Dagboek 37: Tashkent, hoofdstad van Oezbekistan

Bishkek, Kyrgyzstan, 28 mei 2006


Het valt nog niet mee om Samarkand uit te komen en via halve veldwegen belanden we uiteindelijk op de M39, de hoofdweg naar Tashkent. Op de kaart een autoweg, in realiteit een betonplatenverzameling, met gescheiden rijbanen (en soms weer niet) waar af en toe een halve betonplaat ontbreekt. Wel wakker blijven dus. Het is een lange rit. Je moet om een driehoek van Kazachstan heen, wat veel tijd kost. De M39 loopt rechtdoor. In vroegere tijden ging je slechts van één Sovjetrepubliek naar een andere. Nu zijn het verschillende staten en heb je een visum nodig om rechtdoor te kunnen rijden.

Gelukkig lijkt de Militsia andere instructies te hebben gekregen. Er is geen registratie meer en als ze ons naar de kant zwaaien en zien dat we buitenlanders zijn, mogen we weer door. De weg is saai en lelijk. Diesel is weer schaars en wat we vinden is vaag. Aan het eind van de middag bereiken we Tashkent. Er is geen enkele reden om Tashkent te bezoeken, begrepen we uit verhalen van andere reizigers. Het is geen mooie stad, er is niets te zien en de politie is berucht. Ons bezoek is dan ook functioneel; Tashkent ligt op de route naar Kyrgyzstan en we moeten visa regelen voor de verdere tocht. Dit schijnt in Tashkent goed mogelijk te zijn.

Als we de stad binnenrijden valt de lelijkheid erg mee. Wat meteen opvalt, zijn de brede straten en het vele groen. En een stuk drukker dan in de rest van Oezbekistan. Na wat omzwervingen langs budgetaccommodaties die er niet meer blijken te zijn of die niet budget zijn, komen we terecht bij Ali Tours Guesthouse. Er zijn maar 5 kamers, eentje is er vrij. Het is een erg ruime kamer met 2-persoonsbed, tv, zithoek en eigen bad/wc. Maar het kost wel 30 dollar p/nacht. Als we hier 3 visa willen regelen en hier misschien 2 weken moeten blijven wordt het erg kostbaar. We vragen voor korting. Baas Alisher is er niet maar het meisje verzekerd ons dat er wel wat van de prijs afgaat. Alle andere accommodatie was minstens 30 dollar dus we hebben weinig keus. We nemen onze intrek en krijgen brood met gebakken ei.

Zijstraat in TashkentMonument voor de aardbeving van 1956

Het guesthouse lijkt vroeger iets van een consulaat te zijn geweest of zo. Alle ramen hebben spiegelglas, een stalen deur met camera beveiliging sluit het binnenplaatsje (met zwembad, helaas nog geen water) af en ergens hangt nog een grote schijnwerper. Op de muur is een bewakingshok gebouwd dat nu een volière is. Het is een maffe locatie. Ook de bewoners blijken apart.
Voor het eerst sinds we Rotterdam hebben verlaten, zien we negers. Het blijken 4 Nigeriaanse voetballers te zijn die hun carrière misschien kunnen starten in Centraal Azië (?!). Eentje heet Kosmos. Ik vraag hem of hij weet wat dat in het Russisch betekent. 'Yeah, they call me spaceman', zegt hij op een manier zoals alleen negers dat kunnen. Ze wonen naast ons. Overdag zien we ze bijna niet maar 's ochtends om een uur of 6 komen (sommigen) thuis. Verder verblijven er 3 Indiase zakenmannen in het guesthouse. Ze huren de ruimte die een compleet appartement is en gebruiken dit als kantoor en slaapplaats. Ze nodigen ons uit voor thee. Laptops staan te snorren, kabels lopen door de woonkamer, het ruikt er sterk naar Indiase kruiden en we krijgen echte Indiase sweets. Het hoofd van de delegatie is een dikke man in een soort pyjama. Ze kopen oude fabrieksmachines op, knappen ze op en exporteren ze naar India. 's Avonds komt Ilona de baas, Alisher tegen. Hij spreekt vloeiend Frans maar heeft gedronken en wil haar meteen zoenen. Ilona maakt duidelijk dat ze daar niet van gediend is en dat wordt gelukkig gerespecteerd. De prijs zakt naar 25 dollar.

