Dagboek 11: oversteek naar Azië

Ayvalik, Turkije, 7 november 2005


Gallipoli
Vanuit Istanbul stellen we de oversteek naar Azië nog even uit en gaan in westelijke richting naar Gallipoli. Gallipoli is een lang schiereiland met daaronder een smalle zeestraat die de doorgang vormt tussen Istanbul en de Middellandse zee. Het schiereiland is dun bevolkt en een groot gedeelte is natuurpark. Het gebied is heuvelachtig met vele lage stuiken en grove dennen en kijkt uit over zee. Het lijkt een beetje op de Calanques bij Marseille maar dan zonder de witte kalkrotsen. Vanwege de strategische ligging is er in 1915 een invasie geweest van voornamelijk Australische en Nieuw-Zeelandse troepen, die aan de kant van de Britten en Fransen vochten. Vele doden en enkele maanden later werd de poging om het schiereiland op de Turken te veroveren gestaakt. Een gekoesterde Turkse overwinning waarin Atatürk, de latere stichter van de moderne Turkse staat, een heldenrol speelde. Veel kleine begraafplaatsen en grote monumenten herinneren aan de veldslag.

Gallipoli: Lone Pine cemeteryGedenksteen met citaat van Atatürk aan het invasiestrand
Gereconstrueerde loopgraven


Het is uitgestorven op Gallipoli. De camping is dicht en de waterkraantjes afgesloten. We komen terecht tussen een paar verlaten buitenhuisjes. Een van de weinige aanwezige bewoners stelt ons gerust en zegt dat we zonder problemen onze bus op een veldje aan zee kunnen neerzetten. Het plaatsje heeft iets van Morgiou (weer de Calanques) in de winter. Een verlaten uithoek waar de zee heel aanwezig is en waar mensen zelf bepalen hoe ze leven. Af en toe komt er een klein vissersbootje voorbij. Eerder die dag kopen we in een winkeltje een grote, dikke vis voor ons avondmaal. We braden de Palamut (blijkt makreel te zijn) en maken van roomsaus, verse dille, gekookte aardappeltjes, gebakken plakjes aubergine een lekker diner. Het is al snel donker en we liggen op tijd in bed.

Het verlaten schiereiland bevalt ons en we besluiten om nog een nachtje te blijven. Overdag waaien we uit tijdens een wandeling langs eenzame strand. Ilona neemt een korte duik in zee en doet daarbij een raar dansje (?!). Na de drukte van Istanbul en het slapen in de hotelkamer is de rust en het buiten zijn weer erg lekker.

Ontbijt op het strand
De kustHet landschap


's Avonds worden we uitgenodigd door onze buurman. Het suikerfeest (na de ramadan) wordt gevierd in het buitenhuis samen met de familie. We krijgen gebarbecuede vis en wijn. Met de verzamelde buurmannen geniet hij van de Raki. De vrouwen zitten binnen voor de tv. De man blijkt de baas van een import en exportbedrijf dat vooral zaken doet met Rusland. De aanwezige zwager blijkt ook in het bedrijf te werken en de vrouw van de man ook. Turkse families zorgen waarschijnlijk goed voor elkaar als dat mogelijk is. Zijn 21-jarige dochter komt er ook bij en zingt a capella een lied. Als we willen mogen we in een kamer van zijn huis slapen want het zal wel koud zijn in onze bus. We slaan het aanbod vriendelijk af (…) en zijn verbaasd over zoveel gastvrijheid.

Een dag later gaat de blusbus eindelijk op de boot. Bij de veerpont naar Çanakkale wil men ons 41 YTL (Turkse Lira, 1 Lira = 0,65 euro) laten betalen omdat we caravan zijn. Een normale auto betaalt 11 Lira. Ondanks protest (een dikke Mercedes is even lang en weegt hetzelfde als onze bus) krijgen we niets van de prijs af. Er is een 2e pont 15 km verderop en we proberen ons geluk daar. Als we aankomen, blijkt de klep al omhoog en is de boot aan het vertrekken. Voor ons rijdt een auto die ook nog mee wil. De klep gaat weer omlaag, niemand doet moeilijk over de bus, we kopen een kaartje van 12 Lira en mogen mee. Eindelijk gaat de blusbus naar Azië! Het stelt eigenlijk niet zoveel voor, in 20 minuten zijn we aan de overkant. We gaan op weg naar Troje, ons eerste reisdoel aan de ander kant.

