Dagboek 40: Rond het Issyk-Kul meer (vervolg)

De vloek van Kochkor
Het begint er al mee dat onze 'patchipnik' stuk is. Het zal je maar gebeuren.. In Rotterdam hebben we voor vertrek de V-snaren van de bus laten vervangen. Nadat we bij de lokale garage in Karakol de sjielpende V-snaren nog een keer hebben laten aanspannen blijkt er een nieuw geluidje bijgekomen. Na lang beraad en veel gekrab achter de oren blijkt de conclusie dat dus door een kapotte patchipnik te komen. Na het nodige gewijs, geteken en gebaar begrijpen we dat een patchipnik een rolletje van de van de V-snaren is dat slipt en vervangen moet worden. Shit, dan kunnen we dus nu niet weg uit Karakol. En reparatie kost waarschijnlijk ook nog veel geld en tijd.

We hebben er geen zin in en vertrouwen het ook niet helemaal. We besluiten Valentin om een second opinion te vragen. Hij verwijst ons door naar Misha, een van zijn vaste monteurs. Misha luistert naar het geluidje en zegt lachend dat dit niet een kapotte patchipnik is. Doordat de V-snaren 'nieuw' zijn (naar Kyrgyzische begrippen) en van Chinese makelij, moeten ze, nadat ze gespannen zijn, nog een beetje slijten. Dat geluid is puur nieuwigheid dus, gaat vanzelf weg. Oh, nou goed dan. Dit horen we liever dus we besluiten dat hij gelijk heeft.

Rugzak inpakken voor de tocht naar Altyn-Arashan Sporen van de winter: sneeuw van een lawine op het pad omhoog

We hebben nog een paar dagen voordat we terug moeten en willen zijn in Bishkek. Via de zuidkant van het Issyk-Kul rijden we richting Bishkek. Ik wil omhoog naar de Barsköön-vallei (tip van Elmira). Je kunt daar heel hoog komen met de auto en er is een waterval. Emilia voelt er niks voor. Er is daar ook een grote goudmijn (daarom is de weg zo goed) en ze heeft gehoord dat de omgeving nogal verpest is. Emilia wil liever graag naar Kochkor, een plaatsje ten zuidwesten van het meer. Omdat het weer in de bergen er niet goed uitziet, rijden we door. We bivakeren aan de rand van het meer voorbij het plaatsje Tamga. De volgende dag rijden we verder. We maken nog een excursie door Tura-Su en Temir Kanat, twee nederzettingen in valleien ten zuiden van het meer. Het is een tip van Elmira, Ecotour heeft daar in de zomer yurt-kampen. De omgeving is schitterend. Wel vrij kaal maar omgeven door bergen. De sfeer is verlaten en relaxt. Bij Ak-Sai komen we weer terug bij het meer.

Emilia en JérômeUitzicht vanaf ons kampeerplekje de vallei in


We vervolgen onze route naar Kochkor. Voorbij het plaatsje Kara-Talaa maken we twee Kyrgyzen, die langs de kant van de weg staan, heel blij met twee liter benzine voor hun Ladaatje. Door een lege valei van zwarte stenen met een groen meertje komen we aan in Kochkor. Het is een armmoedig plaatsje. Met moeite vinden we een slaapplek in een homestay. Het is een vriendelijke familie met een jong hondje en een koe op het erf. We maken in het plaatselijke café tijdens het eten plannen wat we nog gaan doen. Het weer is niet super. We besluiten om de volgende dag een trekking te maken naar Köl-Ükök, een bergmeertje ten zuiden van Kochkor. In het café ontmoeten we drie Amerikanen die voor Peace Corps werken. Het is een koppel en een meid alleen. De meid is alleen en wil er na een half uur al weer vandoor. Ze maakt een nerveuze en gespannen indruk. Als ik haar 'good luck' wens als ze vertrekt zegt ze 'I will need it'.. Ze moet het nog negen maanden zien vol te houden in Kochkor en het lijkt erop dat iedere dag er 1 te lang is. Ook het koppel is niet happy. Het is keep on smiling maar tussen de woorden door hoor je de verbitterdheid en teleurstelling. Als we naar huis lopen, hebben we het erover. We schrikken er van, volgens ons zijn ze totaal ongelukkig.

