald kunt worden. In de steden is het echter een heksenketel. Daar geldt het recht van de sterkste en de brutaalste. Aan rijbanen doen ze niet of nauwelijks. Het tegemoetkomend verkeer heeft geen enkele moeite de rijbaanafscheiding te overschrijden. Spookrijders zijn gewone kost. Wachten voor rood licht zit er niet in. Iemand er tussen laten al even min. Dus wringt eenieder zich er maar gewoon tussen. Als je linksaf wil slaan wacht je niet op ruimte van het tegemoetkomend verkeer, maar rij je rustig de andere weghelft op totdat het verkeer vanzelf stopt. Een verschrikkelijke ervaring. Je zou er nachtmerries van krijgen.
Iran lijkt net het Romeinse rijk. Alle snelwegen leiden naar Teheran. Vandaag moest ik weer via dit knooppunt van snelwegen. Nog een nachtmerrie. De snelweg vanuit het zuiden eindigt op een soort van ringweg. Welke kant je op moet is volslagen onduidelijk. Ze doen hier ook niet aan viaducten of klaverbladen. U-bochten zijn het panacee. Moest je eigenlijk linksaf op de snelweg, dan rijd je eerst de beoogde weg voorbij. Dan voeg je links uit en maakt een U-bocht zodat je weer op de linkerbaan van de snelweg uitkomt, temidden van al het langsrazend verkeer. Vervolgens moet je op korte afstand zorgen dat je weer helemaal links op de snelweg terecht komt om de afslag op tijd te halen. Dat betekent vaak 5 rijbanen oversteken in alle drukte. Niet echt een pretje. Bovendien zijn de borden vooral in het Arabisch schrift, met meestal de Engelse naam klein er onder. En soms ontbreekt deze helemaal. Dan is het helemaal gokken.
Bovendien wordt de snelweg voor van alles en nog wat gebruikt. Bij ieder oprit staan tientallen mensen op de snelweg. Die willen mee. Of ze op de bus staan te wachten of op bekenden of gewoon een lift willen is mij onduidelijk. Ook worden er allerlei spullen op de ringweg verkocht. Eerst staat er iemand op de vluchtstrook te zwaaien met een vlag, zoals ze ook bij de wegwerkzaamheden doen, waardoor ik denk dat ik een rijbaan op moet schuiven. 100 meter verder op staat er dan een auto of mannetje op de vluchtstrook appels of bananen te verkopen. De potentiële kopers stoppen gewoon op de weg. Ik heb hier echt al mijn verkeersinzicht en koelbloedigheid nodig om een beetje door het verkeer heen te komen.

Uitgestrektheid en verlatenheid in het grensgebied van Iran en Turkije


Laatste dag Iran

Dit is waarschijnlijk mijn laatste berichtje en dag in Iran. Ik ben nu in Tabriz, zo'n 300 km van de Turkse grens, die ik morgen hoop over te steken. Hangt er nog een beetje van af hoe lang ik in deze stad blijf hangen met zijn grote bazaar.

Korte conclusies over Iran:

  • de mensen zijn ontzettend aardig en zijn erg nieuwsgierig
  • het land is enorm veilig, op het verkeer na
  • het landschap is erg wisselend. Het is erf bergachtig. Grote delen zijn gortdroog. Het landschap van de laatste dagen was schitterend groen en gevarieerd
  • Het landschap is rommelig. Zaken worden niet afgewerkt.
  • De theehuizen met hun waterpijpen zijn schitterend en goede plekken om lokale vrienden te maken

