Dagboek 40: Rond het Issyk-Kul meer

Aerdenhout, 1 november 2006


Ashu
Vanuit Bishkek rijden we naar het oosten. We willen in een week of twee een rondje rond Issyk-Kul (spreek uit: iesiekoel, issyk = heet, kul = meer) maken. Omdat het meer in de winter niet bevriest heeft het die naam.

Als eerste gaan we naar de Chong-Kemin vallei, een min of meer doodlopend dal ten noord-westen van het meer. De vallei is een tip van Elmira van Ecotour. Na wat zoeken vinden we de weg naar de vallei. De omgeving is erg mooi, groene heuvels en daarachter bergen. De vallei is uitgestrekt en leeg. Het is er heerlijk rustig, waarschijnlijk omdat er geen doorgaande route door het dal loopt.
Bij het Ashu guesthouse zoeken we onderdak. De vriendelijke mevrouw laat het verblijf zien. Het guesthouse is nieuw en zeer sfeervol. Veel hout en leuk aangekleed. Maar we willen graag kamperen in de bus. We mogen op het veldje staan dat bij het guesthouse hoort. Heerlijk, weer lekker buiten en lekker uit de stad.
De mevrouw van het guesthouse is super vriendelijk. Ze brengt ons bankjes en een tafel, compleet met kleedjes, want ze vindt het raar dat we op de grond zitten. Ook brengt ze wat eten. 's Avonds nodigt ze ons binnen uit, want het koelt nogal af en ze is bezorgd dat we kou vatten. Bij de openhaard kletsen we met 2 Amerikaanse koppels die in Kyrgyzstan werken. De mevrouw zit erbij, één van de Amerikanen vertaald voor haar in het Russisch.
Als we weer bij de auto komen, blijkt een hond op lompe wijze onze koelbox te hebben aangevallen. Hij heeft ons cammebertje opgegeten.

 
De vriendelijke mevrouw van het Ashu guesthouse

Met de bus maken we een tocht naar het einde van de vallei, zo een 30 km verderop. De weg wordt al snel (nog) slechter en onverhard. We rijden over het stenen pad omhoog tot op een pas. Daar draaien we om. Bij een klein meertje stoppen we nog even. We komen twee herders te paard tegen die een sigaretje bietsen. Ze vragen van alles en voor zover we het kunnen begrijpen, geven we antwoord. Vanaf hun paard bekijken ze ons op hun gemak. Ze hebben geen haast en komen waarschijnlijk niet iedere dag een rood busje met twee rare snuiters uit Gallandia tegen. Twee totaal verschillende werelden ontmoeten elkaar. Toch merken we dat de herders, die in een afgelegen gebied wonen, best weten wat er in de wereld te koop is. Op de weg omlaag komen we nog meer mannen en jongens te paard tegen. Ze willen allemaal een sigaretje bietsen.


Na Ashu rijden we door naar Issyk-Kul. We zijn nieuwsgierig naar het meer. De weg slingert door een steile vallei. Als het dal wijder wordt, zien we eindelijk het meer. Voor het stadje Balykchy, aan de westoever, moeten we betalen. Het meer is een biosphere reserve, vandaar. Op de markt in Balykchy kopen we wat proviand. We waren er al voor gewaarschuwd; buiten Bishkek is veel minder eten verkrijgbaar. Supermarkten zijn er niet en je moet het doen met de levensmiddelen die aangeboden worden. Blikvoer, kaas en brood. Op de markt verkoopt een vrouwtje zelfgemaakte jam. Verder is de groente van het seizoen te koop: radijs, rettich, wortel, aardappel en ui. Fruit zie je niet en is opeens erg exotisch. Alcohol is daarentegen overal en in ruime mate verkrijgbaar. Er wordt gerookte vis aangeboden maar we kopen het niet. Via de noordkant van het meer rijden we via Tamchy en Cholpon-Ata verder. Eigenlijk vinden we er niet veel aan. Het valt tegen, de aangeprezen badplaatsen zijn vervallen en het strand nodigt ook niet echt uit. We rijden maar verder. Het wordt al later en we besluiten om alsnog een vis te kopen. Helaas, er is nauwelijks wat te koop en zeker geen vers gerookte vis. We hebben er spijt van dat we die niet in Balykchy gekocht hebben en krijgen ruzie. Na een tijdje zegt Ilona niets meer en ik ook niet. We rijden maar door maar we weten eigenlijk niet waar heen.

