Dagboek 35: Boechara, Oezbekistan

Bishkek, Kyrgyzstan, 9 april 2006


Vanuit Chiva is het ongeveer 450 km naar Boechara. Het is eigenlijk raar hoe weinig verkeer er is. Misschien ook niet, want de weg is weer erg slecht. Dit is zowat de enige verbindingsweg tussen het noorden en zuiden van Oezbekistan.

Chiva ligt maar een paar kilometer van Turkmenistan af. Eerst steek je de Amu Darya rivier weer over en na de gebruikelijke roadblocks zit je weer aan de goede (oost) kant van de rivier. Eerst rij je nog een heel stuk terug naar het noorden, langs een kanaal. Dan begint de lange weg naar het zuiden. We twijfelen weer erg of we wel goed zitten want er staan geen borden. Rechts zie je nog 1x de megabrede maar ondiepe rivier. Links is woestijn. De hele route loopt door woestijn en nog meer woestijijijijhhijijn!

Militsia
Op de route zijn verschillende checkpoints met verveelde en daarom vervelende politie. Bij eentje wijst zo een mini-Milosovic naar het begin van de roadblock. 'Daar staat een STOP-bord', zegt hij 'en jullie stopten niet'. Nou hebben we geleerd erg langzaam en behoedzaam deze posten te benaderen en te stoppen waar je moet stoppen. We hebben geen bord gezien. 'Probljem', zegt de agent. 'Daar gaan we' denken we, het gaat eigenlijk nog lang goed en er moesten wel een keer moeilijkheden komen. We zitten in de middle of nowhere en er is nauwelijks ander verkeer. Hij bladert zorgvuldig door onze paspoorten en wij wachten af. Hij geeft ze terug en we mogen door. Hè? We denken niet lang na en rijden meteen weg (voordat hij zich bedenkt). Ging weer goed, maar leuk is het niet. Als je antennes of betonblokken ziet, weet je al hoe laat het is. Het is niet relaxt rijden. Vooral de Oezbeekse politie heeft een slechte naam. Corruptie schijnt nog erg veel voor te komen. De agenten verdienen niet veel en beunen bij door ter plekke verkeersovertredingen te verzinnen. Voor westerlingen zal de boete waarschijnlijk extra hoog zijn. Een gedeelte verdwijnt in eigen zak of je koopt de officiële boete af door de agent wat toe te schuiven. Je krijgt geen bon maar de agent doet dan verder nergens meer moeilijk over.

Oude stad met één van haar landmarks, de Kalan-minaret in het midden van de fotoKleden uit Boechara

Ondertussen hebben we al geleerd hoe we de politie moet benaderen. Musa deed het ons voor in Turkmenistan en ook de chauffeur in Nukus liet zien hoe je het aanpakt. Je hebt roadblocks. Dat zijn wegafzettingen waar soms een slagboom is of een pad tussen betonblokken waar maar 1 auto tegelijk doorheen kan. Maximumsnelheid 20 km p/u of nog lager. Vaak staan er Stop-borden, in het begin, bij de post zelf of waar dan ook. Altijd stoppen en stoppen is echt stilstaan. Zegt niemand wat of gebaart niemand dan kun je heeeel laaaaaangzaam doorrijden. Maar als je rijdt in een rode bus met BRANDWEER! op de voorkant en gele nummerborden is de kans groot dat je aan de kant gezet wordt. Ook los van de roadblocks is overal veel politie. In sommige steden op ieder hoek van de straat en ook soms zomaar langs de weg. Meestal vervelen ze zich en is de eerder genoemde rode verschijning aanleiding om te zwaaien met hun oranje stokje. Je wordt aangewezen en ze wijzen naar de kant.
Dan haal je diep adem en doe je als volgt: uitstappen en naar de agent toe lopen. Wacht niet totdat hij bij jou is. Zelfverzekerd stap je op hem af en reikt hem de hand (de politie is je beste vriend). Met een lach zeg je: Salom! (gegroet) en 90% van de gevallen vraagt hij: 'Otkuda?' (waar komen jullie vandaan?). 'Gallandia' (Holland). Als je geluk hebt zegt hij iets van: 'Ah, Gallandia, Marco van Basten! Goeliet!' Dan zit je goed. Als we thuis zijn, worden we lid van de fanclub van het Nederlands elftal. De dank aan 'onze jongens' is namelijk erg groot, ik weet niet hoe vaak ze de ijsbreker in welk gesprek dan ook zijn geweest. Maar goed, weet de agent niets van voetbal dan wordt het lastiger. Gelukkig is het vaak alleen maar nieuwsgierigheid. Ze staan de hele dag langs de kant van de weg en een buitenlandse auto wekt hun nieuwsgierigheid. Vaak willen ze even de autopapieren zien. Niet dat ze die kunnen lezen. Als ze erachter komen dat je geen Russisch spreekt, vriendelijk blijft lachen en het gesprek laat doodbloeden, mag je vaak weer verder. Als ze in de auto gaan kijken, wordt het vervelender. Er is altijd wel iets wat hun aandacht trekt (benzinebrander, toeter, bolletje katoen, fles water..). Gelukkig leer je steeds beter hoe je de agenten moet benaderen. En wat voorzorgsmaatregelen kunnen ook geen kwaad. Sinds lang loop ik weer met een pakje sigaretten op zak. Neem altijd alle papieren mee. Voor het geval er echte problemen komen, zorg dat je wat kleine biljetten aan Dollars gescheiden hebt van je grote briefjes, zodat ze die niet zien. Tot nu toe hebben we onze beurs nog niet hoeven trekken.

