Dagboek 26: Masouleh en de Kaspische zee

Damghan, Iran, 1 maart 2006


Vanuit Qom rijden we naar het noorden. Teheran laten we rechts liggen en via Qazvin rijden we richting Kaspische zee. De weg gaat na Qazvin nog even omhoog en dan volgt een lange afdaling vanaf het plateau. De weg slingert kilometers lang omlaag door valleien en vormt zo een racebaan voor de Iraniërs. De ultieme route om alles uit je Paykan te halen. Als je deze bloedstollende weg hebt overleefd, ben je aan de kant van de Kaspische zee. Wat ons meteen opvalt hier zijn bomen, veel struiken en gras. We snappen waarom het hier zelfs in de winter groenig is, het regent en dat zal het hier wel vaker doen. De bergketen loopt van west naar oost. Aan de noordkant van de bergketen ligt de Kaspische Zee en aan de zuidkant het plateau van Iran. De bergen houden de wolken en dus de regen vanuit de zee tegen zodat het op het plateau droog en woestijnachtig is.

Vanuit Qom zijn in één keer doorgereden naar Masouleh, een klein bergdorp aan het eind van een dal. Het is een lange rit, ruim 400 km en bijna alles binnendoor. Het laatste stuk is een kronkelweggetje door een steile vallei omhoog. Op de hellingen staan dennenbomen. Het wordt steeds mistiger en we krijgen het gevoel even in de Belgische Ardennen te rijden. Heerlijk!

Masouleh

We rijden Masouleh binnen en stoppen maar waar de weg stopt. Een jongen spreekt ons aan of we een slaapplaats zoeken en hij biedt ons een leuke, gezellige suite (keukentje, douche, toilet, tv, helaas geen bed…. ze slapen in het dorp gewoon op de grond dus ook wij) voor weinig geld aan. We doen een boodschap op de kleine bazaar en koken lekker in ons huisje. De volgende dag worden we door de zon gewekt en we hebben dus weer erg geluk met het weer! Eindelijk zien we dan waar we terecht zijn gekomen. Een schitterend dorpje tegen de steile heuvelwand aan gebouwd. Omdat het zo steil is, worden de daken van de huisjes ook als looppad gebruikt. Erg bijzonder. De sfeer is ontspannen: geen verkeer, frisse lucht, smalle steegjes en de dorpsbewoners zijn gewoon met hun dagelijkse dingen bezig. Masouleh is dan ook bij de Iraanse toerist bekend als een populaire vakantiebestemming. In de zomer zal het dan ook wel een gekkenhuis zijn; nu in de winter hebben we het dorp bijna voor ons alleen.



De volgende dag hebben we een heerlijke, mooie bergwandeling rondom het dorp gemaakt. Weer eens lekker wat struinen en ook wel oppassen vanwege nog bevroren ondergrond en ijs. Na onze wandeling zien we een jeep op de parkeerplaats staan. Aan de stickers en het nummerbord te zien, zijn het Nederlanders! Het blijken twee studenten (jongens) uit Den Haag te zijn die met de jeep naar China rijden op koolzaadolie/zonnebloemolie. Omdat het geheel door velen is gesponsord en gevolgd wordt door media (zoals het AD en RTL 4, Vier in het land, dachten we), hebben ze een strakke tijdsplanning. Het leuke is dat ze ook via Centraal Azië gaan dus we hebben afgesproken om in Uzbekistan een biertje met elkaar te gaan drinken.

Weg door Alborz-gebergte naar TeheranTheehut aan de Kaspische Zee


Omdat we weer verder moeten, richting Teheran, verlaten we Masouleh na 3 dagen met een beetje pijn in het hart. We weten dat we de komende tijd in een grote, drukke stad moeten leven dus waardeer je des te meer het berglandschap en de rust.
Via Rasht rijden we naar de Kaspische Zee. Langs de Kaspische Zee rijden we dan naar het oosten. We overnachten in een weghotel, functioneel maar goed en vanaf Chalus rijden we de spectaculaire weg door het Alborz hooggebergte (4000-ers) richting Teheran. Deze weg is werkelijk bijzonder. Niet alleen het uitzicht op de mooie bergen met sneeuw en de stijle wanden maar vooral ook onze medeweggebruikers. De Iraanse rijstijl geeft de nodige adrenaline vooral als oude Paykans toch nog even voor de bocht gaan inhalen of als je regelmatig een tegenligger op jouw weghelft ziet aankomen…

Na ons bergavontuur rijden we met gemak Teheran binnen en vinden we snel een basic hotelkamer met parkeerplaats voor onze bus. We zijn in Teheran!