De volgende dag rijden we van Kochkor naar Isakeev. Vanaf hier is het 6 uur lopen naar het meer. Onder het motto van 'iedere meter die we kunnen rijden hoeven we niet te lopen' manoeuvreren we de bus omhoog over een stenen pad. Ilona rijdt, ik loop regelmatig voor de bus uit om stenen te verwijderen en om aanwijzingen te geven. De blokken zijn erg groot en de afstand tussen carter en grond soms erg klein. Het is het meest moeilijke spoor dat we met de bus gereden hebben. We beginnen er steeds meer aan te twijfelen of dit wel zo verstandig is. Op een gegeven ogenblik besluiten we te stoppen en verder te gaan lopen. We zien in de verte een nederzetting, waarschijnlijk Tes Tör en daar begint het echte pad omhoog. Dan is het nog 4 uur naar het meertje. We draaien de bus om en pakken op ons gemak onze rugzakken in. Een jongen met een paar paarden komt voorbij en blijft even kletsen. We maken alles dicht en gaan op pad. Het weer is niet mooi en de vallei ook niet. Halverwege schrikt Emilia. Hun paspoorten liggen nog in de bus, verstopt in het achtervak van een klein rugzakje. Ze zijn ze vergeten eruit te halen. Ze twijfelt of ze niet terug moeten gaan. We concluderen dat Kyrgyzstan geen crimineel land is, dus draaien we niet om. Na vier uur lopen nog geen meertje en mijn benen willen niet meer. In overleg besluiten we een bivakplek te zoeken. Jerome, Emillia en Ilona gaan zonder rugzakken op zoek naar het meertje dat er volgens mij helemaal niet is. Ik blijf achter want ik kan niet meer. Het is grijs en winderig.

Het beloofde uitzicht..en heet water bad in Altyn Arashan

's Ochtends na een slecht ontbijt lopen we weer omlaag. We hebben te weinig drinkwater en het is warm. Ik ben blij als ik de bus in de verte weer zie. Helaas blijkt, als ik bij de bus kom, het linker voorportierraam ingeslagen. Overal ligt glas. Kut, er is ingebroken! We maken alle deuren open en het is een chaos in de bus. Emilia's ergste vermoeden wordt waarheid: het rugzakje met de paspoorten is weg! Ze barst in tranen uit. 'This is the end of our trip', huilt ze. In de paspoorten stonden de visa voor de verdere reis.
Het is wel erg bitter en cru: Laten ze nou net 1x hun paspoorten vergeten zijn in een klein oud rugzakje. Laat er nou net nu 1x ingebroken worden. Laat die dief nou net dat oude rugzakje meenemen (en verder nauwelijks iets). Laat nou net in dat oude rugzakje twee paspoorten verstopt zitten...
We ruimen het glas op. Onder het stuur ligt een dikke steen. Uiteindelijk blijkt er, op een paar schoenen en een zonnebril na, nauwelijks iets weg. Cd's liggen er nog, walkman, de dief was blijkbaar niet uit op waardevolle spullen maar heeft alleen een paar dingen gepakt wat hij kon gebruiken of stoer vond. Helaas zat daar ook het rugzakje bij. De paspoorten heeft hij waarschijnlijk niet eens gezien omdat die in een achtervakje verstopt zaten.


Bivakplek bij Tamga


Strafka
In Kochkor gaan we naar de politie om aangifte te doen. Jérôme vindt een jonge knul bij de CBT (Community Based Tourism, een organisatie die kleinschalig toerisme bevordert dat ten goede komt aan de lokale bevolking. Ze regelen homestays, verkoop van artisanale producten) die engels spreekt en dus kan tolken. We vinden een commissaris. De knul die vertaalt, zegt dat de politie ter plekke onderzoek wil doen. Ik weet niet wat ik hoor. Denken ze dat de dief daar nog rustig zijn buit zit te bestuderen? Kyrgyzstan is een groot land. Het enige wat er te zien is, is wat autoglas. Verder niks. Het lijkt me erg zinloos. Een Nederlandse politieman zou het geen seconde in zijn hoofd halen om te gaan zoeken naar een gestolen paspoort. Maar de Militsia van Kochkor dus wel. De agenten houden voet bij stuk en willen weer helemaal omhoog naar waar onze bus stond. Met onze bus. Ik maak ze duidelijk dat we onder geen enkele voorwaarde dit traject nog een keer met onze bus gaan doen. Het is twee uur 's middags en ik voorzie dat dit heeeel veel tijd zal gaan kosten. De jongen, die vertaalt, zegt dat we zonder onderzoek geen bewijs van aangifte krijgen. Nou maakt Ilona en mij dat niet zoveel uit voor een paar wandelschoenen uit de aanbieding en een zonnebril van het Kruidvat. Maar Jérôme
en Emilia wel. Ze moeten nieuwe paspoorten gaan regelen en hebben dus een bewijs nodig. Ik krijg de politieman niet op andere gedachten gebracht. Als de jongen vertaalt dat ik ze hun werk moet laten doen, weet ik dat ik mijn mond moet gaan houden. Jérôme is beduusd en zegt niet veel meer. Ik besluit met hem en de politie mee te gaan, ondanks dat ik me niet lekker voel. Met de commissaris, zijn assistent, een agent, de jongen die vertaald, Jérôme en ik gaan we op pad. Buiten staat een UAZ jeep van de Militsia. Waarom pakken we die niet? Hij blijkt stuk. De politie heeft nog een witte Chinese jeep. Alleen geen benzine. We wurmen ons in de auto. Ze vragen of wij voor een paar dollar wat benzine willen betalen. 'Kyrgyzstan is a poor country', vertaalt de jongen. Ik weet wederom niet wat ik hoor. Zij willen op onderzoek uit en wij mogen de benzine betalen!? Voor ons hoeft deze trip helemaal niet. Maar het is waarschijnlijk verstandiger om pragmatisch te zijn. Hoe eerder we terug zijn, hoe eerder we onze aangifte hebben en hoe eerder we hier weg kunnen. De benzinemeter blijkt inderdaad zowat op nul te staan.