Oezbeekse familie op bezoek in BoecharaChar Minar

Stoddard en Conelly

Het meest tot de verbeelding sprekende verhaal uit Boechara's historie is dat van Stoddard en Conelly. Op 24 juni 1842 werden deze twee Engelse officieren uit hun cel gesleept en voor een groot publiek, op het plein voor de Arc (de citadel), begeleid door tromgeroffel, onthoofd. Kolonel Stoddard was 3 jaar daarvoor aangekomen in Boechara. Zijn missie was om Emir Nasrullah Khan, lokaal heerser van Boechara en omstreken, gerust te stellen over de Britse invasie van Afghanistan. Maar er werden enkele foutjes gemaakt. Emir Nasrullah Khan was een man met een niet bescheiden zelfbeeld. Stoddard had geen geschenken voor de emir bij zich, geen begeleidende brief van koning Victoria (de emir zag haar als een gelijkwaardig heerser) en Stoddard stapte niet van zijn paard af toen hij de citadel opreed. Dit was tegen het lokale protocol. Nasrullah Khan was gepikeerd en liet de Engelsman in de gevangenis gooien. Daar bracht hij het grootste deel van de tijd door op de bodem van de zogenaamde 'bug-pit', een diepe kuil vol ongedierte. In 1841 arriveerde kapitein Conelly, die kwam proberen om Stoddard vrij te krijgen. Ook hij werd in de kuil gegooid. Na de dramatische Britse nederlaag in Kaboel was de emir ervan overtuigd dat Engeland een tweederangs natie was. En omdat hij geen antwoord van koningin Victoria op een eerdere brief had gekregen, liet hij beide officieren executeren.

Hapjes en gastvrijheid op No Ruz


Navroez

Aan het eind van de middag komen we in Boechara aan. Boechara is weer een stap groter dan Chiva. Maar ook hier kun je zo het oude stadsdeel inrijden met de auto. De rust en toegankelijkheid van de steden in Centraal Azië verbaast ons nog steeds. Boechara is ook weer een stap toeristischer. Er lopen streetwise kids rond en veel mensen spreken Engels. We vinden snel onderdank bij een Bed & Breakfast met een knappe dochter. In Oezbekistan hoef je niet meer naar een vreselijk sovjet-hotel, in de toeristische steden hebben veel families een B&B. De overheid schijnt dit ondernemerschap te stimuleren. Ook zien we veel NGO projecten, er is zelfs een Centre for Creative Photography. Als we rondlopen, wijst een oud vrouwtje me na en lacht me uit vanwege mijn oorbellen.

Net als Chiva en Samarkand is Boechara een stad van islamitische historie en cultuur. Het oude gedeelte ligt vol met voormalige medressa's, er is een groot fort en overblijfselen van een marktcomplex. Maar net als in Chiva is alles erg gerestaureerd. Het oude centrum wordt hierdoor net wat te netjes en net wat te stil. Gelukkig is Boechara wat meer stad dan Chiva en worden bepaalde plekken nog steeds gebruikt om tapijten, sierraden of souvenirs te verkopen. Er loopt een vrouw rond die je zakken vult met een handvol zonnebloempitjes waar iedereen op knabbelt. We merken dat we meer naar mensen kijken dan naar de oude gebouwen. Het is allemaal erg mooi maar we hebben al veel blauwe koepels gezien. En de Oezbeken zijn een interessant volk. Ze zijn vrij open en gaan contact niet uit de weg. Als we op een middag terugdrentelen van de Char Minar komen we in een steegje een Lada tegen met een schaal eten op de motorkap. De vrouw die erbij staat nodigt ons uit om wat te nemen. Het zijn allemaal kleine hapjes. 'Voor Navroez', zegt ze. Zoals gewoonlijk twijfelen we, maar we hebben geen haast en de vrouw is erg open en aardig. Ze haalt haar dochter erbij die Engels spreekt. Het eten is voor de gasten op Navroez. Morgen is het 21 maart en Navroez (letterlijk: nieuwe dagen. Heet ook: Noroez, nawroz), het islamitische nieuwjaars- of lentefeest dat in heel Centraal Azië gevierd wordt. Wij zijn gasten en daarom nodigt ze ons uit. 'Meestal hebben toeristen geen tijd', zegt ze. We raken in gesprek. Ze heeft een sprankeling in haar ogen en is erg geïnteresseerd. Haar man kijkt wat toe en haar dochter vertaalt. Als we een half uur later doorlopen zijn we onder de indruk van de warmte van de ontmoeting. Misschien is dit wel veel mooier dan alle oude gebouwen bij elkaar.

 

Kinderen dansen op straaten traditionele dans tijdens Navruz

Een dag later is Navroez. Het wordt inmiddels lente en het feest past daar erg goed bij. Navroez in Boechara blijkt vooral een feest voor kinderen te zijn. Ze hebben hun mooiste pakjes aan en treden op of ze vermaken zich op de kermis. De ouders kijken toe en eten wat van alle hapjes. Het feest is in de ochtend. Tegen de middag begint het te waaien, stof wervelt door de straten en alle feestgedruis waait weg. 's Middags is het weer stil.