Grensovergang
Het is gelukt. Ik ben de beruchte Iraans-Turkse grens heelhuids overgekomen. Waar ik vooral bezorgd over was, was het Carnet de Passage. Dat stond op een andere naam en was verlengd. Maar de handtekeningen werden ampel verstrekt, en binnen 10 minuten had ik het gestempelde carnet weer retour. Niks geen controle. Het duurde nog wel even voor ik ook mijn paspoort gestempeld had gekregen, maar de douane mensen waren erg vriendelijk. Het Iraanse hek ging open, maar het Turkse liet nog even op zich wachten.
Pas in Turkije werd het lastig. Iemand wees me de weg. Er kwam een aardige man die mijn auto kwam inspecteren. Ik moest hem later op komen zoeken. Mijn hulpje bleek de verkeerde adviezen te geven, en werd vervangen door een ander die me onder zijn hoede nam. Ik moest een visum hebben, terwijl ik bijna zeker wist dat dat voor Nederlanders niet nodig is. Op naar een loket waar mensen zich voor verwrongen. Mijn visum zou 50 dollar moeten kosten. Dat leek me wel erg gortig. Ik terug naar de grens man. Wist hij wel zeker dat ik een visum nodig had. Na een tijdje zoeken op zijn computer kwam hij met de bevestiging en dat dit 10 euro of 15 dollar moet kosten. Vooruit dan maar. Mijn laatste hulp had zijn kruit verschoten (50 dollar i.p.v.15) en verdween. Ik kocht het visum en kreeg mijn toegangsstempel. Ik zag verder geen loketten dus reed ik maar verder, waar ik werd gestopt en een stuk terug moest. Daar vertelde een aardige jonge man dat ik nog een stempel van de customs nodig had. Ik weer terug naar de hal, waar ik verstopt in een kantoortje de vriendelijke man weer vond. Deze vervulde snel de formaliteiten en schreef de auto in mijn paspoort in. Hij gaf me ook het terechte advies mijn tank te vullen met de brandstof uit de reserve jerrycans. Ik mocht maar 10 liter extra meenemen, en ik had er 40. Logisch gezien het prijsverschil tussen de diesel in Iran (1,5 cent) en Turkije (1.40) bijna een factor 100 bedraagt. Want bij de controle werd er nog even aan mijn bijna lege jerrycan gerammeld, en kon ik eindelijk doorrijden. Ik was 2 uur verder. En in een nieuw land. Het is weer even wennen.
Ook aan het toetsenbord. Ze hebben hier 2 soorten i: 1 met punt(i) en een zonder(i. En die zonder zit op de plek waar bij ons die met zit. U zult nogal wat puntjes missen. En ç,g,ü kennen wij ook niet.


Eerste indruk Turkije

Ik ben nu iets meer dan een dag in Turkije. En de verschillen met Iran zijn opvallend. Niet zozeer in het landschap, want dat lijkt erg op elkaar zo dicht bij de grens. Het schrift is opeens van Arabisch naar het ons bekende alfabet. Ik kan opeens weer plaatsnamen en opschriften lezen. Begrijpen is weer iets anders, want mijn kennis van het Turks is nog nul. En opeens zijn er weer vrouwen zonder hoofddoekjes. Wat een verademing. In Iran moest ieder meisje vanaf haar negende jaar in het openbaar een hoofddoek dragen. Hier in Oost Turkije worden nog vrij veel hoofddoeken gedragen, maar de nieuwslezeres ziet er niet meer uit als een non, en je ziet weer eens wat vrouwenhoofden. De mensen zijn ook erg anders. Van de veelheid in typen mensen in Iran naar een eenheid van typische wat boerse Turken. En het verkeer is (gelukkig) een wereld van verschil. Hier rijd iedereen heel westers. Ik bemerk tot mijn schrik dat ik een beetje Iraans ben gaan rijden, wat hier niet in dank wordt afgenomen.
In Iran was er vrij veel politie op straat, die mij eigenlijk altijd met rust lieten. Slechts 1 keer heb ik bij een controle mijn paspoort moeten laten zien. Voor de rest waren ze erg aardig, en toen ik eens een slaapplaats zocht met de bus, werd ik door een behulpzame man voor het politiebureau afgeleverd, waar ik veilig kon slapen. In oost Turkije zijn de militairen in groten getale aanwezig en een stuk minder vriendelijk. Alleen vandaag al ben ik 3 keer gecontroleerd. 1 keer was ik per ongeluk een controle post voorbij gereden, en dat werd bepaald niet in dank afgenomen. Ik kan me goed voorstellen dat de Koerden zich geïntimeerd voelen door dit militair machtsvertoon tegen de eigen bevolking.
In beide landen heerst een thee cultuur, maar wat verschillen de theehuizen. In Iran waren het veelal gezellig aangeklede gelegenheden met kussens en fonteintjes, waar ook vrouwen welkom waren en genoeglijk een waterpijp gerookt kan worden. In Turkije zijn het de kale sfeerloze ruimtes waar alleen mannen naar een TV staren. En nog geen Nargileh (waterpijp) gespot.
Ik ben nu bij het Van meer, en het is koud en regent pijpenstelen. Hopelijk wordt het weer snel beter.

