Daboek 32: Konye Urgench, Turkmenistan

Buchara, Uzbekistan, 21 maart 2006


Het wordt een lange dag. De woestijn begint te verdwijnen, er komen langzaam weer tekenen van bewoning. Het zonnetje verdwijnt, sombere bewolking komt er voor in de plaats. Het lijkt alsof het ieder moment kan gaan regenen. We zijn in een soort stoffig akkerland. De weg is kilometers rechtdoor en wordt maar niet beter. Er staan telefoonpalen langs en soms komen we een heel oud autootje tegen. We worden moe van het gaten ontwijken, het gerammel en het niet kunnen opschieten. De tank is leeg en we vullen bij met de jerrycans als blijkt dat het nog zeker 40 km is. Uiteindelijk zien we een soort hoge, kromme schoorsteen. Het blijkt de minaret, die de oude overblijfselen van Konye Urgench markeert. Konye Urgench was vroeger een grote, belangrijke stad. Totdat de Mongolen kwamen. Er bleef weinig over. 'Not so an important city now', zegt Musa.

Woestijn zoals je je een woestijn voorstelt Weg door de Garagum-woestijn


Dat wordt duidelijk als we het stadje binnenrijden. Deze regio van Turkmenistan heeft weinig aandacht vanuit Ashgabat en dat is te zien. Onverharde straten, oude betonnen gebouwtjes, donkere mensen met versleten, smerige kleren, auto's van voor het Lada-tijdperk. Armoede dus. Er ligt meer dan 500 km woestijn tussen de hoofdstad en Konye Urgench maar Oezbekistan is maar een paar kilometer verderop. Sommige mensen leven van de benzinesmokkel met Oezbekistan.

We slapen buiten het dorp op een kleine, voormalige kolchozen boerderij. Er is geen stromend water, wassen moet met een kruikje en een teiltje. Ook hier is aan ruimte geen gebrek; de eetzaal is 20 bij 20 meter, de wc ligt 100 meter verderop in de akker (type gat in de grond). Rond het gebouw zijn lege velden.

Chapayev guesthouse, een voormalige kolchoze


Een dag later bezoeken we de ruïnes van Konye Urgench. Het mooie is dat er weinig gerestaureerd is en dat het nog steeds leeft. Twee portalen van tombes lijken naar elkaar toe te buigen. Mensen komen naar deze plek om te bidden. We blijven niet te lang want we moeten naar de grens.

In een chaykhana (theehuis) drinken we nog wat en eten pilov (gevulde rijst). Er hangen grote posters op met kleurrijke fruitschalen. Dan rijden we naar de grens. Weer oneindig geblader door onze paspoorten, weer alles 5x opschrijven, weer gesnuffel in de auto. Er moeten opeens nieuwe declaratieformulieren worden ingevuld met de kookspullen erop, medicijnen, etc. Dan is alles rond en via de andere kant van het gebouwtje moeten we weer naar buiten en terug naar de bus. Het is tijd om afscheid te nemen van Musa. We bedanken hem hartelijk. We mogen hem en hij is een goede gids. De poort gaat open en hij zwaait ons uit.

Met lood in onze schoenen rijden we naar de slagboom aan de Oezbeekse kant van de grens. We zijn weer helemaal op onszelf, kunnen niet meer terug en hebben erg vervelende verhalen gehoord over de Oezbeekse uniformen.

Turabeg Khanym mausoleum en graven uit een recenter verledenTegelwerk op het Nejameddin Kubra mausoleum


Over Turkmenistan

Turkmenistan was een van de hoogtepunten van onze reis tot nu toe. Het is een land van zwart - wit contrast. Het absurde Ashgabat, de woestijntocht met de brandende krater en de grote truck. Een land met erg vriendelijke en mooie mensen ook, het is nog heel puur. Zonder toeristen. Ook wel exclusief.

Voor bezoekers zijn er een paar vervelende kanten: de Big Brother bureaucratie is vreselijk. Alles moet worden vastgelegd en niemand weet eigenlijk meer waarom. Het kost ook het nodige om überhaupt het land in te komen. We maakten ons van te voren de meeste zorgen over het feit dat er een gids verplicht mee moet als je niet met een transit visum reist. Maar we hebben het erg getroffen met Musa, dus dat was geen enkel probleem.
Verder:
fotograferen. Het mag niet of mensen willen niet. Als er ergens per ongeluk een uniform, televisieantenne of ander strategisch object voor je lens komt, heb je een probleem. En er lopen mooie types rond. Maar veel mensen willen niet op de foto...

Benieuwd hoe Turkmenistan er over 20 jaar uitziet. Türkmenbashi wil er een 2e Koeweit van maken, inclusief welvaart voor iedereen. Maar het schiet nog niet erg op, wat als het niet lukt? In Moskou ligt een park waar vroeger de 'Verworvenheden der USSR' te zien waren. Gouden fonteinen, marmeren gebouwen en exposities over ruimtevaart en landbouwtechniek. Inmiddels is de SU niet meer en het park vergane glorie. De raketten zijn al lang verdwenen, het marmer is kapot, verweerd en naar beneden gevallen, het goud bladdert af. Het park biedt nu onderdak aan een soort markt voor Zeeman-kleding en goedkope elektronica.

Hopelijk komt de droom van Türkmenbashi niet tot een voortijdig einde. Vooralsnog is het zijn eigen droom en koopt de bevolking er weinig voor. Van de andere kant weet niemand wat er gebeurt als hij er niet meer zou zijn. En wat te doen met de duizenden portretten en standbeelden van hem?

Schilderij ter ere van TürkmenbashiOveral te koop: de boeken van de president