Beer, vodka?
's Ochtends als we gaan ontbijten is baas Alisher er ook. 'Bonjour, ça va?', vraagt hij en daarna tussen neus en lippen door 'beer, vodka?' Mmm, het is kwart over 8, niet nu, misschien later, zeg ik. Zijn aanbod blijkt echter geen grap; als we 2 minuten later zijn kantoortje binnenlopen staat er een plastic literfles bier op tafel en heeft Alisher zijn mok al bijna leeg. We krijgen ontbijt (brood, gebakken ei, zwarte koffie) en gaan de stad in om de nodige visa te regelen.

Als we terugkomen begroet Alisher ons. 'Beer, vodka?' Hij is al aardig onderdak dus maybe later. Zo worden we iedere keer uitgenodigd om samen met hem wat te drinken. Meestal heeft hij dan al een voorsprong. Helaas blijkt zijn geheugen toch beter dan gedacht. Na een paar keer 'maybe later' zegt hij dat ik dat iedere keer zeg (shit). Hij staat erop dat we wat komen drinken. Ik ga alleen en samen met een grote Georgiër in trainingspak die Soso heet (net zoals Stalin door z'n moeder werd genoemd) zit ik met Alisher op de bank. Gelukkig gaat het drinken niet op de traditionele Russische manier van toasten, achterover kiepen met als doel zo snel mogelijk dronken worden. Er is geen druk om snel te drinken en er wordt pas bijgevuld als je je glas leeg hebt. Alisher blijkt jarenlang in Congo te hebben gewerkt als onderwijzer. Hij heeft al 15 jaar een soort reisbureautje en regelt van alles; van visa tot zakencontacten en excursies. En blijkbaar ook vrouwen, als ik met de Georgiër zit te praten (de Georgische president is getrouwd met de Nederlandse Sandra Roelofs) zit Alisher druk zijn mega-adressenlijst af te bellen met de bedoeling om wat vrouwen over te halen om naar zijn kantoor te komen. Het was ons al opgevallen dat er allerlei aantrekkelijke dames regelmatig over de vloer kwamen in het guesthouse. Sowieso loopt er soms allerlei vaag volk rond. Wat er allemaal gebeurt in het guesthouse weten we niet en willen we ook niet weten. Soms lijkt het alsof iedereen 's nachts pas tot leven komt. Overdag is het dan weer stil. Maar Alisher is geen slechte kerel en een meisje van de staff plus de rustige Tsjetsjeense beveiligingsman houden alles in de gaten in het guesthouse.

Alisher (links) luncht met een groep van de vele bezoekersUitzicht in het guesthouse


