Dagboek 42: Toen wij naar Rotterdam vertrokken..

Rotterdam, 12 juni 2006


Als we om 4 uur opstaan is het nog donker in Bishkek. We stoppen het beddengoed in een plastic zak en eten wat. En we wachten af wat er gaat gebeuren. Om kwart voor 5 verschijnt niemand en een kwartier later gaat de telefoon. Iemand in krakkemikkig Engels maakt duidelijk dat er een probleem is met het vliegtuig. Het vertrek is uitgesteld tot 1 uur 's middags. Wat?! Dat is 7 uur vertraging! En mijn vliegtuig is dus stuk. Dat gaat lekker zo! Het bed is al opgeruimd en het beetje eten wat nog over was weggegooid. We kruipen maar weer onder een dekentje en slapen uiteindelijk nog wat. Na een paar uur hangen in het appartement stoppen we de slaapspullen nog in de bus bij Ecotour. Vragende blikken. Jaja, vertraging, wel vandaag weg (hopelijk). Van de laatste sum ik eet nog een heerlijk vegetarisch mini-pizza-quiche-taartje bij ons winkeltje.
Voor we het weten gaat de bel. Ik doe open en er staan een hoop mensen voor de deur. Een klein mannetje in wit pak komt als eerste binnen. Beetje ongeschoren en met blauwe pretoogjes. Het blijkt een Duitse Notartz. Zijn Duitse collega is paramedicus en zij zijn degenen die het transport begeleiden. We hadden Turken verwacht, zeggen we, maar die doen alleen het regelen, begrijpen we. 'Sie sprechen Deutsch?', vraagt de arts. 'Sind sie fertig?' Uhh, ja maar ik dacht dat u me eerst zou onderzoeken? 'Nein, machen wir ins Flugzeug, viel bequemer. Es geht ihnen doch ziemlich gut, nicht?' Hij heeft de situatie meteen ingeschat en lijkt verheugd dat het meevalt. Beneden staat een ambulance en een grote taxi. Al met al hebben zich een stuk of 10 mensen verzameld. Ik moet in de ambulance de rest die meemoet propt zich in de Audi met alle spullen. De ambulance is van westerse afkomst, een gele Mercedes-bestel met verhoogd dak. Maar binnen blijkt er geen enkele apparatuur in te zitten. Ik moet op de stretcher, een Russische verpleegkundige nestelt zich in de fauteuil naast me en slaapt binnen 10 minuten. We zijn op weg naar Manas international, het vliegveld van Bishkek, een kilometer of 30 buiten de stad.

Op het vliegveld slepen we alle zooi naar binnen en een contactpersoon brengt ons naar de medische afdeling. 'Is er een toilet in het vliegtuig?', is mijn meest prangende vraag. 'Nein, es ist ein zehr kleines Flugzeug.' Oh. Heeft u nog diarree? Ja. Er wordt gezocht naar Loperamide. De Duitsers hebben twee tassen met een indrukwekkend assortiment aan ampullen en ander spul bij zich maar daarin zitten geen diarreestoppers. In ons EHBO-tasje ook niet. Gelukkig kun je op zowat ieder hoek van de straat in Kyrgyzstan medicijnen kopen, dus ook in het vliegveld is een apotheek. Twee tabletten erin, nog 1 keer naar het toilet en we gaan richting het platform. Het is 3 uur vliegen tot een tussenstop in Rusland. Daarna nog 4 uur naar Rotterdam. In Rusland kunnen we weer naar het toilet..

Het ambulancevliegtuig op het vliegveld van BishkekAmerikaans militair transportvliegtuig


Via een achterdeur mogen we richting vliegtuig. De bagagecontrole stelt niks voor. Buiten staan wat Kirgizische passagiersvliegtuigen en een paar grote, donkergrijze transportvliegtuigen van de Amerikaanse luchtmacht. Het vliegveld van Bishkek is een steunpunt voor de 'War on Terror' van president Bush. Van hieruit is het niet heel ver naar Afghanistan. Het kleinste vliegtuig op het platform blijkt dat van ons te zijn. De oudere piloot is niet blij als hij onze bagage ziet.. 'Heeft niemand iets gezegd over de beperkte ruimte? Normaal vervoeren we alleen een patiënt met zijn koffer.' Het vliegtuig is een business-jet die nu ingericht is in de ambulance versie. Dus met stretcher en vol medische uitrusting, inclusief zuurstofflessen en elektroshockding. 'Als we niet weten wat voor patiënt we hebben, gaat alles mee'. Ik kijk eens naar binnen en het is inderdaad echt klein. De arts en zijn maat doen niet moeilijk en beginnen te stouwen. Uiteindelijk ligt overal wat maar zit alles erin. Ik word angeschnallt op de brancard. De piloten zijn bezig met de douane en de afhandeling van andere documenten. We krijgen zonder problemen een exit-stempel in ons paspoort, niemand vraagt naar declaratieformulieren of blusbus. De deur gaat dicht, de piloten kruipen in de cockpit en we gaan! Het is een uur of 2 's middags.

