Daboek 30: Ashgabat, Turkmenistan

Khiva, Uzbekistan, 18 maart 2006


Van Mary rijden we in iets meer dan een halve dag naar Ashgabat. We rijden weer richting Iran en kijken tegen het Köpet Dag gebergte aan. Dit gebergte ligt in Iran en loopt parallel met de Turkmeense grens. Als de weg draait in noordwestelijke richting liggen de bergen aan de linkerkant. Onderaan de bergen liggen groene weiden. Aan de ander kant van de weg begint de woestijn. Het is plat, leeg en zanderig. Er is niet veel verkeer. In de buurt van de stad wordt het drukker. We zien een grote witte boog. Dit is de oostpoort van Ashgabat, 'There is a big checkpoint, no pictures please', zegt Musa. Het ziet groen van de uniformen. Ze zijn argwanend en doen moeilijker dan normaal. Uiteindelijk weet Musa de agent te overtuigen dat we geen kwade bedoelingen in Ashgabat hebben. 'You should wash your car, he says', zegt Musa als we verder mogen.

Arch of Neutrality op het Independence Square, met daarbovenop een gouden standbeeld van Türkmenbashi

In Ashgabat valt onze mond open. We hebben wel gelezen over de bouwdrift van president Niyazov, alias Türkmenbashi (vader der Turkmenen) maar wat we zien als we door de stad rijden, slaat alles. We zien de Arch of Neutrality, een soort toren in de vorm van een raket. Bovenop staat een gouden beeld van Türkmenbashi. Met open armen begroet hij zijn volk en het licht. Het beeld schijnt met de zon mee te draaien. We zien een straat met alleen maar paleizen met koepels. Niet een paar, om de stad wat aanzien te geven, maar hele rijen. Tot onze schrik verblijven wij in Berzengi, een futuristische nieuwe wijk. Het is kilometers van het centrum af. Türkmenbashi schijnt een voorliefde voor de bouw van luxe, dure hotels te hebben. We rijden langs rijen spierwitte marmeren torens. Het lijken wel bruidstaarten. Ze staan in het niets en er schijnt ook niemand te verblijven. En weer niet een paar, als we om ons heen kijken zien we er zo een stuk of 26. De wijk is volkomen kunstmatig. Besproeid groen gras eindigt opeens bij stoffig, braakliggend terrein. Het is er wel rustig. Grote brede avenues zonder verkeer. Kilometers lang ook. Musa levert ons bij ons hotel af. Het is een nieuw maar erg bescheiden optrekje in vergelijking met de meeste andere gebouwen om ons heen. 'Actually, there is a rule in Ashgabat that you should wash your car', zegt hij. Het is dus geen grap.


Hart van Ashgabat: Independence Square met links het presidentiële paleisMonument voor de aardbevingslachtoffers van 1948


Het hotel heeft een Russische staff. Dat betekent: dames in strakke, witte bloesjes met nog strakkere bh's, chagrijnige blikken, aardappels schillen boven een teiltje, verveeld voor de tv hangen en een ontbijt met dikke plakken worst, eieren en koffie. Ilona knipt buiten achter het hotel mijn haren. Een man brengt een krukje en lacht. Het is allemaal geen probleem, want het interesseert niemand.

In Ashgabat mag je rondneuzen zonder de verplichte gids. Musa gaat naar huis en we zien hem over een paar dagen weer, als we verder gaan. Een beetje uitgelaten rijden we de stad in. Ook wel een beetje bang voor vervelende agenten. Het mega Yimpas winkelcentrum is als thuis: wat een luxe! Alles verkrijgbaar, modern maar ook duur. Vooral voor expats (buitenlandse werknemers) dus, maar een groot verschil met de chaotische kraampjes uit Iran. De eerste indruk van Ashgabat is westers en netjes. Het lijkt een laag Oostblok gehalte te hebben. We zijn nieuwsgierig en rijden naar het centrum. Dit is bij de Arch of Neutrality en het Independence Square. Daaromheen ligt het paleis van Türkmenbashi en nog een aantal indrukwekkende gebouwen. Zonder problemen rijden we langs het paleis en we parkeren de (vieze) bus op 100 meter van het plein. Wat gek, het is geen enkel probleem om zo het centrum in te rijden. Het is erg toegankelijk voor een dictatuur. Er is bijna geen verkeer, parkeerplek zat, en bijna geen mensen. Het is leeg. Waar is iedereen? Door de brede, ruime opzet van het centrum valt het gebrek aan mensen nog meer op. Voor 1000 manat (24000 Manat = 1 US Dollar) pakken we de glazen lift omhoog in de Arch. We kijken uit over het indrukwekkende plein met al zijn gebouwen. Het is veel witte pracht en praal maar erg sfeerloos.