Sovjetstad

Na alle historie van Chiva, Boechara en Samarkand is Tashkent iets heel anders. De stad is in 1966 door een aardbeving compleet verwoest. De Sovjets bouwden een nieuwe stad naar sovjet model. Dat betekent een gritpatroonmet ruime opzet (ruimte zat overal), dus enorm brede boulevards, enorme pleinen en functionele, grote gebouwen. Een metro met mooie stations, een mega televisietoren (net zoals in bijvoorbeeld Moskou en Berlijn) en een kolos van een concerthal, het Paleis van de Vriendschap der Volkeren maken de nieuwe Sovjet-stad compleet.
Er is geen gezellig centrum in de stad. Evenmin is een Sovjetstad opgebouwd rond een oude brug of kasteel, zoals veel historische Europese steden. Het centrum is niet om te wonen en meestal
een groot plein, ideaal voor parades, omringd door regeringsgebouwen en een indrukwekkend standbeeld van Lenin. Lenin is er niet meer maar verder ziet alles er nog hetzelfde uit.
Er is veel groen en ruimte in de stad, iets wat wij in oude Nederlandse steden absoluut niet kennen. Daardoor geeft de stad rust. Dat wordt nog versterkt doordat buiten de hoofdwegen het lijkt het alsof je op het platteland bent. Kleine huisjes, hobbelige weggetjes, veel groen, bomen, af en toe een ezeltje.
En volgens de boeken wonen in Tashkent 2,5 miljoen mensen. Maar daar merk je niks van. Het inwonersaantal lijkt meer op iets van 250.000 (iets meer dan Maastricht). Het is dus niet druk en er is relatief weinig verkeer, en door de brede straten lijkt het nog minder. Een totaal ander ervaring dan Amsterdam dus. Er zijn wel een paar uitdagingen want helemaal nieuw is de stad zeker niet.
Er zijn geen rechte trottoirs. Het beton is oud en stuk en soms weg. Ijzers steken uit. Boomwortels maken asfaltpaadjes achtbanen. Veel putdeksels zijn verdwenen. Voor je het weet sta je weer op de metro te wachten. Vooral 's avonds leuk, want de stadsverlichting is minder dan minimaal.
Ook de bevolking is totaal anders dan in de oude steden. Geen traditionele mutsjes meer maar moderne kleding en er wordt eigenlijk alleen maar Russisch gesproken. Veel jonge mensen ook, veel vrouwen zien er naar beste Russische traditie uitdagend of ordinair (ligt er maar aan hoe je het bekijkt) uit. Dus zo hoog mogelijke laarzen, zo kort mogelijk rokje en zo geblondeerd mogelijk haar. Daarbij flinke lippenstift en een verwaande blik.
Als we rondrijden en ik ergens bij een restaurantje de weg vraag aan een jonge ober komt er een meid bij staan. Ze heeft blonde krullen, een onschuldig gezichtje en lacht lief. Ze draagt een zwart, halfdoorschijnend serveersterjurkje met een wit schortje. Maar het meest opvallende zijn haar flinke borsten die, door de push-up bh, zowat uit haar diepe decolleté lijken te springen.

Uiteindelijk blijkt het centrum van Tashkent ook helemaal niet zo groot. In een ochtendje wandel je gemakkelijk van de ene kant naar de andere kant van de stad. Broadway, de winkelstraat die we volgens de Indiërs moeten zien, is een lachertje; goedkope kermisattracties waar je veel voor moet betalen, Coca-cola parasols en verder eigenlijk niks.

Ook het centrum met regeringsgebouwen en presidentieel paleis maakt weinig indruk. De voorkeur voor grootse monumenten heeft men in ere gehouden. Maar in vergelijking met Ashgabat is het allemaal niet erg indrukwekkend (zeg maar gewoon goedkoop en lelijk).

Sovjet-gigantisme: het Paleis van de Vriendschap der VolkerenTv-toren


Visa

Tashkent blijkt een prima plek om visa te regelen, zoals de Lonely Planet terecht vermeld.

Om een uur of 10 zijn we bij de Kyrgyzsische ambassade. Dat is te laat want er zijn al een stuk of 30 wachtenden voor ons. Allemaal Oezbeken of Russen, geen andere toeristen. Iedereen moet op straat wachten. Er is geen rij. De agenten laten niemand door. Er gebeurt niets. Mmm. Dan mogen 2 mensen naar binnen. Het duurt erg lang voordat de volgende weer naar binnen mogen.
Een vette, witte UN-bak (duurste Toyota Landcruiser met grote antenne voorop) stopt voor de deur. Een man met een kale kop stapt uit, geeft de politie een handje en loopt zo naar binnen. Binnen 10 minuten komt hij naar buiten en rijdt weer weg. Aha, zo werkt dat dus. Some pigs are more equal.

Een jonge knul spreekt ons aan in het Engels. Hij komt uit de Fergana-vallei en werkt als gids voor toeristen. Hij biedt aan om te proberen met hem naar binnen te gaan. We worden ook wat asocialer omdat het niet opschiet. Het lukt en zo kruipen we stiekem voor. Blijkt dat de visa ter plekke worden gemaakt. Maar dit kost 20 minuten dus lang wachten voor degene die achter je staan. En om 12 uur is lunchtijd.. Kosten: 40 $ pp, anderhalf uur mee kwijt.