Twee herders te paardBergmeertje in de Chong-Kemin vallei

Karakol

In Karakol vinden we aan het eind van de dag onderdak bij Yak-tours. Dit guesthouse wordt gerund door Valentin, een Oekraïner die al jaren in Kyrgyzstan woont. Als we aankomen, is hij samen met een jongen druk aan het bouwen aan quatro-trikes die ze helemaal zelf in elkaar hebben gelast. Het hele terrein lijkt wel op dat van het programma Scrapmetal op Discovery; overal staan zelfgemaakte voertuigen of resten van oude. We zien een motor met zijspan, de vers oranje gespoten carrosserie van een soort Fiatje 500, er staat zelfs een oude Unimog, die ooit van het Duitse leger is geweest en door en Nederlander van Voyager Travel Magazine in Kyrgyzstan is achter gelaten. Valentin vindt het prima als we onze bus tussen het spul parkeren en in de tuin bivakeren.

Karakol is een prettig rommelig stadje, stoffig en met ongelofelijk veel gaten in de wegen. De straten dragen nog de namen van welleer. Sovjetskaya, Moskovskaya, Kievskaya, Lenina, Gagarina. In het stadje staan veel charmante houten huisjes met mooie raamlijsten. Ergens midden op een kruispunt staat een auto op de krik. Niemand is erbij, waarschijnlijk staat de auto er al een tijdje en is de chauffeur een nieuwe band halen. Iedereen rijdt er gewoon omheen.

Oever van Issyk-Kul bij TamchyNaambord in Sovjetsstijl

Yeti Öguz
Karakol is het uitgangspunt voor tochten de bergen in. Ten zuiden van het plaatsje zijn drie valleien die vrij gemakkelijk toegankelijk zijn. We kiezen als eerste Yeti Öguz uit, de bekendste vanwege een bijzondere rotsformatie die Broken Heart heet. Waar de weg stopt, is een oud sanatorium. Van daaruit is het niet ver omhoog lopen naar een alpenweide met de mooie naam Svetov Dolina oftewel Vallei van de bloemen. We rijden zo ver door als kan. Over houten bruggetjes door de smalle vallei. Een oude lawine blokkeert de weg volledig en vanaf hier lopen we omhoog. De ruzie, die onderweg naar Karakol begon gaat maar niet over. Eigenlijk hebben we al veel langer ruzie. Het ziet er niet goed uit, ik twijfel serieus aan de relatie. We zijn op het verste punt van de reis, is dit ook het verste punt van onze relatie? Wat is er toch aan de hand? Ilona en ik lijken in twee totaal verschillende werelden te leven. We praten op de mooie alpenwei. Ilona mist sociale contacten en iets om te doen. Misschien moeten we een paar maanden in Kyrgyzstan blijven. Dan is het zomer en in de tussentijd kunnen we een appartementje zoeken, vrijwilligerswerk, nadenken hoe we verder gaan na Kyrgyzstan.
Voor ons vertrek is Ilona nog bij honorair consul Ben Berwers op de koffie geweest. In Kyrgyzstan is geen Nederlandse ambassade, Ben neemt de honneurs waar. In tegenstelling tot wat je vaak hoort of verwacht van diplomatieke diensten is Ben gemakkelijk toegankelijk. Hij heeft ons uitgenodigd voor een Koninginnedagborrel over een week of twee. Misschien een gelegenheid om wat mensen te ontmoeten en wat ideeën op te doen.

We blijven wild kamperen aan het begin van het weggetje omhoog naar de alpenweide. De volgende dag genieten we van het zonnetje en rijden na de koffie op ons gemak terug naar Karakol.