De bergen achter Bishkek verdwijnen snel uit het zicht en ik praat met Norbert (de arts) en Jürgen (de verpleegkundige) over hun werk. Vliegtuig en bemanning komen uit Nürnberg en ze vliegen over de hele wereld. Kyrgyzstan waren ze nog niet geweest, dus dat kunnen ze op hun lijstje bijschrijven. Het zijn twee gemoedelijke en losse mannen. Ze maken net als wij (eens een toerist, altijd een toerist) ook uitgebreid foto's van alles en het lijkt voor hen een uitje. Ze zijn blij dat het goed met me gaat. Voor hun betekent dat een relaxte vlucht. 'Dat is soms wel anders', zegt Norbert. Ze komen soms patiënten tegen die er erg slecht aan toe zijn en waar ze eigenlijk niet weten wat er aan de hand is. Soms krijg je geen informatie, soms wel en soms klopt die dan weer niet of is het een vage, onleesbare fax. In zo een geval moeten wij beoordelen en handelen. 'Dan muss man richtig arbeiten', zegt Norbert. Ondanks hun losse houding had ik meteen al toen ze binnenkwamen in ons appartement alle vertrouwen in het tweetal. Als er echt iets is, dan regelen ze het voor je. Nu gaan de schoenen uit, tijdschriftje erbij en maakt men het zich bequem. Ik krijg helaas niets te drinken.

Het team van Flight Ambulance International: Jürgen & Norbert en de captain met de vrouwelijke Zwitserse co-piloot


Na 3 uur zien we een grote rivier en begint het vliegtuig te dalen. Ik krijg eindelijk wat te drinken want we kunnen zo naar het toilet. We gaan landen in Saratov aan de Wolga. Gisteren heeft het team hier, op weg naar Bishkek, ook een tussenstop gemaakt om te tanken. Toen is bij de landing een band geklapt en het heeft in totaal 6 uur (reparatie en formaliteiten) geduurd voordat het vliegtuig weer verder kon. Uiteindelijk was de bemanning pas om 1 uur 's nachts in het hotel in Bishkek. De vliegers moeten dan verplicht 12 uur rusten en dat verklaart de vertraging en het telefoontje van vanochtend. Onder ons verschijnt een standaard Russische stad (rijen verlopen woonkazernes en fabrieken) en iedereen zit een beetje met samengeknepen billen te wachten totdat we de landingsbaan raken. Gelukkig nu geen klapband en de piloot remt heel voorzichtig als we over het oude beton rammelen. Er staan wat helikopters en vliegtuigen die jaren niet van hun plek lijken te zijn geweest. Iemand fiets in een vuil camouflagepak en met sandalen aan over het platform. We zien twee uniformen naar ons vliegtuig toekomen met nog wat volk. De deur gaat open en we stappen uit. Het groepje blijft op een paar meter afstand staan, een blonde vrouw komt naar ons toe en blijkt een vertaalster. Er wordt wat gepraat en er komt een roestige, gele tankwagen aanrijden. En er wordt gevraagd wat de patiënt heeft. Niemand zegt wat dus ik: bacterial infection. Dat had ik beter niet kunnen doen, want deze eerlijkheid wordt meteen bestraft. Bij het groepje zit namelijk een arts. Een chagrijnige vrouwelijke dokter uit de oude tijd, die geen risico wil lopen op een besmetting van het vliegveld Saratov. Dus mag niemand mag naar het toilet. Want iedereen zou wel eens besmet kunnen zijn.. De piloot is boos en sist naar mij: 'Had je niet kunnen zeggen dat je last had van je hart?' Tsja, niet slim, bij het woord bacterial infection gaan natuurlijk de alarmbellen af. De arts grinnikt: 'Je kunt je afvragen of zij bang voor jou moeten zijn of wij voor hen. Wacht maar totdat je hun toilet hebt gezien..'

