Dagboek 38: Transit door Kazachstan

Aerdenhout, 17 juli 2006


Een onderofficier in blauw-grijs-wit camouflagepak geeft precies aan waar we de bus moeten neerzetten. Hij loopt terug naar zijn tafeltje waarop zijn Kalashnikov ligt en gaat zitten. Een officier in een al even gevaarlijk uitziend uniform en met een klein hoofd met snor onder een grote, donkergroene Russische pet komt naar ons toe. Hij kijkt ons argwanend onderzoekend aan en probeert of we Russisch spreken. Hij stuurt ons naar een hokje voor de stempels. De paspoorten gaan op een scanner. Boven de beambte hangt een cameraatje. We moeten even poseren en er wordt een foto gemaakt. Mm, moderne techniek, het is voor het eerst dat we dat zien. Terug bij de uniformen worden er weer twee drugshonden door de bus gejaagd. Altijd wel vervelend, die beesten gaan door je bed en over alles heen. En alhoewel je weet dat je niks bij je hebt, moet je er niet aan denken dat er opeens iets te voorschijn komt. De uniformen vinden het wel goed en ik word naar een kantoortje gestuurd waar niemand is en waar ik niet weet wat ik moet doen. Uiteindelijk komt er een gezette jongedame die me duidelijk maakt dat ik een verzekering moet hebben voor de auto. Dat kost iets van 30 dollar voor een maand. Nee hè. We hebben een transit visum voor 5 dagen. 'Eta doroga' (dat is duur), vind ik. Zij vindt mij wel aardig, geloof ik, ze matst me en ik krijg het papiertje uiteindelijk voor niks.



Kazachstan is meteen anders. Na het platte en stoffige Oezbekistan zien we hier groene golvende heuvels met ronddwalende kuddes. In de verte zien we bergen met sneeuw. Natuur. Wauw, wat mooi. Je voelt meteen dat dit een groot, uitgestrekt land is. Er is heel veel space! Het is ook wel een beetje een gek land. Eenvoudig. Kleine huisjes lijken soms gewoon in de wei te staan. Overal staan koeien geparkeerd. Ze kijken kauwend rustig voor zich uit. En het lijkt alsof iedereen in een oude Audi 80 rijdt, compleet met Duitse D-sticker.
Ilona wil graag Almaty, de hoofdstad zien. Maar ondanks dat de weg lang en rechts is, zitten er soms heel slechte stukken in. Met deze snelheid gaan we Almaty niet halen in twee dagen. Wat doen we dan?

We naderen Shymkent, de eerste stad die we tegenkomen. Het is chaotisch, overal staan auto's langs de kant, de weg is kapot of vol plassen water. En we weten niet waar we heen moeten. Vier immense schoorstenen domineren de horizon. Er blijkt een rondweg rond de stad (we hoeven er niet te zijn). De oprit is half off-the-road. Vanaf een heuvel met kerkhof, waarover de weg loopt, zien we de stad die in een kuil ligt. Een prehistorische, zwarte fabriek met de 4 schoorstenen, bepaalt het beeld. De bouwwerken zijn buiten dimensie, ze lijken te groot om door mensen te zijn gemaakt. Volgens de reisgids was deze loodmijn vroeger de economische factor waarop Shymkent draaide.

