Dagboek 31: Door de Garagum-woestijn, Turkmenistan

Khiva, Uzbekistan, 18 maart 2006


De volgende dag gaan we Ashgabat verlaten voor een tocht van ruim 500 km door de Garagum-woestijn (Karakoem). En het regent.. Musa komt naar ons hotel en na alle tanks gevuld te hebben, rijden we vanuit Ashgabat naar het Noord-oosten. Er is maar 1 weg dus dat kan niet missen. De lange tocht zullen we halverwege onderbreken bij Darvaza, een woestijnnederzetting van een paar yurts (joerts, witte vilten ronde tenten van nomaden in Azië). Een dag later zullen we doorrijden naar Konye Urgench, vlak bij de Oezbeekse grens. In de buurt van Darvaza is een brandende gaskrater die we graag willen zien. Darvaza schijnt verlaten te zijn volgens Musa, dus we hebben boodschappen gedaan om te kunnen kamperen in de woestijn. Het eerste stuk weg is erg goed. Er is een nieuwe spoorlijn gebouwd parallel aan de weg. Op deze manier is de aanvoer van spullen om de weg te kunnen repareren eenvoudiger geworden. Toch zijn er kilometers onverhard of slecht. Maar het kan de pret niet drukken; we zijn uitgelaten omdat er weer wat gebeurt en omdat we weer onderweg zijn.

Kids in Yerbent


Al snel is het echt woestijn. De regen stopt en er is alleen nog maar zand. We hebben tijd zat en raken in gesprek met Musa. Over Turkmenistan, Turkmenen en Türkmenbashi. We hebben al gemerkt dat Musa redelijk open is, intelligent en een ervaren gids. Hij voelt goed aan wat de mensen willen. En hij is jong, aan de grens liet hij zich ontvallen dat er zaken zullen veranderen. Dus we vragen hem op de man af: Hoe is het om in een dictatuur te wonen? 'Türkmenbashi is een 'gentle dictator', zegt hij. Zaken zijn aan het veranderen, privé-onderneming wordt op kleine schaal toegestaan (het reisbureau waarmee wij zaken doen, is particulier), privatisering van grotere bedrijven is stap 2. Een gecontroleerde overgang naar een markteconomie, om chaos zoals in Rusland na de val van het communisme te voorkomen. Ook de infrastructuur wordt opgeknapt. Er is een spoorweg aangelegd door de Garakumwoestijn, naast de weg die zo eenvoudiger kan worden hersteld. Binnenlandse vluchten worden uitgevoerd met nieuwe Boeings en een uur vliegen in Turkmenistan kost ongeveer USD 1.50. De diesel die we tanken is goed, er is een nieuwe raffinaderij, iedereen heeft een schotel, satelliet-tv wordt gedoogd (de staatsuitzendingen laten urenlang Türkmenbashi zien die zijn aandachtig luisterende regering vertelt hoe het allemaal moet). Er is een 3 talenbeleid, iedereen zou Turkmeens, Russisch en Engels moeten kunnen spreken. En voor ons een groot voordeel: de agenten van de Militsia (politie) langs de weg zijn vervangen door dienstplichtige jongens. De corruptie liep blijkbaar de spuigaten uit. Nu wordt er hooguit een sigaretje gebietst. Tsja, wat wij zo gezien hebben in Ashgabat, je kunt het slechter treffen met je dictator. Wrang blijft echter dat heeeeeel veeel geld naar het Franse constructiebedrijf Bouygues, de hofbouwmeesters van Türkmenbashi, gaat om nog meer nieuwe kastelen te bouwen. En Türkmenbashi is nogal overtuigd van zichzelf. Overal prijkt zijn portret. Overal zie je zijn motto 'Halk, Watan, Türkmenbashi', wat betekent: 'Volk, Land, Ik'. De boeken die hij geschreven heeft, vullen de boekwinkels. Een van zijn boeken, Ruhnama (boek van de ziel) is zelfs verplichte stof voor iedere Turkmeen die wat verder wil komen. Er zijn examens om te kijken of je de inhoud kent. De man heeft een ijzeren greep op het dagelijkse leven van zijn onderdanen. De gezondheidszorg ligt op z'n gat en de inflatie is enorm. Beloftes worden niet nagekomen en westerse investeerders blijven weg, ondanks de rijkdom aan bodemschatten.
'That are the other sides', zegt Musa.