Sanliurfa


Urfa

Na gisteren een hele dag te hebben gereden met weinig hoogtepunten kon ik vandaag oogsten. Het is hier al om half vijf in de middag donker, dus begint de dag ook vroeg. Om 6 uur begon ik reeds te rijden. In vergelijking met de voorgaande dagen was het vrijwel onbewolkt en de zon was juist aan het opkomen. Kleine domper was dat de weg naar mijn bestemming was afgesloten, en dat ik een andere weg op werd geleid, waarvan ik vreesde dat die niet zo maar naar mijn gewenste bestemming leidde. Dit bleek echter wel het geval, alleen met een omweg van zo een 50 km. Deze kleine bochtige landweg leidde mij door eindeloze katoenvelden met mooie fotografie mogelijkheden. Een waar genoegen.

Rond 9 uur in de ochtend bereikte ik mijn bestemming voor vandaag Sanliurfa of kortweg Urfa, een middelgrote stad die dicht tegen Syrië ligt. Met een geheel eigen soort mensen. Veel mannen dragen de bekende Palestijnensjawl, maar dan in het rood. Dit tezamen met pofbroeken met drollenvangers waarvan het kruis beneden de knie hangt geeft een heel Arabische uitstraling. De vrouwen dragen juist weer opvallend lila hoofddoeken met schitterende glitter jurken. Een heel eigen type mensen. Een hotel was snel gevonden en de bus kon blijven staan.

Al snel werd ik aangetrokken door opzwepende muziek van trommel en fluit. Deze leidde mij naar een binnenplaats van een huis waar het een drukte van belang was, en werd gedanst. Vooral door de vrouwen in prachtige gewaden die hand in hand naast elkaar op en neer gaande bewegingen maakte. De mannen zaten er omheen en keken toe. Ik werd direct uitgenodigd om te komen zitten en foto's te maken. En iedereen wilde graag op de foto. Ik kreeg thee en sterke koffie aangeboden en er werd aan me getrokken om ook op de foto te mogen, of dat ik juist anderen moest fotograferen. Het toppunt waren 2 kleine jongens die perse stoer met hun pistolen op de foto wilden. Een bijzondere ervaring.

De stad is een duizenden jaren oude pelgrimsstad waarin de profeet Abraham zou zijn geboren en op miraculeuze wijze aan de dood ontsnapt. Er komen pelgrims van heinde en verre om deze plek te bezoeken, waar fraaie vijvers zijn aangelegd met heilige karpers die overdadig gevoerd worden. Er zijn vele oude moskeeën en een ruïne van een indrukwekkende vesting. De stad heeft vele kleine kronkelstraatjes en een levendige bazaar. Heerlijk om door heen te dwalen.

Bijzondere sferen in het oosten van Turkije


Ik had besloten me ook maar eens aan de hamam te wijdden, het befaamde Turkse badhuis. Onbekend met de gebruiken nam ik het volledige pakket en liet me leidden. Eerst kleed je je uit in een kleedhokje en bindt een verstrekte doek om het middel. Vervolgens kom je in een marmeren ruimte waar het lekker warm en vochtig is, en waar je bovendien gloeiend heet water over je heen kunt scheppen om het zweten op gang te laten komen. Als je voldoende geweekt bent, wordt het tijd voor het schoonschrobben van de huid. Dit gebeurt door een pezige grijsaard met behulp van een schurende handschoen, die complete huidlagen afscrubt. Al dat lichaamshaar was ook niet erg hygiënisch, dus dat werd er ook professioneel afgeschoren. Vervolgens een massage. Ik houd vooral van zachte massage waar je lekker ontspannen van wordt. Daar had deze man heel andere ideeën over. Liggend op de marmeren vloer werd er hardhandig in spieren geknepen en geduwd. Dit was gewoon mishandeling. Maar ja, het hoort er schijnbaar bij en ik leverde me over. Na nog een afkoelingsperiode was het tijd om te wassen. Ik werd grondig ingezeept en afgespoeld met heet water. De finishing touch mocht ik zelf doen. Daarna kreeg ik een schone handdoek en mocht ik gaan afkoelen on de ontvangstruimte. Ik voelde me erg schoon na deze badbeurt van ruim anderhalf uur.

En de avond afgesloten met een heerlijk diner in een traditioneel restaurant in een gerenoveerd oud huis, waar ik in een eigen kamer gezeten op kussens en tapijten me heb volgestopt met lokale specialiteiten. Een schitterende dag.

