Dagboek 27: Teheran

Ab Karm, Iran, 28 februari 2006


Zojuist zijn we in Ab Karm aangekomen, een bergdorp aan de voet van de berg Damavand (5671m), Iran's Mount Fuji. Gelokt door warmwaterbronnen die in het dorp zijn. We zijn gaar. Hier komen ging niet vanzelf. De buitenwijken en omgeving van Teheran zijn stoffig, kaal en vol werkverkeer. Het schiet niet op en niets staat meer in het Engels aangegeven. Verder buiten de stad wordt het verkeer minder, de bergen witter en de weg slechter. We twijfelen of dit nou wel weer zo verstandig is. Eigenlijk moeten we naar het oosten, naar Mashhad, richting Turkmenistan. Vanaf Teheran ruim 1000 kilometer. En niet hier gaan rondstruinen, iets van 100 km buiten Teheran, weg van de snelweg. Morgen moeten we dit ook weer allemaal terug. Uiteindelijk gaan we helemaal van de doorgaande route af, het weggetje is bezaaid met steenslag en soms ijs. Sinds lang moet de 4wd weer eens aan (een dag later blijkt er een rechtstreekse slingerwegtje omlaag te zijn, zonder ijs en modder). We weten pas dat we in Ab Karm zitten als we er zijn. Het dorp is rommelig, overal zwerfvuil en plastic dat door de wind wordt rondgeblazen. We huren een simpel huisje met eigen keuken. Het maffe is dat in de woonkamer een trap omlaag gaat naar een kelder. Daar is een donkergroen bad gevuld met warm water. In Ab Karm lopen overal over straat vertakte zwarte rubber slangen die het bronwater verspreiden. Ook het bad in onze kelder wordt zo gevuld. Het ruikt licht naar zwavel. Misschien is een warm bad goed om de vermoeidheid kwijt te raken. We zijn namelijk een week in Teheran geweest en dat was erg intensief.

Het begint al met de stad zelf: 14 miljoen inwoners en je merkt aan alles dat Teheran de hoofdstad is. Het heeft de dynamiek van Parijs. Alles gaat snel, het is druk en overal krioelt het van activiteit.

De Lonely Planet reisgids waarschuwt voor het extreme verkeer (met termen als shocking, nightmare, near death..), de smog en de oneindige betonnen buitenwijken. Ook van ander reizigers hebben we gehoord dat de stad niet aantrekkelijk is en het verkeer elk voorstellingsvermogen te boven gaat.

Het valt allemaal erg mee. Autorijden is nauwelijks erger dan in andere Iraanse steden, alleen meer van hetzelfde (complete chaos). Van te voren hebben we uitgekiend hoe we de stad in willen rijden en het plan werkt. Langs het Azadi monument rijden we naar het centrum. De lange rechte wegen en het gridachtige stratenpatroon maken oriëntatie gemakkelijk. Teheran ligt tegen de zuidkant van het gebergte aan dat we net zijn overgestoken (ook dit vergemakkelijkt de oriëntatie; de bergen zijn altijd in het noorden en de stad loopt naar het zuiden omlaag. In het zuiden vals plat, hoe noordelijker hoe steiler). Het zonnetje schijnt en de achtergrond van witte toppen maakt de stad bijna mooi.

Azadi monumentTeheran: modern en zelfbewust


In het zuidelijke gedeelte van de stad vinden we een prima hotel. Basic, maar met een vriendelijke en clevere staff. Omdat we zeker een week zullen blijven i.v.m. het regelen van visa, krijgen we een aardige korting. De bus kan achter een ijzeren poort dus dat is ook geen zorg meer (hotel Khayyam, aanrader, zeker voor mensen met eigen auto).

De Amir Kabir weg waar het hotel ligt, is een grote auto-onderdelen bazaar. Bepaalde stukken zijn voor bepaalde onderdelen. Velgen en banden in het begin van de straat, dan olie en ander vloeistoffen, een zijstraat met allerlei rubberen riemen en pakkingen. Ergens ligt een compleet dashboard op straat. Overal rennen mannetjes met steekwagentjes, staan pick-ups met torenhoog banden opgestapeld en dozen, kisten, bumpers worden met de brommer vervoerd. Het is een krioelende mierenhoop. Mensen komen langs om hun auto ter plekke te pimpen. Blauwe lichtjes zijn erg in. Iemand zei dat je hier een complete auto bij elkaar kunt kopen.