Metro naar Moskou's voorbeeld. Door de uitgesproken architectuur en doordat het glas van sommige lampen in de loop der jaren steeds minder licht is gaan doorlaten, ontstaat er soms een schemerachtige, spooky sfeer.


Voor Kazachstan hebben we een transitvisum nodig (5 dagen geldig, geen Letter of Invitation nodig). We gaan naar de ambassade en het is niet druk. Ik mag naar binnen maar Ilona niet. Door detectiepoortje en dan wachten in een houten hok. De man die het regelt zegt helemaal niets, hij wijst soms. Hij bekijkt het paspoort. 5 minuten later mag Ilona ook naar binnen. Tas achterlaten en op een gegeven ogenblik mogen we verder, het ambassadegebouw in. Voor de twee balies staat een man in pak hard te praten tegen mensen die wachten. Wat hij zegt verstaan we niet maar het lijkt een donderpreek. Ook tegen ons begint ie. We verstaan hem niet en dat neemt hij ons kwalijk. Wat een eikel. Maar hij lijkt belangrijk, dus houden we ons stil. Iemand loopt gewoon door naar het loket terwijl wij zitten te wachten. Wel erbij blijven, anders zitten we hier nog wel even. Als we opstaan, gebaart de onaardige man naar het loket. Het visum is morgen klaar, ophalen na 5 uur. Kosten: 30 $ pp.

Helaas hebben we de marge om deze twee visa te regelen veel te ruim gepakt. We hebben ons Kyrgyzische visum pas op 6 april laten ingaan, dat is over een dag of 10. Uiteindelijk moeten we daardoor langer in Tashkent blijven dan we eigenlijk willen.

Daarom besluiten we ook maar het Chinese visum proberen te regelen, ondanks dat we totaal geen idee hebben wanneer we eigenlijk naar China willen. Het formulier is in Engels en de pasfoto dient netjes te zijn en met lijm opgeplakt. We willen graag een 60 daags visum ipv. de gebruikelijke 30 dagen en we willen weten wanneer die 60 dagen ingaan. Maar de Chinees achter de balie spreekt geen woord Engels. We schrijven groot op een stuk papier '60 days visum - 3 days ready - $60?'. De Chinees staart een hele tijd naar het briefje en knikt dan. Ha? Zou hij het gesnapt hebben? We twijfelen. Een Rus die wat Engels spreekt vraagt het nog een keer na. De man zou het begrepen moeten hebben... Hopelijk gaat het visum pas in op het moment dat we de Chinese grens overgaan. Anders hebben we er niks aan. Na drie dagen kunnen we de paspoorten ophalen. Dollarbriefjes met daarop een merkje of kreukje worden resoluut geweigerd. Alles klopt en we zijn klaar! We kunnen vooruit tot Peking!

Het visum is 3 maanden geldig en je moet China in voordat die 3 maanden zijn verlopen. De 60 dagen duur begint vanaf die dag te tellen. Je kunt dus zeg maar op de laatste dag dat je visum geldig is de grens over en vervolgens toch nog 2 maanden blijven. Kosten: $ 50 pp. in 3 dagen. Kan sneller maar is duurder. Bij ons paste de 3 dagen verwerkingstijd net omdat een dag later het Kazachse visum inging.

 
 

Brede boulevards in Tashkent


Naar Kazachstan

Uiteindelijk kunnen we op zondagochtend weg. Maar we gaan eerst nog even naar de kerk. De Russisch orthodoxe dienst in de Uspensky kathedraal is prachtig. Een dienst duurt bijna 4 uur maar je mag in en uit lopen wanneer je wilt. Iedereen staat, het publiek is gemengd. Ook jonge mensen komen naar de dienst. Babushka's, oude vrouwtjes met sjaaltjes om hun hoofd, ruimen de oude kaarsen op en verzorgen de kerk. Ze kijken je vragend aan als je binnenkomt (wij zijn geen Russen) maar glimlachen en gaan verder met hun bezigheden. Binnen is het druk. Zonlicht schijnt door een koepel boven het altaar naar binnen. Door de wierrook worden de stralen tastbaar. De priester zingt met een diepe, zware stem. Het vrouwenkoor antwoord met hemelse gezangen. Het is ontroerend mooi.