Op weg naar KarakolValentin legt uit hoe je gedroogde vis eet

Altyn Arashan
Terug in Karakol ontmoeten we in een internetcafé Jérôme en Emilia, een jong Belgisch koppel. Ze zijn ook op halve wereldreis maar gaan de andere kant op. Ze hebben een half jaar geleden het vliegtuig naar Bangkok gepakt en zijn vanuit Thailand via Cambodja, Laos, Vietnam en China op weg richting Europa. Ze hebben dus ook een heel verhaal. Via het zuiden zijn ze Kyrgyzstan binnengekomen. Na Kyrgyzstan staan Oezbekistan, Turkmenistan, Iran en Turkije op het programma. Dat is leuk, we kunnen dus veel ervaringen uitwisselen. Wij willen naar waar zij al zijn geweest en andersom. We besluiten om met z'n vieren een trekking te doen.

Ze moeten erg lachen om onze 'zeteltjes' (de Thermarest campingstoeltjes voor op de grond) en vinden onze bus een rijdende bazaar, zoveel spullen als we bij ons hebben. Jérôme zegt dat als we niet meer weten wat we moeten doen, we ons nog altijd bij de vrijwillige brandweer kunnen aanmelden. Kun je zeggen 'We brengen zelf bus en emmers mee', zegt hij.

We maken een plan. Een andere vallei ten zuiden van Karakol is Altyn Arashan. Vanaf de splitsing naar het sanatorium van Ak-Suu iets van 14 km volgens de Lonely Planet, door een canyon met naaldbomen omhoog naar een 'postcard-perfect alpine valley at 3000m, with 4260m Pik Palatka looming at it's southern end.' Dat klinkt mooi. Nog mooier is dat er op die alpenwei een 'Spartan hot spring development is, called Altyn Arashan (Golden spa)' waar je voor weinig geld een heet bad kunt nemen. We verheugen ons er al op.

We rijden met de bus zover door als maar mogelijk is vanaf de afslag naar het Ak-Suu sanatorium. We hebben weinig informatie over de route, het zou iets van tussen de 18 en 14 kilometer moeten zijn en soms flink omhoog. Na wat gehobbel door riviertjes en kuilen kunnen we bij een klein huisje niet verder. We vragen aan de man of het goed is als we de bus naast zijn hutje zetten. Het is geen probleem. We pakken onze rugzakken in en lopen de vallei in. Net zo als bij Yeti Öguz loopt het pad langs een riviertje door een smalle steile vallei. Ook hier nog sporen van de winter; oude lawines die omlaag zijn gekomen. Eentje is zo groot dat hij over de rivier ligt en het pad blokkeert. Langs de rand met de bergwand loopt een spoor en zonder al te veel gedoe kunnen we eroverheen.
Het is een erg mooie wandeling. Aan het eind van de middag zoeken we een kampeerplek op een steile weide. We sprokkelen hout voor een kampvuur en halen water uit een riviertje. We koken pasta, het is erg gezellig en we kletsen door tot in het donker terwijl we onze voeten verwarmen aan het vuurtje. Emillia is bang dat er wolven zitten en daar moeten Jérôme en ik erg om lachen. Achteraf horen we dat er wel degelijk wolven voorkomen in de bergen.

Jérôme en Emilia hebben al het nodige meegemaakt op hun reis vanaf Bangkok, vooral in Vietnam en China. Ze zijn niet erg enthousiast over de Chinezen en zeggen dat het reizen met openbaar vervoer vanwege communicatieproblemen niet gemakkelijk is. We stellen ze gerust dat vanaf Kyrgyzstan richting Europa, het steeds makkelijker wordt. We hebben goede ervaringen aan landen als Iran en vanaf Turkije is het echt vakantie.