Vrouwen weven een kleed in een yurt (traditionele nomadentent)Yurt in Yerbent


Musa vraagt of we het woestijndorp Yerbent willen zien. Het is geweldig; meiden knopen tapijten van wol, vrouwen bakken brood in een tandoori-oven en de kids zijn uitgelaten en begeleiden ons door het hele dorp. Het is een geweldig plekje, het dorp ligt in het zand en eromheen is ook overal zand. De mensen zijn erg open voor zo een afgelegen eenzame plek. Musa verbaast zich over het feit dat we een foto maken van een huiskameel. Maar we proberen het te verklaren dat hij waarschijnlijk ook een zwart-witte koe zou vastleggen als hij als Turkmeen Nederland zou bezoeken. Het rondje door het dorp is voor ons een bijzondere ervaring. Door Musa krijgen we toegang tot een kijkje in het leven van de mensen. Er komt zelden een buitenlander en alles gaat zijn gang zoals het altijd zijn gang gaat. Onbedorven en spontaan. Zoiets zien we niet vaak.

We vervolgen onze trip. Uren later stoppen wij bij de eerste gaskrater. Er zijn er drie. Deze is gevuld met water. Het is een eng diep gat met afbrokkelende randen. In het water zie je bubbels opstijgen, die ontstaan door het gas. Er hangen wat arbeiders rond die met een immense Kamaz-truck zijn gearriveerd. Het voertuig heeft wielen van een meter hoog en lijkt een dimensie groter dan wij zijn gewend. De tweede krater is meer een geiser van bloppende modder. Een plek waaruit een monster te voorschijn komt in een goedkope B-film. In Darvaza was vroeger een sulfermijn maar die is dicht. De nederzetting is verdwenen, er is alleen nog een kamp van weg- en spoorarbeiders.

Jonge vrouwen maken een tapijt van schapenwolArbeiders in Darvaza


Een kilometer of 7 van de verharde weg af ligt ergens de derde krater. Door een explosie is hier het gas in brand geraakt. Al dertig jaar brandt dit. Vooral 's nachts schijnt dit een spectaculair schouwspel te zijn. Musa wil er graag heen en wij nog meer. Het idee is om er te bivakkeren bij de krater. Om er te komen, moet je wel 'off the road' door het zand. Van te voren hebben we het hier al over gehad. De vraag is of het met de blusbus lukt. 'Do you want to try?' Natuurlijk, maar we vinden het wel spannend. We hebben geen echte 'off the road' ervaring. 'You need all your skills there', had Dovran gezegd, een collega van Musa. Musa weet ongeveer waar je van de weg af moet en na wat navraag staan we bij een zandspoor dat het goeie zou moeten zijn. Er is al meteen een opstakel. De weg wordt opgeknapt en daarvoor wordt eerst het oude asfalt opgebroken. Voordat we het zand in kunnen, moeten we eerst van het wegbed af door brokken asfalt. Dat lukt zonder kleerscheuren en we staan een halve meter lager in los zand. Voor het eerst gaat de bus in de lage giering van de vierwielaandrijving. Het kost moeite maar het gaat. 50 meter verder is de ondergrond hard en de volgende kilometer is geen probleem. Dan komt de sleutelpassage. Een zandduin van een meter of dertig hoog. Deze duin is eigenlijk onvermijdelijk, zegt Musa. 'Hij is kilometers lang en je moet er ergens overheen'. Soms rijden de chauffeurs er omheen maar hij weet niet waar. Het eerste stuk is niet zo een probleem. Maar het volgende is wat stijler en erg los. We verkennen het te voet. 'This is a difficult part, here we got stuck last time', zegt Musa. Wij komen nog een heel eind maar op driekwart staan we ook stil. Met duwen krijgen we de bus weer in beweging, achteruit. Als we de sporen zien, zijn we eigenlijk verbaasd wat er nog kan met deze auto. Poging 2 gaat over een schuiner gedeelte en de bus begint zijwaarts weg te zakken. Poging drie gaat meer richting berghelling en komt minder ver. Iedere keer zijn we blij dat we de bus door duwen nog achteruit krijgen. Een poging onderlangs de duin eindigt ook in niets. Bij de eerst gaskrater, kilometers terug, hadden we ook tracks gezien. 'Maybe try there?' Het is nog de enige en laatste mogelijkheid. De duin ligt hier kilometers van de weg af dus het eerste stuk is een eitje. Het eerst stuk is nog redelijk hard; we raken zelfs een hard gedeelte met de onderkant. Via rechts komen we weer bij het opgewaaide zand. Te voet zien we dat er 2 stukken los zijn met een hard stuk ertussen. Het 1e stuk is een bocht omhoog, het 2e stuk is de top van een bult. Poging 1: tot driekwart. We hebben wat ervaring opgedaan inmiddels en zijn wat vastberadener. Het ziet er minder moeilijk uit dan waar we de eerste keer geprobeerd hebben. Een aanloop blijkt uitkomst te geven en de bus staat op het harde vlakke tussengedeelte. Maar het is op het randje, we krijgen het gevoel dat het allemaal maar net kan (of eigenlijk net niet). Het wordt al laat. Mocht het 2e stuk lukken, komen we dan nog wel terug nadat we omlaag zijn gegaan? En wat komt daarna? Misschien is het beter om hier te kamperen. We zullen de brandende krater dan niet gaan zien.