Vanuit de tankwagen wordt een slang uitgerold. De dop gaat van de tank aan het eind van de vleugel en de snuggere Russische pompbediende hangt de slang erin. Met veel kabaal wordt een pomp gestart. Het aantal liters wordt ingesteld en de co-piloot giet een flesje transparante vloeistof leeg bij de brandstof. Dieselcleaner! denken Iloon en ik meteen na de net zo vage brandstofvoorzieningen in Centraal Azië (het blijkt antivries te zijn). Het is net of je je auto tankt, niet vergeten dop er weer op te draaien, bonnetje ondertekenen en klaar. Met veel zwarte walm vertrekt de tanktruck weer. En wij mogen nog steeds niet naar de wc.

Een gedeelte van het ontvangstcomité in Saratov. Rechts de 'Heks'


Iedereen begint nu toch echt wel te balen maar besluit af te wachten. Maar er gebeurt niets. De piloot zegt: ik loop wel naar het gras, 100m verder en dan plas ik daar wel. Consequent is het Russische antwoord: dan wordt het gras besmet. Dus dat mag niet. De situatie is absurd. Ik zeg tegen de vertaler dat ik ziek ben en de anderen niet. Dus ik ga niet naar het toilet maar laat in ieder geval de anderen gaan. De Russische arts vertrouwt het niet. Ze wil documenten zien over wat de patiënt heeft. 'Heb ik niet', zegt de Notartz. 'Niet gekregen in Kyrgyzstan'. Die documenten zijn er wel en wij hebben zelf het medisch rapport van Diana. Maar als we dat laten zien mogen we zéééker niet naar de wc. Ik zeg nog dat als er besmettingsgevaar was, men mij wel in een isolatie had gestopt. Niemand zou het risico willen lopen dat ik het hele vliegtuig besmet. De piloot wil weg als we toch niet mogen. Uiteindelijk gaat de arts het aan haar baas vragen. 10 minuten later mag iedereen naar de wc. Behalve ik natuurlijk.

De deur van het vliegtuig gaat dicht, we kunnen gelukkig weer weg. De twee uniformen en de zuurpruim kijken ons na. 'Hekse', lacht de arts als we langs het groepje wegtaxiën over het platform.

Na dit akkefietje is er eten! De Duitsers hebben goedgevulde sandwiches meegekregen van hun hotel in Bishkek. Ei met spek, sla, tomaat en mayo. Plus nog een derde laag van kipfilet en een Milka chocolaatje toe. Ik heb berenhonger dus dat gaat er wel in. De kip laat ik toch maar over. Helaas blijven de consequenties niet uit. Een half uur later krijg ik een wat aandringend gevoel in mijn buik. 'Wie lange ist es nog?' Twee uur. Aj, als dat maar goed gaat. Ik ruil met Ilona van plek en ga stilletjes in de stoel zitten. Het zijn geen leuke uren.

Gelukkig zie ik op een gegeven ogenblik de hoogtemeter in de cockpit dalen. We gaan omlaag en zijn dus in Nederland. Ik zie 'Utrecht' in een voetbalstadion staan, herken de autoweg naar Rotterdam en zie na een tijdje de Kralingse Plas en de skyline van de stad verschijnen. Dat is toch wel raar. We landen op Zestienhoven. Het is zeven uur 's avonds. Bijna 9 maanden zijn we onder weg geweest, in zeven uur vliegen zijn we weer terug in Nederland. En dan ook nog in Rotterdam. Bizar.

Terug in Nederland


Op het platform staat een gele ambulance klaar, samen met een donker busje van de Anwb-Alarmcentrale. Broeders komen naar het vliegtuigje toe. Ze dragen plastic schorten over hun groengele kleding en hebben handschoenen aan. Het is meteen Rotterdam: 'Ben u de patiënt? Nou, kom u maar mee dan, dan gaat u naar het ziekenhuis!' We nemen afscheid van de piloten en ik excuseer me voor mijn domme uitlating in Rusland. De bemanning blijft die avond in Rotterdam, morgen vertrekken ze naar Marrakech, krijgen ze net te horen. De twee medici gaan nog mee naar het ziekenhuis. Ik mag nog effe snel bij Piet op kantoor naar toilet en dan rijden we het vliegveld af. Geen douane of niks, wat goed dat niemand moeilijk doet.

