Dagboek 6: Roemenië & Bulgarije

Charmanli, zuid Bulgarije, 15 oktober 2005


In Budapest overleggen we wat we gaan doen. Het orginaalplan is om naar Maramures in het noordwesten van Roemenië te gaan. Maar we zien op tegen de enorme omweg die dit is. Allemaal binnendoorwegen en het rijden op deze wegen valt tegen. En we weten niet wat het weer gaat doen, het kan er al behoorlijk koud zijn. De kortste weg naar de zon is via Joegoslavië (Belgrado) en Bulgarije (Sofia) naar Turkije (Istanboel). Daar voelen we het meest voor en we rijden naar Szeged in zuid Hongarije. Op de eenzame camping blijven we een dag je hangen, parkeren de bus naast een stroom-paaltje en kijken in bed naar de film 'the English Patient' op de laptop (jaja, enige decadentie op zn tijd is heeeeerlijk).

Het heerlijke weer en na de informatie die we lezen, besluiten om toch naar Roemenië te rijden. Het noorden zit er niet meer in maar Transsylvanië (centraal Roemenië) wel. We zetten koers naar Bran, een dorp aan de rand van de Karpaten en met kasteel van …. DRACULA! natuurlijk. Hij blijkt niet thuis maar het kasteel is een knus optrekje, vele balkons en een labyrint van kleine kamertjes met houten vloer. Naast Bran bezoeken we Brasov en Rasnov.

Kasteel van BranYoung Dracula?


Roemenië is een uitgestrekt land met oude dorpjes. Het heeft maar 1 nadeel: het verkeer. De wegen zijn inderdaad vreselijk, vol kuilen en gaten. Er is maar 1 autoweg in het hele land en die is bij de hoofdstad. Verder gaat alle verkeer over rijkswegen. En alle verkeer is van grote opleggers tot paard en wagen. Vooral de trucks zijn angstaanjagend. Ze rijden hard, stoppen voor niemand en het zijn er veel. Regelmatig wordt de blusbus ingehaald door een oplegger en voelen we de luchtdruk in de auto. Soms ontkomen we er niet aan om er zelf 1 in te halen. Omdat we geen turbodieselinjectiegeeteeie hebben is dat vrij spannend en het lukt eigenlijk alleen met een aanloopje. En als we niet snel genoeg zijn, is iemand anders ons alweer aan het inhalen. Op de meest rare plekken, soms onder het motto van met zn drieën naast elkaar past het ook nog wel.

Maar Roemenië bevalt ons goed. Er lopen de meest uitgesproken types rond. Schuifelende oude vrouwtjes met stok en hoofddoek, zigeunerachtige mannen met hoedje, verweerde opaatjes, herders en vrouwen met lang, zwart haar. Het is een land met nog veel boerenbestaan. Iedereen loopt op rubber laarzen, rookt en regelmatig kom je een ontsnapte koe tegen op straat. En paard en wagen. Ze zijn niet erg vlot (in het donker ook niet verlicht trouwens) en ze vervoeren van alles, van hooi tot blokken beton, zand of de hele familie. We hadden wel gehoord dat mensen nog met paard en wagen zouden rondrijden. Toch zit je bij de eerste kar te kijken of je het wel goed ziet. Maar ze rijden overal dus het went snel.


Paard en wagen, nog steeds een vertrouwd beeld in Roemenië

Verder is er in Roemenië nog nauwelijks toerisme en als het er is, zijn het oostblok-toeristen (veel trainingspakken). Alles is een beetje krakkemikkig en iedereen rijdt rond in zijn Dacia, de Roemeense Lada, gebaseerd op wat ooit de Renault 12 was. Maar de mensen zijn vriendelijk, de omgeving mooi en de sfeer en het weer goed. We hebben er toch een beetje spijt van dat we niet naar Maramures zijn gegaan. Daar schijnt de tijd helemaal stil te hebben gestaan, rijden meer karren dan auto's en zijn de huizen van hout. Misschien op de terugweg?

Bulgarije
Na een ongepland rondritje door de buitenwijken van Boekarest (lange rechte straten, oneindige rijen betonnen flats, veel stof en zooi) slapen we in Giurgu op een tankstation. Na een kostbare grensovergang zijn we een dag later in Bulgarije. Meteen na de grens is het een ander land dan Roemenië. De mensen zijn lichter van huidskleur, het verkeer minder chaotisch, de wegen beter. Alles doet wat Russischer aan, mede doordat alles in het cyrillisch geschreven is. Een stuk minder kleurrijk dan Roemenië. Wel nog steeds veel roestende buizen en stoffig beton en Lada's. Veliko Tarnovo is gebouwd tegen de helling van een kloof waardoor een riviertje in een scherpe bocht stroomt. En een grote burcht, genoeg ingrediënten dus om er een toeristisch plekje van te maken. We vinden een kamer in één van de steile oude straatjes. Het is (wederom) mooi weer en dat zorgt voor opvallend veel (jonge) vrouwen die opvallend gekleed zijn. Witte haklaarsjes, korte rokjes, grote zonnebrillen en dure kleren. Alsof het Parijs is paraderen de dames langs trendy cafés. Veliko Tarnovo is verder ook leuk: grote burcht, lelijk monument en we eten Bulgaarse tomatenstoof met souvlaki's, yoghurtsalade en gefrituurde aardappeltjes bij een mevrouw thuis.



Vanaf ons vertrek in Maastricht hebben we eigenlijk alleen maar goed weer gehad, op 2 mindere dagen in de Dolomieten na. De volgende dag komt de regen met bakken naar beneden. In Veliko Tarnovo zijn geen dakgoten en regenpijpen dus het water stort vanaf de daken in watervallen op straat. De straten zijn smal, steil en bekleed met steen. Ze veranderen in bergstromen waardoor de locals, die wel wat gewend lijken te zijn, stroomopwaarts rijden in hun oude brikken. De paraderende popjes zijn ook verdwenen en wij gaan richting Turkije. Het landschap verandert, uitgestrekter, leger en de mensen zijn donkerder. Het weer is somber en sommige stukken lijken meer op Siberië dan op Europa. Charmanli is onze laatste stop voor Turkije, ongeveer 40 km voor de grens. We zijn 4 weken onderweg, gaan Oost-Europa verlaten en op weg naar Azië!

Tsarevets, de burcht van Veliko Tarnovo