Russki bazaar

In een Irish pub eten we Fish & chips. Het is een bruine kroeg, veel voetbalsjaals, westerlingen en eigenlijk zoals thuis.

Gelukkig ontdekken we een dag later dat er ook plekken zijn waar het wel leeft in Ashgabat. Het is 28 graden, we crossen weer over de brede straten, worden meteen aangehouden als ik een foto maak vanuit de bus en parkeren weer op onze vaste plek. De Russki bazaar blijkt de plek waar de locals zijn. Veel vrouwen met groente onder een mega betonnen Sovjet overkapping. Eigenlijk is er alles te koop. Vis, vlees, zuivel, brood, conserven. Een kleurrijke mix van voornamelijk Turkmenen en een paar Russen. De sfeer is erg goed, de mensen wat afwachtender dan Iran. Voor ons is het ook wat aftasten, maar een lach wordt bijna altijd beantwoord. Vaak met een rij gouden tanden want heel veel Turkmenen, jong en oud, hebben vervangingen in hun gebit. We zien iemand een broodje eten dat er lekker uitziet. Het is een hotdog, het broodje wordt gevuld met wortelsalade, rode bieten, een worstje, frietjes, sour cream, wat ketchup en verse dille en peterselie. Als we terugkomen op de parkeerplaats staat onze bus te glimmen in de zon. Hij blijkt gewassen te zijn!

Grote contrasten: Marmeren torens en lege boulevards tegenover oude Sovjet woonwijken en auto's

In totaal zijn we drie dagen in Ashgabat. Wat steeds meer opvalt, is het contrast in de stad. Het is echt zwart - wit. Ik heb nog nooit zoveel imposante gebouwen gezien. Het staat vol. En het is nog niet genoeg, er zijn nog steeds nieuwe torens in aanbouw. Het meest idiote is de compleet nieuwe wijk Berzengi. Daar ligt het Onafhankelijkheids Park. Er staat een soort mega-ontstopper van 100 meter hoog, alles in marmer en goud. Het is een park vol fonteinen, adelaars, bronzen beelden van krijgers, het is echt onwerkelijk. Ik heb nog nooit zoiets absurds gezien. Iemand heeft zijn eigen droom gewoon realiteit gemaakt en laten bouwen. Het is bizar. Het krijgt een trieste bijsmaak als je de andere kant van Ashgabat begint te zien. Er blijken nog kilometers woonkazernes te zijn uit de sovjet tijd. Ze zijn oud, vervallen en troosteloos. Daar woont de bevolking. Letterlijk aan de overkant van de straat liggen dure, indrukwekkende gebouwen waar niemand lijkt te wonen. Overal klateren fonteinen. In een land waar meer dan 90% van het oppervlak woestijn is; er zijn nog genoeg woonhuizen zonder stromend water. In een winkelcentrum staan de meeste panden leeg. De winkels die er zijn sjiek maar er komt niemand. Het personeel zit maar wat. In de rijen hotels zijn geen gasten (wie gaat er nu naar Turkmenistan). Alle gebouwen zijn spiksplinter nieuw. De wegen zijn strak en hebben het formaat van landingsbanen. Daaroverheen scheuren zwart geblindeerde Mercedessen en glimmende Toyota's. Maar door de stad kachelen ook ouwe brikken van trucks, uit elkaar vallende trolleybussen en Lada's die met piepende banden door de bocht gaan... En buiten Ashgabat is het wegdek gaar. Vol gaten en kapot. Het is contrast is extreem en ongelofelijk.

Tolkuchka bazaarMan met Telpek, traditionele muts van schapenbont


Een paar avonden zitten we heerlijk buiten in de beergarden van de Iceberg-bar. Uit een houten keet kwalmt de rook van houtvuur waarboven shasliks worden gegrild. Het is er lekker pretentieloos en gezellig druk. Mannen in trainingspakken laten 1½ liter petflessen vullen met bier bij de tap.

Een andere plek waar het leeft, is de Tolkuchka bazaar. Ieder zaterdag en zondag is hier, op een kilometer of 8 buiten de stad, een grote openluchtmarkt. Achter het Garagumkanaal, op een open en stoffig terrein, komen mensen van ver om te kopen en verkopen. Hier kun je heerlijk rondslenteren, mensen kijken en alles rustig in je opnemen. Dit is een echt stukje Turkmenistan.