We vertrekken naar de grens en rijden verkeerd. Dus omdraaien, mag hier wel niet maar we moeten terug. Als niemand het maar ziet. Helaas staat aan de overkant, op de terugweg politie. Hij kijkt serieus en zwaait ons aan de kant. Ja, hoor, gezien. Gelukkig biedt het maken van een hulpeloze indruk uitkomst. We zijn toeristen, de grens kwijt, waar moeten we heen?? Hij vergeet de overtreding en wijst ons op weg. Pff. Het blijkt toch nog een eind. Op de laatste afslag naar de grens worden we weer aan de kant gezet. We begrijpen dat we een document missen. Je wordt er moe van. We hebben toch wel wat haast want het is al bijna 12 uur en we moeten nog een heel eind. We komen er niet uit en gelukkig zwaait een collega van de agent op een gegeven ogenblik dat hij het moet laten zitten. Na de laatste boodschappen komen we aan bij drukte en een slagboom. Gaan we weer, de Oezbeken jagen weer een drugshond door de bus maar dat is eigenlijk ook alles. Ook hier vroegen ze weer om dat autodocument die we niet hebben. Het ging ook wel verdacht makkelijk, toen bij Nukus. Na wat heen en weer gepraat mogen we dan toch door de poort en opeens is het rustig. Nog geen 100 meter verder is de post van Kazachstan.

Diesel tanken in Oezbekistan


Oezbekistan resumé
Voor het landschap hoef je er niet heen. Oezbekistan is zo plat als een pannenkoek en vooral droog. Maar de mensen en cultuur maken het land bijzonder. De route die wij volgden langs de historische plaatsen, bouwt op in schoonheid en grootheid. Van het oude Chiva, dat een is dorp is, naar Boechara (klein stadje) en als toppunt de stad Samarkand. Minder: met de grootte van de steden loopt evenredig het toeristische gehalte op.

De Oezbeken zijn een zelfbewust volk, met kleurrijke vrouwen en ontwikkelde mannen. Een broodverkoper op straat in Boechara houdt van Italiaanse opera en weet dat Nederland onder de zeespiegel ligt. Onder invloed van de regering probeert men een sterk nationaal bewustzijn te kweken. Alle communistische sporen zijn vakkundig weggewerkt, de tijd van Karl Marx is voorbij, Timoer Lane is nu de held. Op regeringsgebouwen, wegwijzers (voor zo ver aanwezig) e.d. staan de teksten in het Oezbeeks, geschreven met Latijnse letters. President Karimov lijkt de touwtjes stevig in handen te hebben, ondanks onrusten in o.a. de Fergana-vallei, veroorzaakt door wat de regering moslimrebellen noemt.

Het karakter van de Oezbeken wordt nog duidelijk als we later in Kyrgyzstan komen. uit Kirgiezen zien er op de eerste plaats veel Aziatischer uit (platte gezichten, klein neusje, meer spleetogen) en zijn ook in hun doen anders; verlegener, traditioneler in het rollenpatroon, passiever (geen eeuwenlange Zijderoute-stedenbewonerstraditie maar een nomadenachtergrond) en minder open, direct en eerlijk. We hebben goede herinneringen aan de Oezbeken.

Er rijden veel Daewookes rond, made in Oezbekistan, volgepropte busjes van het formaat Mini-cooper die het publieke transport vervangen. Niet alles vanzelfsprekend in Oezbekistan: diesel is schaars, water ook en elektriciteit valt soms uit.

Overpeinzingen: Vanaf Oezbekistan gaat het nu hard richting Kyrgyzstan. We zijn een beetje moe. Misschien is een half jaar reizen toch genoeg? Straks misschien zonder de blusbus (snif snif). Camera is stuk, geniet minder als ik geen mooie foto's kan maken, doe veel minder moeite, ga er niet echt voor. Een gemis op de bazaar van Samarkand.