We draaien om. We moeten accepteren dat deze auto hier niet voor gemaakt is. We zijn al ver gekomen maar als we echt vast komen te zitten hebben we een probleem. Helaas… (shit!)

De 3 gaskraters bij Darvaza

We gaan een kampeerplek zoeken. Als we om ons heen kijken, zien we een huisje. Met waarschijnlijk een truck erbij… We rijden erheen. Het blijkt een betonnen hok te zijn waar 2 broers met gezin wonen. De ene is klein en met een rond, donker gezicht. De andere is een lange kerel, met een blanke huid en spitse neus, geknepen ogen en hoge jukbeenderen. Zijn gebit is slecht en hij draagt een bruine bontmuts. Hij lijkt meer op een Rus maar is dit niet. Zijn dochter is al net zo lang. Musa praat met de man. Na een tijdje vraagt hij of hij ons wil brengen. Dat wil hij wel maar hij vraagt waarom we niet zelf gaan met onze machina (auto)? Lukt niet. Uiteindelijk zal hij ons over een uur komen ophalen met zijn truck. We rijden 2 kilometer verder en maken een kampje. Musa zet zijn vendex-tent op met 2 haringen, haalt zakuzki's (koude voorgerechten) te voorschijn en wodka en wij koken pasta. Anderhalf uur later horen we in de verte gegrom dat langzaam dichterbij komt. Het is de herder met zijn truck. Het is een Russische Zil, legergroen uiteraard. Dit ding ziet eruit alsof ie overal doorheen kan. Blijkbaar hadden de Russen het motto beter goede auto's dan goede wegen. De deur is anderhalve meter boven de grond. We persen ons met z'n vieren naast elkaar in de cabine. Met een hoop herrie en gestommel gaan we op weg. Het voelt alsof je in een tank zit. Het gaat niet hard maar wel gestaag. We rijden terug naar waar we de eerst keer geprobeerd hebben. De truck gromt, de man schakelt de 6x6 in en zonder al te veel problemen komen we bovenaan de zandhelling. Okee, dit is dus het verschil met een Toyotabusje. Daarna gaat het nog kilometers ver door, soms door nog meer los zand. Achteraf zijn we blij dat we niet met de bus verder gekomen zijn.
Het is inmiddels al een tijdje donker en we kunnen niet verder kijken dan een meter of 10 in het licht van de koplampen. Een gloed in de lucht geeft aan waar de krater is. Het is een ongelofelijk fenomeen. Een diep groot gat in de woestijn waarin vuren branden. Zeker 100 meter qua doorsnee en een meter of dertig diep met steile wanden. Angstaanjagend en fascinerend. Je ruikt het gas, de warmte slaat in je gezicht. Dit hadden we toch zeker niet willen missen!


Opstaan en bijtanken in de woestijn

's Nachts vriest het maar het avontuur, het buiten zijn en de natuur doet ons weer goed. De zon schijnt. We ontbijten in de woestijn en gaan weer op pad. Het 2e gedeelte van de weg door de woestijn is ongelofelijk slecht. Het asfalt is meer dan 20 jaar oud en super brak. Grote gaten. Wat een ellende. Soms moet je stapvoets rijden en hele stukken komt de snelheid niet boven de 30 km/u. Dit wordt een lange dag. En dan te bedenken dat in Ashgabat kilometers strak asfalt ligt waar nauwelijks iemand overheen rijdt.