Capedocië
Ik reis als een tornado door Turkije. Eergisteren was ik in Urfa. Gisteren Harran bezocht waar de mensen in huisjes woonden in de vorm van een bijenkorf. Erg leuk. En het gehele autopark bleek te bestaan uit bejaarde, lichtblauwe Renault 12's, een model dat volgens mij al meer dan 20 jaar niet meer gemaakt wordt. Vervolgens weer de hele middag en groot deel van de avond doorgereden om vandaag in Capedocië aan te komen. Door een oude vulkaan uitbarsting is er tufsteen afgezet, wat de meest fantastische vormen aanneemt. En omdat het tufsteen eenvoudig te bewerken is, zijn er veel huizen en kerken uitgehouwen. Rare jongens die Turken.
Göreme zou normaal een backpackersparadijs a la Ko Phi Phi en Dahab moeten zijn. Daar merk ik nu weinig van. Het is steenkoud en er liggen nog resten sneeuw van vorige week. Bijna alle pensions zijn verlaten en 's avonds op straat is het een trieste bedoening als de weinige backpackers langs de lege restaurants schuiven op zoek naar wat vermaak. Bepaald geen hoogtepunt. Maar weer snel de warmte van de zee op zoeken.

Rotswoningen in Capedocië Graf van Mevlana in Konya


Antalya

Op een zonnige ochtend bleek het wel mee te vallen in Capedocië. Lekker potje thee maken in het ochtendzonnetje. Bij een mooie wandeling door de valleien met de fraaie natuurlijke sculpturen en uitgehakte huisjes, is het helemaal niet erg dat er geen andere mensen zijn. Dat is juist erg prettig. Ik kwam van het een in het ander en liep steeds verder. Ik kon zelfs nog een uitgehakt huisje van binnen bewonderen. En met wat klimmers kwaliteiten was ook de bovenverdieping te bereiken. Erg leuk.

Jammer dat ik weer op tijd weg moest, want ik wilde voor het donker en sluitingstijd van het museum in Konya aankomen. Dat lukte ternauwertijd, omdat er onderweg nog een wonderschone karavanserai te bewonderen was. Dit is een verblijf waar de kamelen karavanen op de zijderoute konden overnachten. De karavanserai liggen ongeveer 30 km van elkaar af, de afstand die een karavaan in een dag af kon leggen. Hier kon veilig overnacht worden. Het is een enorme ruimte met metersdikke muren met een zomer en een winter verblijf. Imposant.
En dan Konya. Het is de stad van de dansende Derwishen en de stichter van deze mystieke soefi orde, Mevlana, ook wel bekend als Rumi. Mevlana ligt begraven in een museum, tezamen met een aantal andere Derwishen. Een schitterend museum met een haast gewijde sfeer. Een belangrijk pelgrimsoord voor de Turken. Daarnaast blijkt Konya ook een heerlijke studentenstad met eindelijk weer eens veel leven op straat. Een optreden van de dansende Derwishen heb ik helaas niet mee kunnen maken (al eerder gezien in Cairo), maar een levendig studentencafé met veel Nargilehs maakt veel goed.
En nu ben ik weer in een heel andere wereld terecht gekomen. Die van het massa toerisme. Antalya om precies te zijn. Dat is weer erg wennen. Gisteren reed ik vers uit het binnenland Side binnen. Langs de Romeinse ruines, onder de toegangspoort door en dwars door een drukke winkelstraat. Voor ik het wist stond ik met de bus shocking klem in de haven, pal onder de vuurtoren. Vooruit kon niet meer, draaien was onmogelijk door alle geparkeerde auto,s en ik kon dit traject onmogelijk meer achteruit rijden. Dus maar wachten tot er wat meer ruimte kwam.
Het dorpje is vergeven van de toeristen. Bijna allemaal gepensioneerden en Duits is de voertaal. Zodanig dat je door de Turken in het Duits wordt aangesproken. En de prijzen zijn allemaal in euro's. Dat is wel weer even schrikken. Zowieso merk je dat naarmate je meer naar het westen komt de prijzen stijgen maar hier is het absurd.
Side is een oude Romeinse stad, en er liggen vooral veel grote stukken bewerkt marmer op de grond. Maar wat een schaal. En wat schitterend bewerkt. Daaruit blijkt wel de grootsheid van het Romeinse rijke en het niveau van de beschaving. En van veel slavenarbeid die nodig was om al dat marmer te bewerken en die kolossale blokken op hun plek te krijgen. Ik voel me erg klein bij dei kolossale gebouwen. En in dit deel van Turkije is het bezaaid met dergelijke oude Romeinse steden. En toeristen ressorts.
Nu dan Antalya. De eerste indruk is erg leuk. Leuke oude stad met schitterende gerestaureerde Ottomaanse huizen die nu in gebruik zijn als pension. En een pittoreske haven met enorme stadsmuren. Ik blijf nog een paar dagen in de buurt voor ik de oversteek naar Istanbul maak.