Nabij is het Imam Khomeini Square. Een telecommunicatiegebouw van Sovjet formaat domineert het plein. Omhoog over Ferdosi street komen we langs de Britse ambassade. Zitten die hier nog? De Amerikaanse ambassade is in 1979 het middelpunt van een dramatische gijzeling geweest en sindsdien hebben de Amerikanen Iran verlaten. Het ambassade-gebouw heet nu US Den of Espionage is in gebruik door een fanatieke moslimgroepering. Op de muren staat 'Down with USA' en er zijn diverse inspirerende muurschilderingen aangebracht. Het stenen wapen met Amerikaanse adelaar zit nog in de muur en is uiteraard aardig bewerkt. Maar de Britten zijn er nog. Er is echter geen raam onbeschadigd door stenen en op sommige plekken zie je sporen van molotov-cocktails. Tegenover de Britse ambassade is Pars internet, een hal vol computers en telefoons. Het lijkt wel een perscentrum. Het zit echter niet mee, een paar simpele mails sturen duurt een eeuwigheid. Net nu we dringend zaken voor Centraal Azië moeten mailen en ontvangen. We gaan door naar Ferdosi Square en vinden een chaykhuneh, een theehuis in een oude hammam (badhuis). Een heel ander theehuis dan normaal, het is er druk, veel jonge moderne stellen. Het lijkt bijna op een Parijse bistro. Meteen krijgen we een aanvaring met de ober die alles regelt. Een simpele waterpijp met thee is niet mogelijk, wel een aangeklede (met gebak, fruit) en die kost 4500 Toman (ruim 4 euro). Pardon? 'Yes, this is capital' en hij loopt weg. Uiteindelijk krijgen we onze zin en worden we toch nog vrienden. We zijn onrustig en moe. Alles kost moeite en geeft irritatie. Maar we rationaliseren het weg; we weten dat het een kwestie van tijd is. Het kost altijd een paar dagen om in en grote vreemde stad je draai te vinden. Als we na de thee besluiten ook te eten in het theehuis is het eigenlijk al goed. Onze ober vraagt of alles ok is, we maken een praatje en hij is waarschijnlijk ook moe. Hij matst ons flink met de rekening en we schuiven hem wat extra toe.

Met Mitra op de bazaar en met haar gezin, eten bij Shiva's ouders en Nederlandse tekst in Niyavaran park


Als we zitten te ontbijten een dag later, belt Mitra. Mitra is de nicht van Shiva. Shiva is getrouwd met Martin. Martin is een vriend van Ilona. Shiva is Iraans, Martin Nederlands. Samen wonen ze in Parijs. Shiva heeft ons in contact gebracht met Mitra. Via de mail weet Mitra dat we in Teheran zijn en ze wil ons graag ontmoeten. We maken een afspraak en drinken thee. Mitra is een enthousiast en gezellig persoon. Ze wil ons graag mee op stap nemen en wil van alles weten. We maken afspraken voor de komende dagen. Het is leuk haar nu eindelijk te ontmoeten na alle contact via het web.

Een dag later gaan we naar de Turkmeense ambassade in het noorden van Teheran. Het is een half uur met de taxi. Het lokketje is op straat. We krijgen 1 formulier dat we zelf mogen gaan kopiëren (waar?). We vullen alles in, kopiëren het nogmaals en met wat pasfoto's en vooral 102 US Dollar leveren we het weer in. Voor dit geld wordt het visum diezelfde dag nog gemaakt. We willen niet heen en weer met de taxi en blijven in het noorden. We dwalen wat rond, verdwalen en drinken een duur kopje koffie. Het noorden is heel anders dan het zuiden waar wij zitten. Rijker, schoner en minder hectisch. We spreken een man die al 20 jaar in Aken werkt en op bezoek is bij zijn familie. 's Middags om vier uur halen we onze paspoorten weer op. Het eerste visum is binnen! We mogen komen van Turkmenbashi, vader der Turkmenen en absolute heerser van Turkmenistan! Pff, hier is heeeeeel wat tijd en energie aan vooraf gegaan. Nu valt al het geregel op z'n plek. We belanden weer bij onze vriend op Ferdosi Square voor een qalyan (waterpijp) om het te vieren.

Op vrijdag en zaterdag zijn de ambassades dicht. Het Oezbeekse visum kunnen we dus pas vanaf zondag regelen. We hebben afgesproken met Mitra. Ze neemt ons mee naar de Jomhuri bazaar. Er blijken grote protestdemonstraties te zijn tegen de verwoestende bomaanslag op de Gouden Moskee in Samarra, Irak. Ook de Britse ambassade in de buurt is mogelijk doelwit. We zien een groep die Mitra basjmati noemt. Het zijn fanatieke jonge jongens, de meesten in een soort judopak, een paar in camouflage dress en met een groene hoofdband om (een soort Ninja turtels maar dan anders). Ze zien er strijdlustig uit en ik maak geen foto. Op de bazaar verkopen Afghanen en Oezbeken mooie gekleurde doeken. Samen met Mitra's man en hun zoontje lunchen we. De Dizi-tent is terecht populair, het eten is heerlijk en voor de deur staat een rij als we buiten komen. Tegen theetijd neemt ze ons mee naar Niyavaran Palace, een heerlijk park rondom een paleis in het uiterste noorden. Het is tegen de berghellingen aangebouwd. Ooit lag dit optrekje van de shah (koning) waarschijnlijk hoog boven Teheran. Nu sluit de stad zich rondom het park. Op een bord staat een Nederlandse tekst die tijdens de opening hier is vastgelegd. We kletsen en praten. Over Iran, het geloof en de toekomst. Het contact is hierdoor niet alleen gezellig maar krijgt zo ook meer diepgang.