Markt in KarakolHet houten Russisch-Orthodoxe kerkje van KarakolValentina


's Ochtends als Jérôme en ik water halen bij de river komen er opeens twee jongens aanlopen in rode goretex jacks en met rugzakken. Het is een Fransman en een Spaans/Nederlandse knul. Ze hebben geslapen in Altyn Arashan en zeggen dat het nog maar een uurtje verder lopen is. Dat valt mee, maar dan is de trekking nooit 14 km. Ze zijn de vorige dag omhoog gelopen en omdat ze wisten dat je in Altyn Arashan kon blijven slapen, hebben ze maar een dagrugzakje. Het hete bad is een aanrader, zeggen ze. Ze hebben goeie zin, het zijn aardige jongens met gevoel voor humor. Verheugd lopen we terug naar de tenten. Ilona en Emilia zijn ook wakker en we besluiten tijdens het ontbijt om de tenten te laten staan en om zonder grote rugzak heen en weer te lopen naar de hot springs. Als we dan in de middag terug komen pakken we de tenten in en lopen we omlaag. Het is inderdaad nog iets van een uurtje lopen door de mooie vallei. Er ligt op veel plekken nog sneeuw. De vallei wordt weidser en in de verte zien we wat hutjes. Daar zal het wel zijn. Helemaal aan het eind wordt de vallei afgesloten door serieuze bergen, van top tot teen bedekt met sneeuw en ijs.

In de hutjes woont een Russische familie. Ze weten al snel wat we willen en na even onderhandelen over de prijs neemt ze ons mee naar een hutje dicht bij de rivier. Het hutje is ingedeeld in twee aparte gedeeltes met elk een heet bad. Jérôme en Emilia gaan links, Ilona en ik rechts. In het houten hutje is een betonnenbak waarin uit een dikke slang constant heet water stroomt. Het ruikt er naar zwavel. We gaan het water in en het is echt heet. Maar wel geweldig, je eigen privé banja met uitzicht op de bergen. Wat wil je nog meer? We zijn niet held genoeg om vanuit het hete waterbad naar de rivier te sprinten om daarin vervolgens een koele duik te nemen. We lunchen in het gras en daarna lopen we terug.
Terug bij de bus bied ik de man van het huisje sigaretten aan omdat hij op de bus gepast heeft. Ik rook niet gebaart hij, maar ik drink wel. Dus verruilen we de sigaretten voor een halve liter no 9 Baltikabier.

In Karakol gaan we naar Valentina's Bed and Breakfast, het homestay-overnachtingsadres van Jérôme en Emilia. Valentina is Oekraïense en bakt volgens Jérôme en Emilia heerlijke blini's, pannenkoekjes voor het ontbijt.

's Avonds gaan we naar café Zarina om wat te eten. Even later komen de Fransman + Spaans/Nederlander ook binnen. Wat is het leven toch simpel door de Lonely Planet. Zoveel mogelijkheden zijn er niet en met de reisgids in de hand kom je elkaar zo weer tegen. We weten niet wat de menukaart zegt dus de serveerster wordt erbij gehaald. De Spaans/Nederlander steelt meteen haar hart door te vragen wat zij zou kiezen. De manties zijn goed maar de tsjachobilie volgens haar ook. Tsjachobilie, dat klinkt lekker, dat neem ik! zegt hij. Hij brengt wel wat leven in de brouwerij door zijn opmerkingen. Samen met de Fransman zijn ze voor een week of twee op vakantie, 1 week Kyrgyzstan en 1 week Uzbekistan. Morgen vertrekken naar Uzbekistan. Per toeval hebben ze Centraal-Azië uitgekozen ('Why not?') en tot nu toe bevalt het zo te zien en te horen erg goed. (Over de militsiamannen: 'I love those caps!') Het is dan ook erg gezellig. Ze hebben onze bus gezien en vragen 'Why did you not buy Lada Niva?' Goeie vraag, misschien volgende keer.

Svetov Dolina, de alpenweide boven Yeti ÖguzHerders met kudde bij Broken Heart


De serveersters willen op het eind van de avond om onduidelijke redenen met ons op de foto. De twee jongens zijn dan al terug naar hun hotel. De serveersters hebben zelfs de dorpsfotograaf ingehuurd die het tafereel komt vastleggen. We hebben het vermoeden dat het ze om Jérôme te doen is. Hij is populair, ze kruipen allemaal tegen hem aan voor de foto.

Met z'n vieren bivakkeren we ook nog een keer op de alpenwei van Yeti Oguz. Kirgiezen met kuddes paarden komen langs de tent.

Nieuwsgierige jonge ruiters komen even een kijkje nemenDe vallei bij Yeti Öguz

vervolg Rond het Issyk-Kul meer >