Bloesem, lente in Kazachstan


Na de stad is er weer ruimte. In de Lonely Planet staat een natuurgebied vermeld. Aksu-Zhabaghly nationaal park, 'Home of the tulip'. Misschien wel lekker na het leven in de stad. Het kost enige moeite en tijd om het te vinden want het is weg van de snelweg. In een dorpje stoppen we bij een kiosk die wat groente en sigaretten verkoopt. Een wat oudere Kazach legt uit hoe we er moeten komen. Het is een aardige kerel en we praten kort met hem. Hij vindt mijn 3 oorbellen maar niks. 'Das toch niks voor een kerel', zie ik hem denken. Toch merken we dat de Centraal Aziaten, ondanks jaren Russische invloed cq. overheersing nog steeds Aziaten zijn (gelukkig). Ze hebben wat slechte gewoontes overgenomen van de Russen (zoals drank) maar bijna altijd overheerst de Aziatische behulpzaamheid en vriendelijkheid. Je voelt je ook eigenlijk nooit onveilig of bedreigd en zelfs de grote petten (Militsia) hebben nog een bepaalde onschuld. In Rusland zelf is dat toch anders.
We kopen wat er is aan eetbaars om nog iets voor een avondmaal en om iets voor ontbijt te hebben. Als we aankomen in het dorpje waar we willen zijn, begint het te schemeren. Er is een Oekraïner die een guesthouse runt. De man spreekt goed engels en is bioloog. De accommodatie is basic maar de prijs westers. Daarom vragen we of we de bus achter de poort mogen parkeren en kamperen. Voor een kleinigheid is dat geen probleem. Uiteindelijk blijven we hier drie dagen. De rust doet ons goed, we rommelen wat in de bus en lopen door het dorp. Het natuurpark gaan we niet in. Dat moet met een gids, is duur, de tulpen bloeien nog niet en we vinden waar we nu zitten ook mooi. Steeds meer komt het besef dat we Kyrgyzstan nu echt gaan naderen en straks misschien afscheid van de blusbus moeten gaan nemen. Terwijl het kamperen iedere keer weer erg leuk is en ons goed bevalt. Lekker beetje aanrommelen met brander en pannetjes en 's avonds in het riante bedje in de bus. We willen ons karretje nog niet kwijt!


Kamperen in Zhabaghly


In Zhabaghly is het lente. Overal schitterende bloesems. De schapen hebben lammetjes. Ergens zien we een jong kalfje en een jong hondje speels met elkaar kennis maken. Vertederend, de sfeer is lief en relaxt.


Taraz, Kazachstan, 4 april 2006


Vanuit het natuurpark rijden we naar Taraz, een stad op de weg naar Kyrgyzstan. Ergens zwaait een agent met zijn radargun dat we moeten stoppen. Jaha, 57 km/h. En je mag maar 40. Oh ja? Ja. Daarachter staat het bord. Oh. Ai. Ja, ai. Spreken jullie Russisch? Nee. Oezbeeks? Nee. Hij weet het niet meer, is niet de kwaadste en zwaait van nou, ja, wegwezen dan maar! Mazzel. De Mercedesbus van Jac de Leeuw uit Nederweert - Ospel passeert ons.

De enige budget accommodatie in Taraz is hotel Taraz. Volgens de Lonely Planet basic rooms, friendly staff and a restaurant. Het is groter dan we dachten; als we de lobby binnenlopen is er verlopen ouderdom. De goede tijden zijn hier allang voorbij. Bij de receptie is niemand. We vragen het meisje van het winkeltje in de lobby. 'Ja nie znajo', ik weet het niet en ze haalt haar schouders op. Oh. Dan maar het restaurant in. 'Koesjet?' (eten) vraagt een vrouw. Nee, hotel. 'Dit is het restaurant!' Oh. Dit lijkt wel Rusland. Dan maar wachten. We kijken eens om ons heen in de lobby. Ongezellige leegte, wat gokkasten. Er hangt ergens een bordje met een verleidelijk kijkende blonde dame. Het ontcijferde cyrillisch levert 'Striepkloeb' op. Aha. Op de lift hangt een bordje 'Nie rabote' (werkt niet). Het hangt er waarschijnlijk al erg lang en we weten niet of we hier wel willen blijven.

Van de etagedame krijgen we een sleutel. Onze kamer is nog best schoon, maar alles ademt vergankelijkheid. De kozijnen zijn al 200 keer overgeschilderd, het toilet is bruin van het constant doorlopende water en het tapijt is uitgesleten. Het is stil en verlaten in het hotel. We zijn benieuwd of dat 's avonds zo blijft.

In de stad vinden we een zweterig internetcafé in het postkantoor. Opeens komen twee mannen die heel serieus kijken met een ding langs de toetsenborden. Het is een soort stick met sensor die iets registreert, gekoppeld aan een klein apparaat met metertjes dat geluid maakt. Een geigerteller?! We kijken elkaar met grote ogen aan maar we zijn de enigen die er enigszins onrustig van worden. Daarna wandelen we terug naar het hotel.