Olympos

Vandaag was de blusbus bij de berg Olympos om naar de eeuwige vlammen te kijken, die daar gesignaleerd zijn. Op diverse plaatsen komen er vlammen uit de rots. Niets om ongerust over te zijn, want de vlammen zijn slechts enkele decimeters hoog en kunnen geen kwaad. Je kunt je er aangenaam aan verwarmen. Het omliggende naaldwoud komt niet in gevaar en het uitzicht op de omliggende bergen en de zee in de verte is schitterend. Er komt schijnbaar een zeer brandbaar gas uit de aarde wat spontaan ontbrand. De blusbus is niet in actie getreden, en de vlammen branden nog steeds. Net als het vuur van de vuurtempel van de Zoroastianen eerder in Iran.
Bij de berg Olympos tref je ook het verschijnsel van de boomhut aan. De berg wordt omgeven door twee buitengewoon mooie valleien, waar de onafhankelijke reizigers hebben ontdekt dat het er goed vertoeven is. Er is nog wat oudheid in de vorm van enkele vervallen Romeinse ruines en er is een lekker strand aan een mooie baai. Er zijn tientallen pensions die primitieve hutjes verhuren, waar het goed relaxen is. Dat heeft schijnbaar tot een grote rage geleid. Het is wel duidelijk dat het seizoen ruim en breed over is, want de meeste pensions zijn ronduit verlaten.


Istanbul

Ik ben in Istanbul aangekomen. Het rijden zit er voor mij op. Ja, morgen nog even naar het vliegveld om de officiële overdracht van de auto voor de douane te regelen, maar dan geef ik de auto weer over aan Pee en Ilona, die hem naar Nederland gaan rijden. Ik heb de afgelopen 4 weken bijna 6.000 kilometer gereden, en dat is wel erg veel. Vooral in Turkije ben ik iedere dag verkast. Niet echt relaxed, maar wel heel intens. De auto heeft het erg goed uitgehouden en er heeft zich geen enkel probleem voorgedaan.
Nu ben ik bij Ton in Istanbul, waar ik de komende dagen verblijf. Nog lekker een paar daagjes van Istanbul genieten, voor ik zondag weer naar huis vlieg. En er zijn natuurlijk heel veel plaatjes geschoten, die op de een of andere manier wereldkundig gemaakt dienen te worden. Daarover later.

Turkse bureaucratie
Vandaag hebben we de laatste hobbel genomen. De auto moest uit mijn paspoort verwijderd worden, en in dat van de eigenaar van de auto ingeschreven te worden. Daartoe moeten we ons vervoegen bij custom management bij Atatürk Airport. In een achteraf gebouwtje naast de snelweg vonden we het betreffende kantoor. Daar waren grijze mannen druk bezig stoffig papier te herrangschikken. Wij stoorden hen duidelijk in deze niet erg opwindende bezigheid. Het is waarschijnlijk het stoffigste en meest weggestopte kantoortje wat ik heb gezien. En ze hebben ons een fraai staaltje bureaucratie laten zien. Het heeft ons in totaal drie en een half uur gekost om alle formaliteiten te doorlopen. Wij waren met zijn vieren. We hebben wel met 10 verschillende personen te maken gehad. En zonder onze Turkse reddende engel Oznur die kon tolken was het ons nooit gelukt. We hebben er geen woord Engels gehoord. We werden van het kastje naar de muur gestuurd, moesten dan daar weer een formulier halen, daar een stempel of een handtekening en steeds weer kopieën maken. De auto moest achter een hek worden gestald, waarna hij pas weer weg mocht nadat de nodige documenten met stempels konden worden getoond. We hebben het idee dat we een invoer en uitvoer cycli van de auto hebben doorlopen. Hopelijk hebben we nu al de stempels, en kan ik zondag gewoon naar huis vliegen, en Pee en Ilona met de auto naar Griekenland.

Gezellig borrelen in Istanbul; Pee, Lutske, Ilona en Ton in een theehuis Blauwe moskee en bazaar


Istanbul 2

De laatste dagen in Istanbul waren al een beetje een overgang naar huis. Ik verbleef bij Ton, waardoor het zowel voor hem als voor mij behoorlijk thuis voelde. Eindelijk weer gewoon Nederlands praten. Ondertussen waren ook Pee en Ilona en Lutske in Istanbul aangekomen. En met hen hebben we vooral veel in het theehuis gezeten om een waterpijp te roken, en bijpraten en uitgebreid eten. Dit was dus al aanzienlijk minder reizen dan voorheen. Maar wel een goede overgang naar huis, waar ik op zondag ben aangekomen.