Het wordt het uitje van de week voor de politiemannen. Met z'n zessen zitten we opgepakt in de jeep. De commissaris geeft aanwijzingen aan zijn assistent, die, flink zwetend, om de kuilen in de weg heen scheurt. De mannen zijn uitgelaten en hebben de grootste lol. Het worden weer even kleine jongetjes. Vrolijk crossen we terug naar de plek des onheils. Onderweg wordt de jonge agent eruit gegooid, hij moet op onderzoek uit bij een boerderijtje. Straks pikken we hem wel weer op. Met veel bravoure crossen we het keienpad omhoog. Ik ben blij dat we het nu met een jeep doen en niet met onze bus. Aangekomen op de plaats van het delict stoppen we. Het autoglas wordt uitgebreid bekeken, de assistent maakt met een wegwerpcameratje wat foto's. De commissaris speurt de omgeving af. Hij loopt naar de rand van een afgrond en gaat daar staan… pissen.
Zo, ze hebben het gezien, kunnen we nu terug? Helaas, dat blijkt wat voorbarig. De politie wil verder omhoog. Naar de nederzetting om de bewoners te ondervragen. Wat?! Wij moeten hier wachten. Daar beginnen we niet aan en dus kruipen we weer allemaal in de jeep. We rijden verder omhoog. Het pad is erg slecht en we worden flink door elkaar geschud. De politemannen vinden het nog steeds leuk. De boeren van de nederzetting weten niet veel en voor de Militsia is het nog steeds niet genoeg. Ze willen nog verder omhoog naar een hutje waar wat herders wonen. Gelaten hoor ik dit aan. Wij mogen nu niet meer mee. Samen met onze tolk blijven Jérôme en ik zuchtend achter bij de boeren. We gaan in het gras liggen en ik krijg langzaam knallende hoofdpijn. Het halve litertje water dat we meegenomen hebben, is allang op. Na een uur verschijnt de witte jeep weer. We rijden terug omlaag en verwachten dat ergens op een steen de jonge agent op onze terugkeer zit te wachten. Hij is er niet, de chauffeur toetert een paar keer en zonder te stoppen rijden we door. De agent mag zien hoe hij thuiskomt. De commissaris maakt weer grapjes en onze tolk moet daar weer erg om lachen. 'Not so important man,' vertaald hij en dat idee kreeg ik al.

Etalage van levensmiddelenwinkeltje in Kochkor Rode sterren en Lenin: overblijfselen uit de Sovjettijd


Om een uur of vier vijf zijn we terug op het politiebureau in Kochkor. Eindelijk kunnen ze nu een rapport opmaken. Dat blijkt ook nog de nodige uren te duren. Nadat met veel pijn en moeite een rapport is opgemaakt moeten we dat op negen plekken ondertekenen. Als ik een kopie vraag, krijg ik die niet. Wat? Ik word gek. Voor het eerst op deze reis word ik echt kwaad. Ik weet dat dit in Azië een afgang is maar ik heb het helemaal gehad met de Militsia. We zitten nu al uren hun te helpen en als wij iets van hun vragen, blijkt dat niet te kunnen. De maat is vol. Ik zeg dat we niets meer ondertekenen voordat we een kopie krijgen van het politierapport. De agent zegt dat als we niets meer ondertekenen we geen Strafka, een bewijs van aangifte, krijgen. Er ontstaat een patsstelling. Dan gaan we wel wachten. We dreigen het politiebureau niet te verlaten voordat we een kopie krijgen. We zijn bang dat we uiteindelijk aan het kortste eind gaan trekken en dat de agent straks het licht uitdoet en naar huis gaat. We bellen Elmira van Ecotours. Gelukkig brengt zij uitkomst in de zaak.

Ondanks dat de gang van zaken het bloed onder onze nagels vandaan haalt, slaat de meligheid, in een onbewaakt moment, uiteindelijk toe in het kantoor van de Militsia.

Uiteindelijk verlaten we om 10 uur 's avonds het politiebureau. Met strafka. We hebben acht uur, ja A-C-H-T uur met onze vrienden van de Militsia doorgebracht. We kunnen concluderen dat de Militsia van Kochkor haar werk zeer serieus neemt. En, eerlijk is eerlijk, we denken zelfs dat de dader uiteindelijk gepakt gaat worden. Iedereen weet er nu van en Kyrgyzstan is wat dat betreft net een dorp. We sprinten naar de lokale kroeg waar je tot 10 uur 's avonds warm kunt eten. We zijn nog net op tijd en werken een hap naar binnen. 's Nachts moet ik overgeven en krijg ik diarree. Ik ben ziek. Het is de zwartste dag van de reis. Morgen terug naar Bishkek.