Taraz


Het is een stuk lopen vanaf het hotel naar het centrum dus 's avonds zoeken we in de buurt een plek om te eten. We lopen ergens naar binnen in een restaurant. Er lijkt een onderonsje te zijn. Vrouwen dansen op een nauwelijks verlichte dansvloer. Mm, hier hebben we geen zin in. Maar het enige alternatief zijn een aantal bierbarren met dubieuze verlichting en luxe auto's voor de deur. Onze vermoedens blijken echter niet te kloppen. Het is gewoon een soort eetcafé op een binnenplaats. Een vriendelijke en behulpzame serveerster zorgt dat we wat te eten krijgen.

Als we in het donker terugkomen bij het hotel spreekt een soort suppoost van het hotel ons aan. De man lijkt zich erbij neergelegd te hebben dat het hotel geen hotel meer is maar hij probeert zijn oude functie toch nog wat glans te geven. Hij vindt ons maar een rare eend in de bijt maar wel sympathiek geloof ik. Ik moet met hem mee en hij wijst naar een car-park achter het hotel. Hij gebaart dat het beter is de bus daar neer te zetten. Voor het horel worden nog wel eens wat banden lek geprikt. Ik rij de bus om en met de aardige Kazach die de boel beheert is de prijs snel rond voor 12 uur parkeren.
De nacht is rustig.
's Ochtends ga ik naar een buurtwinkeltje voor brood, melk en worst. Als ik terugkom gaan overal opeens deuren open in de gang. Dames met te veel make-up verlaten de kamers. Het is precies 10 uur.
Na het ontbijt zien we iemand met een jute zak vol bierflesjes de kamers langsgaan. Bij een kamer waar een lichtbord 'Buffet' hangt blijkt geen buffet te zijn maar de plek van waaruit de activiteiten gecoördineerd worden.


We pakken onze spullen en vertrekken. Ilona krijgt van de car-park-man een bosje tulpen. Als we Taraz uitrijden worden we weer gespot door 2 agenten met grote petten. Ze staan aan de overkant van de weg en ze richten hun radargun nog op ons maar zijn te laat. Toch zwaaien ze dat we naar de kant moeten. We stoppen met tegenzin, wat als we gewoon doorrijden? Met nog meer tegenzin loop ik met de autopapieren naar de overkant. Ze hebben het druk. Ik geef de documenten en een van de agenten bladert er doorheen. 'Waar is het geld?' vraagt de agent als hij bij het laatste blad komt. Hij kijkt me aan alsof ik dom ben. Pardon, heb ik iets gemist? 'ja, dengee, money..' Ik ben verbaasd door zijn directheid maar besluit ook om me niet te laten intimideren. 'Je krijgt geen geld', zeg ik in het Nederlands en wacht af. Ze kunnen ons niks maken, hebben geen snelheid gemeten en de autopapieren kunnen ze toch niet lezen. Maar ik wil die papieren wel terug en voorlopig heeft de agent ze. Hij haalt zijn collega erbij die ook druk aan het bijbeunen is. 'Dollars?!' 'je krijgt geen geld'. Het gaat nog een tijdje zo heen en weer, ik pieker er niet over om ze wat te geven. Laat ze dan een goed verhaal verzinnen, van je rijdt met een zonnebril op en dat is verboden. Maar niet zo maar botweg vragen om geld. Gelukkig zijn er genoeg andere prooien, aan de lopende band zetten ze auto's langs de kant en ze verliezen de interesse in ons. We kunnen weer verder.