Achter in de ambulance geeft broeder Bart uitleg over de extra kleding die hij en zijn collega's dragen. 'MRSA-protocol, uit voorzorg krijgen alle patiënten die uit het buitenland komen een speciale behandeling'. De bedoeling is dat er geen besmetting met de MRSA-bacterie plaatsvindt in het ziekenhuis. Ik kan drager zijn van die bacterie. Zieke mensen zijn er vattelijk voor en het is niet de bedoeling dat ik straks een hele afdeling besmet. Dat geeft een hoop gedoe en is geen goede publiciteit voor het ziekenhuis. Nederland is zo ongeveer het enige land dat deze procedure nog in stand houdt. Ik krijg ook een plastic schort om en straks bij aankomst in het ziekenhuis, ook nog een mutsje en mondkapje, zegt Bart. Hij mag straks de ambulance helemaal uitruimen en gaan schoonmaken. 'Dan zul je wel blij met me zijn', zeg ik tegen hem maar Bart heeft er geen moeite mee. 'Lekker muziekje aan, het is mooi weer, er zijn ergere manieren om je middag om te krijgen'. Het is een geschikte kerel. Hij is nieuwsgierig naar de trip die we gemaakt hebben. Zelf zoekt hij het wat dichter bij huis. Het werk op de ambulance biedt genoeg afwisseling, sensatie en uitdaging. 'Een wereldbaan, ik zou niks anders willen doen', zegt Bart. We rijden langs de afslag Crooswijk.


Ook de familie op bezoek ontkomt niet aan de MRSA-maatregelen


Ilona moet lachen om de man van het ANWB-busje, die 'het iedere keer weer zo een zooitje' vindt voor de deur van het Havenziekenhuis. Het is druk maar alle auto's staan netjes in de vakken en er is genoeg plek om zijn busje en de ambulance te parkeren.
Er blijkt helaas geen quarantainebed vrij te zijn in het ziekenhuis. Het personeel gaat kijken wat ze kan regelen. Ik zit nu met muts en mondkapje op en voel me niet bijster. 'Als we je nu een kwartiertje hier buiten op de stoep zetten is de MRSA ook weg', zegt een van de ambulancebroeder. In plaats daarvan besluit Bart om me alvast bloed te prikken in de ambulance. 'Dan kan dat meteen worden onderzocht.' Pfff, daar heb ik nu helemaal geen zin in. Maar zoals de rest van de dag laat ik alles maar over me heenkomen. De dikke naald gaat erin en ik krijg het benauwd. 'Dit gaat niet goed' zeg ik nog en dan ben ik weg. Niet zo raar, vanochtend om 4 uur opgestaan, nauwelijks gegeten en gedronken, de spanning van de vlucht, het mondkapje waardoor ik nauwelijks nog zuurstof krijg.. ik heb een hele rare korte droom die ik niet meer weet. Ik schrik wakker, de ambulancemannen staan naast me. Ilona is geschrokken van mijn wegdraaiende ogen. Ondertussen is er wat geregeld en mag ik naar binnen. We nemen afscheid van de twee Duitsers en in rap tempo wordt ik in een rolstoeltje het ziekenhuis in gereden. Met de lift naar de vierde verdieping, Bart en Ilona sjouwen de rugzakken. Op de kamer kruip ik meteen in bed. De deur gaat dicht en ik mag er niet meer uit. 'Tsja, helaas is er geen douche op de kamer', zegt een verpleegkundige. 'En een toilet dan', vraag ik? Bart wijst naar een po-stoel. 'Helemaal voor jou alleen' zegt ie, 'succes ermee!' Hij loopt lachend naar buiten. 'Bedankt Bart!' Ik lig in een isolatiekamer. Daar moet ik inblijven totdat duidelijk is dat ik geen MRSA heb. Ik mag er dus niet meer uit en niemand mag er vanaf nu nog in zonder beschermende kleding. De verpleegkundige draagt een groen operatieschort, handschoenen, muts en mondkapje. Guido en Luts pikken Ilona op met haar rugzak. Bij hun mag ze logeren zolang dat nodig is. Nadat er MRSA-monsters zijn afgenomen en nog drie keer bloed is geprikt, word ik om een uur of 11 eindelijk met rust gelaten. Daar lig ik dan, in het Havenziekenhuis in Rotterdam, uitkijkend over de Maas met in de verte de Van Brienenoordbrug.