We gaan heerlijk uiteten bij een Indiaas restaurant. In Teheran zijn alle soorten restaurants. De hoofdstad is een stuk duurder dan de rest van Iran maar heeft dan ook een groter en gevarieerder aanbod.

Het noorden van de stad tegen een achtergrond van bergen


Een dag later gaan we ieder onze eigen gang. Ilona gaat naar het museum van Contemporary Art of Iran. Ik bezoek het graf van Khomeini (Holy Shrine) in een verre buitenwijk van Teheran. De metro zou tot hier moeten rijden. Maar niet vandaag. Hij stopt in Shah-e Rey, een zuidelijke voorstad. Mmm, dit is duidelijk buiten het centrum, ik heb geen kaartje of niks, waar ben ik en waar moet ik heen? Er is een busstation en iemand begrijpt waar ik heen wil. Het is een stuk armer en rommeliger. Ik koop een kaartje en vind een bus die erheen gaat (denk ik). In de bus de gebruikelijke vragen maar niemand spreekt Engels. Wel weet de hele bus binnen 20 seconden dat er iemand uit 'Hol-lend' aan boord is. We rijden en we rijden. Waar ga ik heen? Uiteindelijk komt er een knul naar me toe die wat engels spreekt. Hij heet Reza en ziet er meer uit als een Indonesiër dan als een Iraniër. Ik word gewaarschuwd dat ik eruit moet. In de verte zie ik hoge minaretten en een groot complex. Dat zal het wel zijn, maar hoe kom ik daar? Gelukkig besluit Reza met me mee te gaan. Reza is Afghaans vluchteling en een bijna verlegen persoon. Hij regelt een taxi die ons op de parkeerplaats afzet. Hij betaalt en wil er niets van weten dat ik hem geld geef.

De reisgids omschrijft dat de Holy Shrine meer op een ijsbaanhal lijkt (maar dan zonder ijs) dan op een gewijde plek. Het heeft inderdaad de omvang van een hangaar. Sommige stukken zijn nog niet af, het geheel komt erg uit de grond gestampt over en heeft niets historisch. De beveiliging is als op een vliegveld. De militairen willen ook weer weten waar ik vandaan kom. 'Ha, Patrick Kluivert, Van Basten!' Zonder problemen mag ik door en zelfs mijn camera mag mee. De tombe zelf is een soort aquariumkooi met groen glas. Binnen staat de eenvoudige kist met een donkergroen doek erover. Hier ligt dus de man die het huidige Iran heeft bepaald. Ernaast staat een lagere kist waarin zijn zoon ligt. Rondom ligt het bezaaid met geldbriefjes. Reza raakt het glas aan en prevelt wat. We lopen wat rond en gaan weer. Hij wil graag dat ik thee bij hem thuis kom drinken. Ik wil graag weer terug. Met moeite regelt hij een taxi die mij terugbrengt naar het metrostation. Hij stapt onderweg bij zijn huis uit. Het duurt lang en ik begrijp, als we rijden, dat de chauffeurs zeggen dat ze meer vragen want het is toch een buitenlander. Als we stoppen, wil Reza niet dat ik betaal. Dan zegt hij dat ik ook moet uitstappen. De taxichauffeur wil opeens 3x zoveel geld om mij af te leveren. 'Bad people', zegt Reza, 'l think you better go by bus'. Voor ik in de bus zit, weer 8 man om me heen die allemaal dit buitenaards wezen willen zien. Een jongen spreekt engels en vertaald voor de rest. Ik bedank Reza hartelijk en geef hem een papiertje met mijn e-mail. Hij herhaalt mijn naam en het briefje lijkt voor hem een bijzonder aandenken. In de bus blijven de jongeren om me heen hangen. Ook een rare roept van alles. De buschauffeur stopt en roept me naar voren. Ik vraag wat er aan de hand is. 'l don't know', zegt de engelsprekende scholier. Ik moet naast de chauffeur op een stang gaan zitten en voel me een ongehoorzaam schooljongetje. Ik denk dat hij niet wil dat ik met mensen praat. Als de rare uitgestapt is, tikt de buschauffeur met zijn vinger tegen zijn voorhoofd. Het blijkt dat hij me in bescherming neemt omdat ik zo lastig gevallen wordt, zegt de scholier. Bij de metro stap ik uit en rij terug naar het centrum. Ik kom Ilona tegen op straat en we gaan weer naar het internetcafé.