Troje: Pee en het paard
Dorische tempel van Pallas Athene in Assos

Troje
Er blijken maar liefst 9 Trojes te zijn geweest. Wat ons verbaasd, is dat de oppervlakte van de stad eigenlijk maar heel klein is. De site is iets van 200 bij 200 meter. De steden zijn steeds over elkaar heen gebouwd en nooit heel erg gegroeid of verplaatst. De opgravingen zijn daardoor eigenlijk een zooitje van periodes door elkaar heen. Troye VI is het Troje uit de Ilias van Homerus. Hoofdrolspelers waren Odysseus, Paris, Achilles (die van de hiel), Hector en natuurlijk het paard. Na 10 jaar tevergeefse belegering (van zo een klein stadje?) werd de list van het paard bedacht door Odysseus. Zo werd de stad in 1 nacht ingenomen. Odysseus was daarna nog lang niet thuis maar dat is weer een ander verhaal. De ruines stellen helaas niet zoveel voor, om je een stad voor te stellen is heel wat fantasie nodig. Gelukkig maakt het houten paard, dat op wonderbaarlijke wijze bewaard is gebleven, veel goed.

Na Troje rijden we weer door. Voor het eerst krijg ik het gevoel ver van huis te zijn en niet zomaar terug te kunnen. Of het komt door de oversteek met de boot of door het droge verlaten landschap dat weet ik niet. Daarvoor konden we natuurlijk ook niet in een dagje terug rijden maar nu pas ben ik me daar van bewust. En met iedere kilometer gaan we verder weg van Nederland. Van de ene kant spannend: misschien begint de lange vakantie nu toch te veranderen in een verre reis. Ik vraag me al een tijdje af wanneer dat gevoel er zou zijn. Tot nu toe is het nog steeds een lange vakantie. François, een franse jongen die samen met Valeri op de fiets een lange reis maakt en die we in Istanbul ontmoet hebben, vertelde dat het omslagpunt bij hem op 2 maanden lag. Dan ben je op reis.
Van de andere kant: de Turken zijn erg vriendelijk en behulpzaam, ook al spreken we de taal niet. Niets om je ongerust over te maken dus. En vanaf iedere grote stad kun je een vliegtuig pakken als het moet, 3 of 4 uur vliegen en je bent weer op Schiphol. Toch kriebelt het. Tot nu toe gaat alles erg makkelijk. Maar de grote uitdagingen liggen nog voor ons. Oost-Turkije schijnt al heel anders te zijn dan het Turkije wat we tot nu toe gezien hebben. En dan straks Iran en Centraal-Azië. Totale andere werelden, extremer en bijna zeker veel moeilijker. En daaroverheen komt de aankomende winter, waar we hoe dan ook doorheen moeten en dus mee te maken krijgen. Maar voorlopig is het nog even vakantie. Onze route loopt langs de Egeïsche kust en de eerste rijen vakantieblokken verschijnen langs de route.
De man die ons uitnodigde in zijn vakantiehuisje in Gallipoli gaf als tip het plaatsje Assos. Na een paar uur rijden gaan we van de doorgaande weg af, richting Behramkale en Assos. Dit dorpje ligt aan de kust dus moeten we eerst door een stuk binnenland, wat overwegend plattelands is. Veel leegte en dorre omgeving met olijfbomen. Regelmatig zie je een schapenherder met zijn kudde rondlopen of nog leuker de weg oversteken.