Hotel Taraz


Het laatste plaatsje voor de grens met Kyrgyzstan is Merki. Ilona heeft hetidee om nog een keer wild te kamperen... Eigenlijk doen we dat veel te weinig en we beseffen dat het leventje in en rond de bus wel eens snel afgelopen kan zijn als we hem gaan verkopen. En in Bishkek zitten we straks in ieder geval weer in de stad. Dus slaan we een paar kilometer voor de grens rechtsaf en rijden richting de bergen. De weg gaat na een lang vlak stuk omhoog en wordt steeds smaller. We kijken rond of we geschikte plekjes vinden. We zien wel wat maar rijden toch nog door. Het weggetje eindigt op een vaag plekje en lijkt niet meer echt door te lopen. Ilona heeft bij een huis een geschikt veldje gezien. We twijfelen als we het terrein op rijden, er is een slagboom en het is duidelijk privé. Mensen zijn aan het werk, het lijkt alsof ze de huizen aan het opknappen zijn. Voorzichtig maken we contact. We spreken met Nina. Ze is Russische. De huisjes blijken een sanatorium te worden voor een generaal van de Militsia. Als hij straks met pensioen gaat kan hij hier van zijn oude dag genieten. Er zal hem aan niets ontbreken: in iedere kamer wordt een flatscreen tv geïnstalleerd, er staan royale zitbanken en in de woonkamer staat een mega-biljart waarvan je je afvraagt hoe ze het ter plekke hebben kunnen krijgen. En alles spiksplinter nieuw. De werkmensen zijn de boel aan het inrichten. Om een uur of vijf gaan ze naar huis, zegt Nina. Nina wordt straks met haar man de beheerster. Het is een energieke en sympathieke vrouw. Zij woont in een klein huisje naast het sanatorium. We mogen van haar rustig blijven kamperen op het gras. Na ons nachtje in het bordeel is het weer lekker om buiten te zijn. Beneden stroomt een bergbeek, we zitten tussen steile heuvels en het is er rustig. Nina komt met een bakje aan waarin een paar kleine levende forellen zitten. 'Uit de beek', zegt ze, 'kun je straks opeten'. We kijken een beetje ongelukkig naar de 5 vissen en weten niet wat we ermee moeten. Voorlopig laten we ze maar in het bakje. Een uur later komt Nina met een bord. Hierop liggen gepaneerde en vers gefrituurde vissen. We ruilen ze in voor de levende forellen en Nina moet lachen. De vissen smaken super. In de schemering komt er een kudde schapen voorbij. Er zijn veel lammetjes bij. Het zijn van die onschuldige witte krullenbollen. Ze spelen vrolijk een soort tikkertje op de rotsblokken. Het is erg leuk om te zien. Maar Ilona en ik krijgen knallende ruzie en we zeggen niets meer tegen elkaar. Gelukkig nodigt Nina ons uit voor de thee. Zij komt uit Siberië, haar man is Turks en uit Istanbul. Een bijzondere combinatie. Zij heeft pit, hij de rust. Dat blijkt wanneer iemand belt. Het is een typisch Russisch telefoongesprek dat begint met: ALLO!!! Ze luistert met grote ogen en geeft antwoord. Dat gaat gepaard met emotionele handbewegingen en verheven stem. Als Russen aan de telefoon zitten, worden het andere mensen, veel Italiaans theater. Op het einde van het gesprek zakt de stemverheffing weer en zonder echt lang nakaarten wordt opgehangen.

's Ochtends wordt de rust verpest door de plaatselijke sheriff. Hij is naar boven gekomen in zijn Lada en begint op iedereen te schelden omdat er niet hard genoeg gewerkt wordt. We nemen afscheid van Nina, haar man en haar zoontje en knijpen er tussenuit.

Het dorpje Zhabaghly met de bergen van het natuurgebied Aksu-Zhabaghly, bekend vanwege de wilde tulpen die er in mei bloeien.

Kazachstan verlaten gaat vrij snel. De jonge beambte is intelligent en daardoor efficiënt en correct. Er wordt nog een foto van ons gemaakt en dan wenst hij Mr. Putin en ega lachend een goede reis.
Ook aan de Kyrgyzische kant gaat het snel. Alleen is de man van de customs lunchen. Hij wordt geroepen en komt even later aan. Er zijn geen declaratieformulieren in het Engels. De man biedt aan om het Russische formulier in te vullen. Prima. Als hij klaar is wil hij daarvoor 10 dollar. Aha. Dan willen wij een kwitantie. Dan is 5 dollar ook goed. Ik betaal en kan er om lachen. Ilona niet. Ze is boos omdat er geen Engelse formuliertjes zijn. Ik vind dit niet vanzelfsprekend. In dit deel van de wereld is Russisch wat Engels in het westen is. Hadden we maar Russisch moeten leren.

Russisch is nog steeds een wereldtaal in een gebied dat begint ver ten westen van Moskou en doorloopt tot aan Vladivostok en de Afghaanse grens. In Mongolië zijn we een keer Poolse jagers tegengekomen. Ze spraken met hun Mongoolse gidsen Russisch. Met ons Engels kwamen we niet ver. In Samarkand had een jonge backpacker in een guestbook geschreven: 'Don't go to Turkmenistan!! There is nothing to see and the people don't speak English!' Da, dude!