Daarna naar Mitra. Een vriendin van haar is arts. Mitra heeft geregeld dat we daar terecht kunnen voor onze 3e Hepatitis B prik. Gelukkig, want als we dit zelf hadden moeten organiseren, had het veel tijd en energie gekost. Het is een hele aardige vrouw die een aantal jaren in Finland heeft gewerkt. Voor nog geen 10 euro zijn we klaar (consult, medicijn en 2 injectiespuiten). Na de dokter gaan we op bezoek bij de ouders van Shiva. Mitra levert ons daar af. Nadat we ons geëxcuseerd hadden omdat we later dan verwacht aankwamen, wordt het ijs gebroken met cadeautjes en whisky. We worden ontvangen alsof we familie zijn. Het zijn schatten van mensen die een hoop in hun leven meegemaakt hebben. Ze hebben drie kinderen die allemaal buiten Iran wonen waaronder Shiva in Parijs. Iedere vrijdag loopt de vader van Shiva (75 jaar oud) nog gewoon een berg van bijna 4000 m op en af, hoezo gezond en fit!? Het is een bijzonder energieke man met veel gevoel voor humor en pretoogjes. We krijgen heerlijk Iraans eten van Shiva's moeder (alles homemade!). Ze stopt ons helemaal vol. We voelen ons thuis en genieten van Iraanse gastvrijheid en gezelligheid. Echt, een bijzondere avond!

Holy Shrine met daarin het graf van ayatollah Khomeini


De volgende dag gaan we naar de Oezbeekse ambassade voor het volgende visum. Het adres klopt niet, de chauffeur kan het niet vinden en we rijden steeds dichter naar de bergen in het noorden toe. Na meer dan een uur levert hij ons in het steegje voor de deur af. We zijn beter voorbereid; het aanvraagformulier hebben we gedownload, uitgeprint en al ingevuld + gekopieerd. Helaas, zij hebben een ander formulier. Maar ze kunnen ons wel helpen, voor een paar euro typen ze het voor ons uit. Er ontstaat enige commotie als ze mijn achternaam uitspreken als 'Poeten'. 'Are you related to the president of the Russian Federation?' Het gaat allemaal redelijk vlot en na anderhalf uur krijgen Mr. Putin en Mrs. Meegan hun visum voor Oezbekistan.

Het lijkt wel lente in Teheran: rond de 17 graden en we lunchen in Niyavaran Palace park dat vlakbij is. Terug bij ons hotel kopen we 10 liter motorolie voor de auto. Het lijkt ons een goed plan om voor Centraal Azië de olie nog een keer te laten verversen. Uiteraard vieren we ook het Oezbeekse visum weer op Ferdosi Square.

Omdat we de visa op zak hebben kunnen we weer verder. Een dag later nemen we afscheid van Mitra. We bedanken haar voor haar gezelschap en voor de moeite die ze voor ons gedaan heeft. Het was erg gezellig en het bezoek aan een stad krijgt een extra dimensie als je er iemand kent.
Weer gaan we internetten en ik bel met mijn familie. 's Avonds gaan we uiteten in een restaurant wat volgens de LP reisgids de absolute aanrader is. Het is 3x niks en we missen de sfeer en onze vriend van Ferdosi Square.

De dag daarna starten we de bus weer op. Het hotel heeft ons het adres van een garage gegeven om de olie te verversen. De bus past niet in de garage dus moeten we een braakliggend terreintje op. Daar is een put die vol zwarte drap staat. Een velg dient als eiland voor de monteur. Het ziet er allemaal niet uit maar de mannen zijn nieuwsgierig en enthousiast. Er gebeurt weer eens wat (rare rode bus met buitenlanders) en iedereen helpt mee. Het is een routineklusje en voor 2 euro is het werk gedaan, plus de kardan- en versnellingsbakolie gecontroleerd en de aandrijving gesmeerd. We kunnen weer op weg en belanden zo die dag in Ab Karm, een bergplaatsje ten oosten van Teheran.

We zijn precies een week in Teheran geweest. Een intensieve week. De stad zelf kost veel energie. Je moet constant wakker blijven als je rondloopt om botsingen te voorkomen (met karretjes, mensen, auto's, bussen, brommers, draden, dozen, gaten, palen). Naast de leuke dingen zijn er veel kleine regeldingen die we wilden doen. Op zich is zoiets als pasfoto's laten maken of cd's opsturen vanaf het postkantoor niets ingewikkelds. Maar in een vreemd land kosten dit soort dingen meer tijd en energie dan thuis.
Gelukkig is alles op tijd rond.
Het gaat nu snel.
Nog een week en dan Turkmenistan in.