Straat in Ayvalik
Thee-sets en nargilehs (waterpijpen) te koop in een winkeltje

Assos
In Assos aankomende besluiten we eerst naar het havenplaatsje te rijden om vervolgens het gedeelte op de berg te bekijken. We waren niet de enige met dit idee. Vele, dure auto's met rijke toeristische Turken rijden met ons over een smal, kronkelig weggetje naar beneden. Als we het haventje willen inrijden zitten we eigenlijk al muurvast tussen de terrasjes aan het water en de hotels aan de andere kant. Er zitten auto's voor- en achter ons, het lijkt wel file in Behramkale! Volgens de bordjes zou er een camping aan de andere kant van het dorpje moeten liggen dus wij houden stug vol en willen vooruit (achteruit was natuurlijk allang geen optie meer). Na een poosje rijdt de stoet weer en komen we bij een camping uit. Dit is tevens het einde van het weggetje.
De camping was eigenlijk gesloten maar het was geen probleem om hier voor 10 YTL (ongeveer 6,50 euro) te staan. We bekijken het eens: het terrein was grotendeels een kippenveld met enkele ganzen (hoe zit het met de vogelgriep?), de campingbaas liet ons de douche en toilet zien want daar gingen we eigenlijk voor na 4 dagen geen douche te hebben gehad. 'Hot water' is er maar het moest eerst worden opgewarmd en er kwam net een pisstraaltje water uit de douche. Verder was het eigenlijk nauwelijks schoongemaakt. Tja, daar sta je dan. Met moeite door het haventje heen geworsteld om vervolgens in een kippenren te gaan kamperen. Aan de andere kant had deze camping zeker zijn charmes zoals terrasjes tussen de olijfbomen, houten stoeltjes en uitzicht over zee op het Griekse eiland Lesbos. We hadden geen zin meer om terug te gaan dus we besloten voor 7 YTL te blijven.

Als we het haventje in lopen, merken we al gauw dat dit dorpje eigenlijk alleen maar uit een aantal dure hotels en restaurants bestaat. We hadden nog wat groente en brood nodig maar dat was hier gewoon niet te koop, arme sloebers dat we zijn! Dan maar een broodje Dönner zonder groente (hadden we gelukkig al eerder ergens gekocht). De Turkse toeristen vermaakte zich hier kostelijk met lunchen, flaneren over de pier, wafels eten, vissen met een touwtje en een haakje en vervolgens dineren. Geld speelt hier duidelijk geen rol aangezien we ook nergens een prijslijst konden vinden. Na een half uurtje hadden we het eigenlijk wel gezien en zijn naar onze camping terug gegaan.

Behalve het idyllische uitzicht en de charme van de 'camping' hadden we uiteindelijk alsnog geen douche gehad, geen groente gegeten en slecht geslapen vanwege de muggen. 's Ochtends zijn we dan ook vroeg weggereden om aan de andere kant van de berg wat brood voor het ontbijt te halen. Misschien hadden we dan toch maar beter de rijke toerist moeten uithangen?
Na de tempel van Athene gratis te hebben bezocht (we waren waarschijnlijk te vroeg op zondagochtend voor entreegeld) en een mooi uitzicht over de zee en het landschap zijn we langs de weg een heerlijk ontbijtplekje gaan zoeken.
Assos is zeker een mooi dorpje met zijn oude huisjes en nauwe straatjes maar waarom dit zo populair bij de rijke Turk is dat vragen wij ons nog steeds af…

Terras van Taksiyarhis Pansiyon in Ayvalik

Ayvalik
Na een goed ontbijtje in de heerlijke zon zijn we doorgereden naar Ayvalik. Dit is een gemoedelijk, sfeervol vissersplaatsje waar een beetje toerisme is vanwege de stranden, eilanden en de boot naar het eiland Lesbos (Griekenland).
We hadden besloten om weer even wat luxe op te zoeken dus zijn we naar Pansiyon Taksiyarhis gegaan. Een erg charmant pension wat bestaat uit een aantal Ottomaanse huisjes aan elkaar gerenoveerd (in het oude gedeelte van het dorp). Het huis heeft allerlei hoekjes en trappetjes, houten vloeren, hoge plafons, een zeer smaakvolle inrichting met gekleurde tapijten, planten en oude spulletjes. Wij kregen een ruime kamer met eigen douche en toilet aangezien de andere kamers leeg waren (op dat moment was er nog een Engels koppel op de begane grond, vandaag zijn we geloof ik alleen). Met een schitterend terras voor onze deur kijken we uit over Ayvelik met de rokende schoorsteentjes (en heerlijke geur van verbrand hout), de eilanden, de zon weerspiegelend in de zee en op de voorgrond een Griekse kerk die is omgedoopt tot moskee. Genieten dus…