Dagboek 3: over de Alpen

Balaton, Hongarije, 2 oktober 2005

SJTOP, PAASPORT! beveelt de douanier. Waarschijnlijk rij ik toch net iets te makkelijk stapvoets zijn land in voor zijn gevoel. Als ik hem bijna voorbij ben wordt ik teruggefloten. Mijn paspoort heb ik niet bij de hand - dit is toch EU? - en na zenuwachtig gefrommel heb ik het document. Alles is in orde en we mogen Hongarije in. En ondanks dat het EU is, is het meteen een ander land. We zien meteen een Trabantje rijden, iedereen loopt in trainingspak en alles lijkt opeens oud, gaten in de weg, houten telefoonpalen langs het spoor, afbrokkelend beton, walmende auto's en, zeker in vergelijking met Oostenrijk, veel rommeliger. Ilona wordt er even stil van. Oostblok hadden we pas in Roemenië verwacht, niet al meteen achter de grens met Oostenrijk. Op de camping aan het Balaton meer waarschuwt Hassow, een Duitse motorrijder, ons voor Roemenië. De rijken hebben daar een paard met wagen, de armen hebben geen beesten en alleen de hele rijken een auto. Maar dan wel een hele oude..

Na in München onze rekeningen te hebben geplunderd, hebben we bij de ADAC het Carnet de Passage opgehaald.

Omdat we naar de bergen wilden en omdat het weer goed leek te zijn, kozen we om richting Italië te rijden. In Innsbruck maken we een shop-stop en kopen eindelijk de digitale camera die de Mediamarkt niet op voorraad had. Het is een Sony DCS-W5. Alle sponsoren, nogmaals bedankt!

In Italië vinden we een camping langs de Brenner bij Vahrn. Niet te gestructureerd, bij een oude Tiroolse boerderij, met een meertje in het bos op loopafstand. Een idyllisch plekje, het moet hier vroeger erg stil zijn geweest. De Brengerautoweg is echter niet te negeren, het verkeer blijft aanwezig. Maar omdat we eindelijk het geregel een beetje achter ons kunnen laten begint het vakantiegevoel te komen. Zeker als we een dag later de autoweg verlaten en via de Sella-pas de Dolomieten in rijden. Het is mooi weer en het weer zien van de steile rotswanden doet ons goed. Hiervoor zijn we gekomen!

Vanuit Cortina 'd Ampezzo rijden we de volgende dag omhoog omdat we graag in een berghut willen overnachten bij de Drei Zinnen. De Drei Zinnen zijn 3 markante rotswanden die samen een bekend ansichtkaartenplaatje vormen van de Dolomieten. Het laatste stuk weg is echter een tolweg en kost maar liefst 35 euro en voor een extra dag nog eens 15 euro. Dat is echt te veel. We parkeren de bus en besluiten om dan maar het hele stuk te lopen. En dat wordt afzien. Vers uit Nederland, niet getraind en zeker niet ingesteld op de extra hoogtemeters. Het pad gaat onwijs steil omhoog en een uur voor de hut worden we ingehaald door een hagelbui. Doorweekt kruipen we in het Winterraum. Het Winterraum is een plek bij of in een berghut die altijd open is, ook als de echte hut al gesloten is vanwege de aankomende winter. Ondanks de kou is het erg knus en heerlijk om helemaal alleen op die plek te zijn.

De Drei Zinnen in het eerste ochtendlicht

De volgende dag dalen we af en rijden door naar Toblach, een plaatsje ten noorden van Cortina in Süd Tirol. In dit gebied kun je de Strada Degli Alpini of Alpini-weg doen, een bergtocht die nog op ons verlanglijstje staat. Het weer verslechterd en we twijfelen of we niet gewoon zullen doorrijden. Het plaatsje Sesto is niet erg inspirerend en we weten niet wat we er al die tijd moeten doen. De klimhal is dicht, het zwembad wordt verbouwd en pas over 2 dagen wordt het weer beter weer. Gelukkig gaat de auto stuk (startproblemen) zodat we de regendag doorbrengen in Bruneck terwijl de bus in de garage staat. Na tig rondjes door het dorp te zijn gelopen heeft de garage het probleem nog niet opgelost. Het begint ernaar uit te zien dat we samen met de bus de nacht in de werkplaats gaan doorbrengen. Gelukkig blijkt die Lichtmachine (dynamo) nicht kaputt en na wat extra draadjes en het uitbouwen van de kapotte accuhoofdschakelaar kunnen we weer op weg. Terug naar Sesto, waar we nacht 3 op de camperplek doorbrengen. In stralend herfstweer lopen we de volgende dag omhoog naar de Zsygmondi Comici berghut. Sommige dennen beginnen te verkleuren en de steile bergwanden komen steeds dichterbij. Na het gehang en verveel in de regen is het omhoogsjouwen naar de hut een heerlijke verademing. Die is dicht (wisten we) en er blijkt geen Winterraum te zijn (wisten we niet). Shit, we hebben wel slaapzakken bij ons maar niet gerekend op een nacht buiten slapen. Het kabelbaanhuisje van de hut biedt uitkomst. We breken subtiel in en vinden een paar oude dekens die als matras kunnen dienen. Het stinkt er naar olie, het is ook een soort werkplaats maar het is onderdak en beter dan buiten slapen. In de middag dalen de laatste wandelaars af naar het dal, de zon zakt en het wordt stil bij de hut (en koud). Er arriveren nog drie Zuidduitsers. Ook zij hadden gerekend op een Winterraum en water. Maar ze hebben tenten bij zich. Water halen ze uit een riviertje. Twee locals die nog even omhoog komen rennen trekken een deur open en verdwijnen daarna weer. Blijkt er toch er een Winterraum te zijn. Samen met de Duitsers eten en kletsen we in de comfortabele ruimte totdat het donker wordt. Zij vertrekken naar hun tent en wij kruipen in de stapelbedjes.

De Strada Degli Alpini is een Klettersteig of via ferata. Dat is een route door de bergen die beveiligd is met staalkabels. In de Dolomieten zijn veel via ferrata's, vaak gebouwd in de eerste wereldoorlog toen de Italianen en Oostenrijkers in de Alpen hun oorlog uitvochten. Naderhand zijn deze routes opnieuw beveiligd en aangepast voor toeristen. Op sommige plekken langs de Alpinisteig vind je nog resten van loopgraven, houten ladders en kilo's prikkeldraad die er al meer dan 80 jaar liggen. Maar de route is vooral spectaculair: een stuk is uitgekapt in loodrechte rots, naast het smalle pad gaat het een flink eind recht naar beneden dus knikkende knietjes gegarandeerd (bij mij dan). Het is een mooie tocht, de afdaling valt nog zwaar door bevroren sneeuw maar we zijn blij dat we toch gewacht hebben op goed weer. Sesto hebben we wel gezien en dezelfde middag rijden we nog door naar Oostenrijk. Na een overnachting bij een sympathieke kleine camping gaan we op weg naar Budapest, het volgende reisdoel.